Juf, wordt het fout gerekend dat ik de joden vergeten ben

Drie jaar geleden voetbalden in Amsterdam Marokkaanse jongeren op 4 mei met herdenkingskransen. Nu doen Amsterdamse scholieren mee aan het project 'Tweede Wereldoorlog in Perspectief', over joden, Israël en de Palestijnen. 'Waarom niet één minuut stilte? Of drie?'

Mohamed: 'Was Hitler een terrorist, juf?'

De juf: 'Zo werd hij niet genoemd.'

Mohamed: 'Hoe dan?'

De juf: 'Dictator.'

Simge: 'Wie brengen de woorden in een taal, juf? Wie doen dat?'

De juf: 'Denk eens na. Iedereen doet dat. Jullie ook.'

Simge: 'Vorig jaar, bij ons in de klas, er was een meisje, ze sprak geen Nederlands, maar ze zei wel fuck you. Bedoel je dat, juf?'

De juf: 'Dat bedoel ik. En de eerste woorden die mensen leren zijn vaak scheldwoorden.'

Mohamed: 'Dat is integratie.'

De juf heet Tineke Klein, ze is 53 en platinablond, ze loopt op cowboylaarzen en ze heeft de stem van een kapitein op een piratenschip. Ze zegt GA! JIJ! MAAR! WEG! tegen Joey die onaardig tegen Suda doet. Wat doet hij dan? Zeggen dat hij niet met haar wil samenwerken. Hij kan niet met haar omgaan.

Dat tolereert Tineke Klein niet. En als Joey na de les boos komt vragen waarom hij niet mocht terugkomen, wrijft ze het hem nog een keer in. Niet met Suda omgaan? WAAR SLAAT DAT OP?! Wij gaan hier allemaal NORMAAL met elkaar om.

Dit om te laten zien hoe Tineke Klein haar klas rustig houdt. Die klas is 3 vmbo-t (vroeger mavo) van het Berlage Lyceum in Amsterdam, aan de rand van de Pijp. De leerlingen zijn Marokkaans, Turks, Surinaams of Nederlands. Drie meisjes komen uit Thailand, Brazilië of Colombia. Deze leerlingen - ze zijn vijftien jaar - gaan praten over 4 mei en de holocaust.

DAMES EN HEREN, WE GAAN WAT DOEN! Tineke Klein deelt blaadjes uit met een spinnenweb erop. In het midden staat: 4 mei. De leerlingen moeten, in groepjes, opschrijven wat ze daarbij denken.

'Juf, mogen we ons geschiedenisboek gebruiken?'

'Juf, het is toch 5 mei?'

'Juf, is het voor een cijfer?'

Tineke Klein loopt de klas uit om koffie te halen.

Simge pakt haar balpen en begint te schrijven. De Dam, krans, Tweede Wereldoorlog, soldaten, vrij van school, tranen.

Mohamed: 'Hitler. Hitler moet er ook bij.' Hij trekt aan het blaadje.

Simge: 'Nee. Geen jongenshandschrift op dit papier.'

Ismail: 'Saddam Hussein. Die moet er bij.' Hij lacht.

Simge: 'Nee, dat slaat nergens op.' Ze legt haar hand op het blaadje en schrijft: twee minuten stilte.

Ismail: 'Waarom niet één minuut? Of drie minuten? Dat moet een reden hebben.'

Tolga, Oumaima en Esma schrijven: kransjes, bloemen, verdriet, bidden, kerk, Hitler, discriminatie, Tweede Wereldoorlog.

Suda, Avaney, Rachel en Isabela: herdenking van de doden, familie, nabestaanden, slachtoffers, Hitler, verdriet.

Camila, Solaiman, Asmae en Justice: Plein 40-45, Westerbork/Auschwitz, samenleven, racisme, twee minuten stilte, nazi's, Dam.

Dan komt Tineke Klein weer terug in de klas. Discussie. Ze vraagt: 'Wie doen er mee aan de twee minuten stilte? Vingers graag.'

Geen vingers.

Tolga: 'Ik ga gewoon door met mijn leven.'

Camila: 'Ik heb nog nooit gemerkt dat het er was.'

Simge: 'Ik weet niet eens hoe laat het begint.'

Tolga: 'Ik heb een keer stilte gehouden voor 11 september.'

Oumaima: 'Ja! En toen Pim Fortuyn dood was.'

Mohamed: 'Het is wel goed dat het gedaan wordt. Het is respect. Ja toch?' Hij kijkt naar Justice, die hard lacht. 'Juf! Juf!', roept Mohamed. 'Recalcitrant gedrag!'

Tineke Klein: 'Nee hoor. Justice is gewoon een beetje zenuwachtig.'

Mohamed: 'Hij durft zijn mening niet te geven.'

Simge wil wat zeggen, maar ze krijgt de beurt niet. Ze fluistert tegen Mohamed: 'Weet je wat ik respectloos vind? Dat jij over respect praat en je meent het niet.'

Eerst heeft Tineke Klein er geen zin in, een journalist in de klas. Door de telefoon zegt ze dat ze het he-le-maal heeft gehad met de media-aandacht voor scholieren die rare dingen over joden roepen. Zij kent geen leraren die bang zijn om les te geven over de holocaust. En antisemitisme in de klas, écht antisemitisme, dat heeft ze nog nooit meegemaakt. Ze werkt op een school met 800 leerlingen uit 45 landen, van wie het merendeel islamitisch is. Dus waar die verhalen vandaan komen?

Maar dat weet ze best, waar die verhalen vandaan komen. En dan besluit ze dat het raar is om er níét over te praten.

Het waren de Marokkanen die op 4 mei 2003 om acht uur 's avonds joden moeten we doden riepen en gingen voetballen met de bloemenkransen. En het was Rob Oudkerk, toen nog wethouder in Amsterdam, die in Het Parool vertelde over de leraren die bij hem persoonlijk waren komen klagen over bedreigingen door leerlingen als ze over de Tweede Wereldoorlog begonnen. Groot nieuws.

Daarna had burgemeester Cohen opdracht gegeven voor een project voor alle vmbo-scholen in Amsterdam, Tweede Wereldoorlog in perspectief. Dat gaat over joden, Israël en de Palestijnen. 'Had Hitler maar gewonnen, dan hadden de Palestijnen nu een leven gehad. Dat is wat je hoort in de klas', zegt Tineke Klein. Volgens haar is dat geen antisemitisme, maar onwetendheid. En pubergedrag.

Tineke Klein schreef voor dat project het hoofdstuk over het conflict in het Midden-Oosten. Ze is er nog steeds trots op. Vooral op de paragraaf Wie is wie?

Zijn alle moslims Arabieren?

Zijn alle Israëli's joden?

Zijn alle Arabieren Palestijnen?

Ze vindt het ook heel goed van burgemeester Cohen dat hij samen met wethouder Aboutaleb op vmbo-scholen vertelt dat de joden van vroeger niet de Israëliërs van nu zijn.

Maar zelf is ze weer overgegaan tot de orde van de dag. Voor haar geen peer educators meer in de klas met wie haar leerlingen zich kunnen identificeren. Ze heeft het wel gezien. Ze vraagt zich af hoeveel Marokkanen het eigenlijk waren, die met die kransen hadden gevoetbald. Zestien? Twintig? En die leraren die Rob Oudkerk hadden gebeld, hoeveel waren dat er?

Het heden begrijpelijk maken door naar het verleden te kijken - dat is wat Tineke Klein wil. En daarin heeft de Tweede Wereldoorlog wat haar betreft geen andere plaats dan de Opstand tegen de Spanjaarden of de Industriële Revolutie. Voor haar leerlingen ook niet. Voor hen is het allemaal de oudheid.

Dus laat ze haar leerlingen De Ontdekking lezen, het stripboek waarin een jongen in het dagboek van zijn oma leest over buurmeisje Esther dat uit Duitsland was gevlucht. En ze vertelt over Anne Frank, die vlak bij het Berlage Lyceum woonde voordat ze moest onderduiken. 'Dan hebben ze het niet meer over die joden.' Ze gooit haar armen in de lucht. DIE JODEN. 'Dan gaat het over een meisje van dertien dat iets vreselijks meemaakt.'

Maar in de spinnenwebben staat Anne Frank niet.

Tineke Klein vraagt aan de klas: 'Heeft iemand aan de joden gedacht?'

Esma: 'Ja.' Ze schrijft het op het blaadje. 'Ik denk ook aan concentratiekampen. Onschuldige mensen werden gedood. Dat vind ik zielig.'

Oumaima: 'Ik denk aan de joden en aan Hitler die tegen hen was.'

Tineke Klein: 'Wie is vergeten joden op te schrijven?'

Simge: 'Wij.'

Mohamed: 'Mij gaat het te ver. Ik dacht gewoon aan die dag. Aan de soldaten. Die zijn toen allemaal gesneuveld. Dat is erg.'

Esma, boos: 'Van de joden was ook erg. Veel erger. Die waren onschuldig.'

Mohamed, ook boos: 'Het is toch niet erg dat ik de joden vergeten ben!' Hij draait zich om. 'Juf, wordt het fout gerekend, dat ik de joden vergeten ben?'

Rob Oudkerk: 'Die leraren belden me anoniem, ze waren bang, ook voor hun directies. Want die zeiden: het valt wel mee. In 2003, toen ik dat gezegd had, waren de rapen gaar. Ik moest bewijzen dat het waar was, dat leraren niet meer over de holocaust konden praten. Maar dat kon ik niet bewijzen.'

Hoeveel leraren waren het?

Rob Oudkerk: 'Niet veel, zes misschien. Maar uit ervaring weet ik dat elke beller staat voor tien of honderd anderen die niet bellen. Ze zeiden: puur antisemitisme. Ik zei: kom naar het stadhuis, vertel erover, ik dek jullie. Ze durfden niet. Mijn conclusie na de gesprekken was: de helft is pubergezeik. Net als met die meiden die in burqa's naar school wilden. Ik ging met ze praten en ik merkte: ze zetten zich gewoon af.'

Waartegen?

'Tegen alles wat westers is. Maar ze willen wel een mp3-speler en blote Shakira-wijven. Het is ook spel.'

En de andere helft?

'Jullie moeten ons niet? Dan moeten wij jullie niet.'

De eerste Golfoorlog, 1991.

Het August Allebéplein, 1998. (Marokkanen steken poppen die politieagenten voorstellen in brand.)

11 september 2001.

De anti-Israëlrellen op de Dam, april 2002.

De aanval op Irak, 20 maart 2003.

Marco Strang - leraar geschiedenis, voorheen sportschoolmedewerker, openlijk homoseksueel - keek er niet van op toen in mei 2003 een paar Marokkanen met bloemenkransen gingen voetballen. Maar hij was nog wel verbaasd toen zijn school - het Meridiaan College in Amsterdam-West - op de dag na 11 september twee minuten stilte zou houden voor de doden in de Twin Towers. 'Er waren leerlingen die zeiden dat ze dat niet deden. Ze gingen herrie maken.' De euforie. De blik waarmee naar hem gekeken werd. Jammer voor jullie, nou hebben wij de Amerikanen eens wat laten zien.

Hij was niet boos. Ook niet bang. 'Het was een eye-opener. Ik realiseerde me voor het eerst dat die anti-houding al was begonnen in de jaren negentig.'

Marco Strang zegt ook dat er veel pubergedrag bij zit. Maar ook dit: leerlingen die zeggen dat het Journaal propaganda is, het ware nieuws zie je niet in Nederland. En dit: een meisje dat dieven bij de school heeft gezien, maar van haar vader niet mag getuigen, want de politie is de vijand.

Zijn het veel leerlingen die zo denken?

'Nee, een paar. Een paar die uit volle overtuiging anti-westers, anti-Israël, anti-Nederland zijn. En bij wie het geen pubergedrag is.' Van de 285 leerlingen zijn het er, denkt hij, misschien tien of twaalf.

Het viel hem mee hoe zijn leerlingen reageerden na de moord op Theo Van Gogh, 2 november 2004. 'De volgende ochtend hebben we er het eerste uur over gepraat. Daarna wilde iedereen over tot de orde van de dag.'

De afgelopen anderhalf jaar is het rustiger geworden op school. Het Meridiaan College - drie Nederlandse leerlingen - doet mee aan het project De Tweede Wereldoorlog in perspectief. Maar of het daardoor komt, kan Marco Strang niet zeggen. (Uit onderzoek blijkt dat 50 procent van de Marokkanen na het project vond dat joden net zo aardig zijn als andere volkeren. Vóór het project: 32 procent.)

Het kan nu ook rustiger zijn, denkt hij, omdat leraren nu weten dat voor Marokkaanse en Turkse leerlingen de holocaust iets anders betekent dan voor Nederlanders. Ze zijn minder gevoelig geworden voor wat die erover zeggen.

Een sjaal voor zijn gezicht, een pet op zijn hoofd, een fietsketting om zijn schouders. Bij het hek van De Triade, een vmbo-school in Edam, staat een jongen te wachten. 'Wie ben je?', vraagt Stephan Huisman, leraar geschiedenis. Hij is naar buiten gelopen.

De jongen gaat vlak bij hem staan en duwt zijn gezicht bijna tegen dat van de leraar. Hij zegt niets. De conciërge belt de politie.

Het is half vier, maandagmiddag. De leerlingen van 3 vmbo-t zitten te wachten in de mediatheek. Ze zijn allemaal stil als Stephan Huisman binnenkomt. 'Weten jullie wat van die jongen?', vraagt hij.

Hij praat zacht, leerlingen moeten hun best doen om hem te verstaan. 'Nou?', zegt hij. 'Wat is er aan de hand?'

Ruzie tussen jongens in school en jongens buiten school. Ze willen elkaar ontmoeten. Niet normaal meer. Ontmoeten is vechten.

'Dat is dan een mooi begin van deze les', zegt Stephan Huisman. 'Ik wil het de komende weken over de Koude Oorlog hebben. Maar ik ga eerst kijken wat jullie nog van de Tweede Wereldoorlog weten.'

Op De Triade zitten kinderen uit Edam (boven Amsterdam), uit Volendam en Amsterdam-Noord. Wim Duyff, schoolleider en bestuurslid van de Vereniging van Docenten Geschiedenis, zegt dat er Lonsdalers en bomberjacks tussen zitten. Amsterdammers gaan in Edam op school omdat er weinig Marokkanen en Turken zijn. Volendammers vinden iedereen buiten hun dorp een vreemdeling.

Wat hij vervelender vindt: dat ze vaak weinig idee hebben van wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurd is, of wanneer die was. Dit jaar heeft hij leerlingen een gedicht laten schrijven over 4 mei. Een paar leerlingen heeft hij zo ver gekregen dat ze het bij de herdenking gaan voordragen in de Grote Kerk in Edam. Het zijn alleen meisjes.

Het gedicht van Rebecca en Chantal uit 3vmbo-t:

Vier mei, een dag van stilte.

Zenuwachtig door de kilte.

Een dag voor de overledenen.

Speciaal voor de overlevenden.

Voor de slachtoffers die er niet meer zijn.

Dit is absoluut geen gein.

Twee minuten van je tijd.

Want mensen,

Wat er is geweest, is echt een feit.

De leerlingen van Stephan Huisman - hij is 42 en sinds vier jaar leraar, eerder werkte hij bij de televisie - gaan achter de computer zitten en beginnen te googelen. Ze moeten redenen bedenken waarom op 4 en 5 mei de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht. En ze moeten foto's zoeken van de belangrijkste personen uit de oorlog.

Tim, in trainingspak en met een pet op, tikt: Anne Frank kennen we allemaal.

Houdt hij twee minuten stilte op 4 mei?

'Meestal wel. Of eigenlijk altijd.'

Waar denkt hij dan aan?

'Ik denk aan de soldaten die gevochten hebben voor onze vrijheid. De Engelsen. De Amerikanen.'

Awale, uit Somalië, steekt zijn vinger op: 'Heel Europa voerde oorlog en Afrika deed niks?'

Tim stoot Emiel aan en vraagt: 'Wie deden er nou nog meer mee?'

Emiel: 'De Russen.'

Tim: 'Nee man. De Russen waren van Stalin. Die had er niks mee te maken.'

Emiel houdt altijd twee minuten stilte, met zijn hele familie. 'Maar we gaan nooit op zo'n pleintje staan of zo hoor.'

Tim: 'Pleintje?'

Emiel: 'Het monument.'

Een paar maanden geleden, zegt hij, was hij in het Joods Museum in Amsterdam. Hij zag de namen van de joden die waren vergast. De namen van de familie van zijn grootvader stonden er ook bij. 'De vader van mijn vader is de enige die bleef leven', zegt hij. 'Dat vind ik zielig.' Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam