Illusie

Wat zou Henk ten Cate hebben wat Danny Blind niet heeft? De assistent van Frank Rijkaard is meer nekspier, zonder meer. Hij heeft een bijna pathetische flair voor de media. En hij is niet te beroerd om naar boven te likken. Het manna komt van boven, weet Henk al sinds zijn kinderjaren. Misschien nog belangrijker: Ten Cate heeft veel Amsterdamse vriendjes in de publiciteit. Jack van Gelder, om er maar een te noemen.

Iedereen zegt dat hij dit jaar bij Barcelona 'heel belangrijk' was. De assistent stond op dezelfde trap van aanbidding als de coach. Dat is niet zo moeilijk, want Frank Rijkaard creëert het liefst zijn eigen onzichtbaarheid. Hij laat de eer graag aan anderen, al helemaal als de camera's draaien. Rijkaard is geboren met een neerwaartse blik. Zijn trots zit van binnen. Ten Cate daarentegen is een bedreven tapdanser. Hij weet precies wanneer, waar en hoe hij zijn arm om de schouders van Ronaldinho of Eto'o moet leggen. De keeper van Barcelona wordt dan weer zelden betrokken in een innige omhelzing.

Martin van Geel zal het goed kunnen vinden met Henk ten Cate: poseurs onder elkaar. Fabricanten van een goed gevoel, wat zeg ik, van een hemelse vreugde. Mannen die genoeg hebben aan zichzelf. Wat er om hen heen gebeurt, doet er niet zoveel toe. Zeker, ze hebben een hart, een lijflied, een uniformpje en zelfs veel goede bedoelingen. Maar er gaat niets boven de zelfbedachte glorie, met of zonder Champions League.

Danny Blind is een clubman, pur sang. Ajax is zijn ontleende autoriteit. Hij is zoals Rijkaard: de trots zit van binnen. De roes van roem, succes en geldgewin heeft hij als voetballer ook gekend, maar hij gedraagt zich er niet naar. Als ik Danny zie, moet ik altijd denken aan een treinreiziger met een broodtrommeltje. En in uren van veranderend weer aan een man in een praathuisje op de dijk in Zeeland. Klaverjassend met Joop Zoetemelk zou ook kunnen. Als het maar stil blijft

Deze week was Blind boos en verdrietig. Hij voelt zich gepakt door het bestuur van Ajax en zei dat ook met zoveel woorden. Althans, hij vindt dat de club gepakt is door het weifelende bestuur. Zijn kind dus. Ik moest er een beetje om lachen. Blind is niet gebouwd op een cirkelzaag. Hij heeft ook niet de stem om boos te zijn. Danny is beter in zachtaardig gemopper, in een grimas van verongelijking. Hij moet niet proberen Louis van Gaal na te bootsen, dat lukt toch niet.

Blind weet best van zichzelf dat hij als coach van Ajax heeft gefaald. Hij had er ook de assistenten niet voor: olielampjes met de pretentie van zwaailichten. De bank van Ajax was een pastiche van arrivisme. Daar kon de (jonge) coach niet tegenop. Zoals hij ook niet op kon tegen bestuurders, die meer gebiologeerd zijn door de scheiding tussen de krullen en het haar dan door gerichte aankopen.

Ajax: De Lange Leegte.

Ik vrees dat Danny Blind te timide is voor autoritair leiderschap. Ik zag hem het afgelopen jaar zelden met de handen in de heupen staan - toch de levenshouding van Marco van Basten. Hij zal ook niet gauw, zoals de bondscoach, op de Duitse ambassade taart gaan snijden voor een uitgelaten kleuterklas. Danny heeft te weinig fanfare om in de schijnwereld van het voetbal aan de top te staan.

Dat siert hem. Ik mag er niet aan denken dat een schreeuwlelijk als Arsène Wenger ooit een Nederlandse club zou coachen. Wat een ordinaire man, en wat een ordinair voetbal speelde het grote Arsenal dinsdagavond. Dennis Bergkamp ten dode opgeschreven. Wenger heeft, in tegenstelling tot Danny Blind, de reputatie van een goeroe. Wees blij, Danny. Jij kan spuug nog binnenskamers houden. Wenger is een design-proleet: het enige wat hij provoceert is braaklust.

Moet ik mij nu in een begrafenisstemming brengen voor Danny Blind? Ik dacht het niet. Ik wil hem juist feliciteren om de verlossing van een juk dat niet het zijne was. Het juk van een miserabel amateurisme bij een miserabele voetbalclub.

Zal het Henk ten Cate bespaard blijven? Nee dus. Maar het verschil tussen Ten Cate en Blind is dat de eerste al genoeg heeft aan folklore en promotie. Aan een geritualiseerde afrekening met komaf en verleden. Ten Cate consumeert graag de triomf van de allochtoon. Dat gun ik hem als geen ander. Maar niet in de verwachting dat Ajax straks van 'de mensen' wordt. Ajax is verworden tot marmer met barsten. Tot kunst in een instelling voor mindervaliden. Design-socialisme, zeg maar. En op de achtergrond: een legioen van brandstichters.

    • Hugo Camps