In de zorg staat de patiënt centraal, niet de commercie

Met verbijstering las ik het artikel `Hospitaal wordt echt een bedrijf` (NRC Handelsblad, 22 april). Als het aan minister Hoogervorst ligt, mogen ziekenhuizen op zijn laatst in 2012 winst maken en uitkeren aan aandeelhouders. Het lijden als profijtbeginsel en winstobject. Ziekenhuizen lijken in toenemende mate in overleg met medisch specialisten, en kennelijk met goedkeuring van de minister, te streven naar commerciële vennootschappen waar de zorg op bedrijfsmatige en zo mogelijk winstgevende wijze wordt georganiseerd. Waar is de patiënt in dit verhaal? En waar is de afweging tussen relevante en profijtelijke zorg?

Terecht wordt opgemerkt dat niet alle disciplines in een ziekenhuis winstgevend te maken zijn. Een logisch gevolg daarvan lijkt te zijn dat dit zal leiden tot herverdeling van inkomens tussen zorgverleners aan zwakke en sterke broeders binnen het ziekenhuis.

Als voorbeeld van een zwakke broeder wordt de geriatrie genoemd. Wie zal daar in willen investeren, ondanks het feit dat de relevantie van geriatrische zorg bij een vergrijzende bevolking eerder toe- dan afneemt.

Geruststellend wordt opgemerkt dat het zo`n vaart niet zal lopen en dat men niet verwacht dat aandeelhouders zullen tornen aan de kwaliteit om meer omzet te krijgen. Medici gaan immers voor kwaliteit, zo wordt gesteld.

Vergeten wordt dat de kwaliteit van de zorg niet door de markt wordt bepaald, maar door toewijding en vakmanschap. Met de patiënt als uitgangspunt, als individu en niet als een al dan niet winstgevend te maken object voor behandeling van een enkele ziekte.

In de zorg moet de patiënt centraal staan, niet het commerciële belang. Van de medisch specialist kan niet het eerste worden verwacht, wanneer het tweede door de politiek en managers tot uitgangspunt wordt verheven.

    • Academisch Ziekenhuis Maastricht
    • Prof. Dr. A.C. Nieuwenhuijzen Kruseman