Kan de koningin met Paleis doen wat haar goeddunkt?

Het Paleis op de Dam, in gebruik door koningin Beatrix als koninklijke ontvangstruimte, wordt op dit moment verbouwd. En het blijft niet alleen bij restaureren. Onze koningin vindt het noodzakelijk om enkele ingrepen te laten doen die onderdelen van het paleis onherstelbaar veranderen.

Het gaat om de zuidelijke keizerlijke trap uit de 17de eeuw die plaats moet maken voor een dienstlift, terwijl er nu al vier liften zijn.

Een deskundige van Monumentenzorg die bovendien gepromoveerd is op het Paleis op de Dam, heeft in een advies (NRC Handelsblad, 24 april) duidelijk gemaakt dat deze trap nog slechts een van de weinige bestaande voorbeelden is van een dergelijke trap. Bovendien zegt hij dat een deel van de essentie van het gebouw verloren gaat met het verlies van de trap. `Men` weet niet of de trap er nu al uit is of niet.

Als student kunstgeschiedenis heb ik geleerd dat het Paleis op de Dam in de 17de eeuw gebouwd is als stadhuis voor het volk, als teken van onze voorspoed in de Gouden Eeuw. De architect, Jacob van Campen, heeft de ingang van het stadhuis gebouwd op straatniveau, zonder stoep of bordes om vooral te benadrukken dat het stadhuis van en voor iedereen was. Het is inmiddels een paleis geworden voor koninklijk gebruik. De koningin `leent` het gebouw van haar volk om haar koninklijke taken te kunnen uitvoeren. Geeft dat haar het volrecht om ermee te kunnen doen wat haar goeddunkt? Ik vind van niet.

    • Barbara Mensink
    • Student Kunstgeschiedenis