'Ik heb gezegd, maar nog niet alles' 'Ik blijf tamboereren'

Generaties scholieren kregen economie uit zijn lesboek. Als wetenschapper, publicist en adviseur is Arnold Heertje voor sommigen briljant, voor anderen omstreden. De professor met de kraakstem neemt woensdag afscheid. 'Ik ga natuurlijk gewoon door.'

Scheidend hoogleraar Arnold Heertje: ‘Ik ben maar een keer of tien naar de rechter gestapt’ (Foto Vincent Mentzel, NRC Handelsblad) Economoom economen Professor Arnold HEERTJE voor een aquarel van Mane Katz uit 1931 in zijn woonkamer.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Naarden,24 april 2006 Mentzel, Vincent

Afgaand op de staat van zijn kantoor aan huis is Arnold Heertje de archetypische verstrooide professor. Het is een puinhoop. De vloer van zijn studeerkamer ligt bezaaid met boeken, tijdschriften en oude kranten. De boekenplanken aan drie muren puilen uit. Als hij een publicatie van zijn hand uit een grote stapel papierwerk wil trekken, dreigt die om te vallen. 'Mmm', mompelt Heertje. 'Ik moet nu echt eens opruimen.'

Maar professor dr. Arnold Heertje, 72 jaar, is niet verstrooid. Hij weet precies waar hij zoeken moet. Ook in zijn ondergrondse bibliotheek. In een donker hoekje van de immense kamer trekt hij een oude doos uit het beweegbare schap. 'Hier', zegt hij, 'dit moet hem zijn.' In de stoffige doos ligt een grote verzameling losse velletjes papier, als in een grabbelton. Het zijn proefwerken en cijferlijsten van leerlingen aan wie Heertje van 1958 tot 1968 les gaf op het joodse Maimonides Lyceum in Amsterdam. 'Ik bewaar álles', stelt hij trots vast. En hij grist een proefwerk uit de doos: Joop Krant, 28 oktober 1967. Een 5.

Joop Krant, voormalig directeur van zakenbank Kempen & Co en tegenwoordig financieel adviseur, is inmiddels 58. Hij herinnert zich nog hoe Heertje lesgaf. 'Heel frivool en geestig. Zat hij aan het begin van de les op zijn hurken midden op tafel. 'Dames en heren', brulde hij dan, 'luistert U goed. Ik ben een koe en ben zojuist gestruikeld over een ijzerdraadje. Ik heb mijn poot gebroken.' En dan vroeg hij uiterst serieus: 'Wat betekent dat voor de economie?' Een prachtig toneelspeler, een bewogen leraar. Nee, het lag niet aan zijn didactiek dat ik onvoldoendes haalde.'

De man die naar eigen zeggen voor het onderwijs in de wieg is gelegd, heeft vorige week zijn toga naar de stomerij gebracht. Komende woensdag houdt de professor zijn afscheidsrede aan de Universiteit van Amsterdam. Na ruim 50 jaar zegt hij de universiteit definitief vaarwel. In 1999 nam hij al afscheid van zijn leerstoel Staathuishoudkunde aan de juridische faculteit - om daarna vrijwillig les te gaan geven op het Vossius Gymnasium. Nu stopt hij als bijzonder hoogleraar Geschiedenis van de Economische Wetenschap. 'Geen dramatisch afscheid, hoor', zegt hij gelaten. 'Ik ga natuurlijk gewoon door met waar ik nog meer goed in ben: lezen, schrijven en publiceren.'

Onderwijzer, wetenschapper, publicist. Arnold Heertje is het allemaal. En nog veel meer. Krantenlezers kennen hem als columnist of schrijver van kritische opiniestukken. Bij het Rotterdamse Speakers Academy is hij te huur als spreker of dagvoorzitter. En hij is verzamelaar van inmiddels zo'n 3.000 antiquarische boeken over economie: zeldzame eerste drukken van Das Kapital bijvoorbeeld, en An Essay on the Principles of Population van Thomas Malthus uit 1798.

Arnold Heertje is ook omstreden. Omstreden vanwege zijn ongezouten meningen die vaak tegen de haren instrijken van bestuurders. En omstreden vanwege zijn reputatie als ruziemaker. 'Dat imago is onderdeel van mijn biografie. Ik kom in opstand als ik mij onrechtvaardig bejegend voel.' Uiteindelijk valt het best mee, zegt Heertje . 'Ik ben een keer of tien naar de rechter gestapt. Over 72 jaar is dat een bescheiden aantal.'

Vroegste bekendheid kreeg Heertje door zijn boek De kern van de economie. Generaties middelbare scholieren leerden aan de hand daarvan de beginselen van de economie. Voor het eerst gepubliceerd in 1962 verscheen er sindsdien elke vier jaar een nieuwe versie. Honderdduizenden zijn ervan verkocht. Op sommige scholen staat het nog altijd op de lijst.

Gerrit Gorter, leraar economie in Sneek: 'Heertje is onmiskenbaar vormgever van het economieonderwijs. Elk lesboek dat na 'De kern' is verschenen is afgeleid van het zijne.' Dat leidde in de jaren zeventig tot een slepende rechtszaak, toen twee economen zijn boek volgens Heertje grotendeels hadden 'gegapt', een fenomeen waar hij sinds de 'roofmoord op de joden' in de Tweede Wereldoorlog allergisch voor is. Tot en met de Hoge Raad vocht Heertje de 'intellectuele diefstal' aan. Hij verloor. En heeft achteraf spijt van de langdurige rechtsgang, omdat die overbodig bleek. 'Ik heb ze uiteindelijk op de gewone manier van de markt afgeslagen. Zij hielden het vak niet bij, konden niet vernieuwen. Ik wel. Zij zijn allang verdwenen, ik niet.'

Na De kern schreef Heertje nog tientallen wetenschappelijke boeken en artikelen, gepubliceerd in binnen- en buitenland. Dat laatste, zegt Heertje enigszins verbitterd, weet helemaal niemand. 'Sinds mijn afstuderen in 1956 hou ik het vak bij. Ik ben geabonneerd op wel veertig internationale tijdschriften. Mijn wetenschappelijke bibliotheek bevat 12.000 boeken. Ik volg alles. Als Coen Teulings [econoom, vanaf maandag directeur van het Centraal Planbureau, red.] een prachtig artikel publiceert in het Economic Journal, zoals laatst, dan zie ik dat als eerste. Maar het is asymmetrisch. Als ík een artikel schrijf in The history of political economy, ziet helemaal niemand dat. Nederlandse economen hebben geen idee. Ze zijn te gierig om al die tijdschriften aan te schaffen. Net als met hun toga's. Die schaffen ze niet aan, zoals ik bij mijn benoeming heb gedaan in 1963, maar die willen ze tegenwoordig lenen.'

Volgens collega-econoom Arjo Klamer is de internationale reputatie van Heertje beperkter dan hij zich voorstelt. 'Heertje is met afstand de meest geciteerde econoom van Nederland. Maar in internationale wetenschappelijke rijtjes staat hij nog niet in de top-40. Zijn bekendheid is omgekeerd evenredig aan zijn wetenschappelijke reputatie.'

Toch, erkent Klamer, heeft Heertje met het boek Economie en technische ontwikkeling, dat hij in 1973 in opdracht van de PTT publiceerde internationaal naam gemaakt. Het werd vertaald in het Engels, het Frans en het Spaans.

Dat weet ook Ad Geelhoed, vanaf 1990 secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken. Met dat boek was Heertje 'de eerste die wees op de noodzaak van technologische innovatie, om te kunnen blijven concurreren op arbeidskosten'. Geelhoed: 'Toen ik in 1990 op EZ aantrad, trof ik beleid aan dat mede was gestoeld op Arnolds ideeën. Hij heeft een grote rol gespeeld in de verschuiving van een defensieve industriepolitiek naar een meer offensieve, waar technologie meer centraal staat.' Dat beleid had nog 'veel effectiever' kunnen zijn als 'meer aandacht aan zijn waarschuwingen was besteed'.

Dat moet frustreren. Voortdurend bruikbare ideeën spuien, maar daar ondanks een prominent PvdA-lidmaatschap niet altijd steun voor krijgen in Den Haag. Klamer, door Heertje een 'grappig' en 'warhoofdig' econoom genoemd, vermoedt althans dat de top van de sociaal-democraten uit beleefdheid wel naar Heertje luistert, maar zijn ideeën niet erg serieus neemt.

Klopt niet, zegt Frank Heemskerk, Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Heertje speelt zowel bij het wetenschappelijk bureau Wiarda Beckman Stichting als bij individuele politici beslist een belangrijke rol. Heemskerk: 'Ik kan hem altijd bellen.' Hij noemt een paar dingen die hij zoal heeft overgenomen. 'Heertje heeft mij het idee bijgebracht dat publiek-private samenwerking niet bestaat, maar dat het gaat om publiek-private constructies. Overheid en bedrijfsleven hebben bij grote projecten hun eigen belangen en moeten daarin concurreren. Dat is heel normaal, en heel gezond.' Ten tweede: 'In de discussie over de eigen verantwoordelijkheid van burgers, wijst Heertje er steeds op dat er dan juist regels nodig zijn.' Heertje zelf geeft daar een voorbeeld bij: 'Bij een feestje kun je kiezen voor een zittend diner of een lopend buffet. Doe je het laatste, dan mag iedereen zelf z'n eten halen. Prima. Maar dan zul je wel moeten afspreken welke tafel eerst mag, om te voorkomen dat iedereen tegelijk aanvalt en er voor de laatsten niets meer is. Soms stuit de vrijheid van mensen nu eenmaal op grenzen. Dan is er coördinatie van de overheid nodig is.'

Zo doet Heertje dat graag: praktische problemen oplossen, gefundeerd op economische theorie. Oud-topambtenaar Geelhoed kon dat waarderen: 'Het is fijn als je als beleidsmaker een onafhankelijke kroongetuige als Heertje achter je hebt staan.'

Onafhankelijk? Arnold Heertje is, met uitzondering van een kortstondige overstap naar DS'70 begin jaren zeventig, zijn hele volwassen leven lang overtuigd lid van de PvdA. Maar wel een kritisch lid, benadrukt partijgenoot Geelhoed. 'Hij heeft steeds onderscheid gemaakt tussen zijn lidmaatschap en zijn rol als wetenschapper. Hij gaat geregeld tegen de partijlijn in. Arnold zal nooit z'n mond houden om de lieve vrede te bewaren.'

Kritisch is de man die naar eigen zeggen ooit 'ministeriabel' was, over oud-premier Wim Kok. Nog voor die aantrad als minister-president, in 1994, had Heertje met een aantal andere PvdA-economen een 'interessante bijeenkomst met veel vruchtbare ideeën'. Kok stelde daar prijs op en kondigde aan dat als hij ooit premier zou worden, hij dit groepje vaker bijeen zou roepen. 'Nooit meer van gehoord', zegt Heertje nu.

Maar dat is niet het ergste. Heertje: 'Kok had in de jaren negentig, toen het economisch goed ging en hij gezag had, dé kans om werkelijk te investeren in de toekomst van Nederland. In de kwaliteit van het bestaan, naar het 'brede welvaartsbegrip' van mijn leermeester Piet Hennipman. Zorgen voor groei, maar met oog voor cultuur, natuur en milieu, de niet-reproduceerbare goederen. Dat heeft Kok verzuimd. Nee, de geschiedenis zal zeer negatief over Wim Kok oordelen.'

Heertje 'Ik blijf tamboereren'

Heertje zelf acht het zijn belangrijkste taak om 'zich niet gedeisd' te houden in het publieke debat. Eén keer had hij, achteraf gezien, toch liever wel zijn mond gehouden. Niet in een politieke kwestie, maar een zakelijke.

Heertje was, als adviseur van het Amsterdamse effectenhuis Leemhuis & Van Loon, in de zomer van 1997 een belangrijke tipgever in de grote Clickfonds-zaak, waarbij tientallen mensen strafrechtelijk zijn vervolgd voor onder meer beursfraude. Na jarenlange procedures bleek justitie lang niet alle zware verdenkingen te kunnen waarmaken. Heertje zelf beweerde destijds als getuige dat hij slechts 'indrukgever' was geweest en dat officier van justitie Henk de Graaff zijn opmerkingen, tegen gemaakte afspraken in, een te zware lading had gegeven. Volgens Heertje nu was het gesprek destijds 'informeel' en 'op verzoek van het OM'. 'Uiteindelijk', zegt hij, 'is in de rechtszaken gebleken dat ik niet de gouden tipgever was.'

Volgens Victor Koppe, advocaat van een van de hoofdverdachten, is dat onzin. 'Er bestaat geen enkele twijfel over hoe het is gegaan. Heertje heeft ooit eens college gegeven aan mensen van de Belastingdienst. Daar heeft hij toen tijdens de koffiepauze zo'n beetje verteld wat er allemaal loos zou zijn bij de bank waar hij adviseur was: Zwitserse coderekeningen, via welke de directie geld zou witwassen. Op basis daarvan is het OM gaan graven. Er liep inderdaad ook al een ander onderzoek naar misbruik van voorwetenschap.' Pijnlijk voor Heertje - en voor hem het bewijs van zijn onschuld - was, dat de eerste man die bij Leemhuis & Van Loon werd gearresteerd, zijn goede vriend Han Vermeulen was. De zaak tegen Vermeulen werd geseponeerd. Maar hij had wel vijf weken vast gezeten. Niettemin heeft hij geen enkele wroeging jegens Heertje, laat hij weten. 'We zijn nog altijd goed bevriend.'

Ook in een andere fraudezaak, tegen de Canadese zakenman Gerry de Klerk, zou Heertje aanwijzingen aan justitie hebben gegeven. De Klerk, die uiteindelijk werd vrijgesproken, vindt dat nog steeds onbegrijpelijk. 'In 1992 heb ik kortstondig van zijn diensten als adviseur gebruikgemaakt. Het leverde niet veel op. Vijf jaar later uit hij tegen justitie allerlei aantijgingen tegen mij.' De Klerk heeft een miljoenenclaim tegen de Nederlandse staat ingediend. Niet tegen Heertje. 'Ik snap weliswaar niet dat hij mij dit heeft aangedaan, maar ik heb nog altijd grote bewondering voor hem als wetenschapper. Hij is briljant.' Volgens Heertje is hij in deze zaak inderdaad door justitie gehoord, maar niet om beschuldigingen tegen De Klerk te uiten. 'Enkel omdat De Klerk van de ene op de andere dag vertrokken was. Hij was kennelijk op de vlucht geslagen om redenen die ik niet ken.'

Heertje kan zich niet langer druk maken om de zakelijke kwesties die hem worden nagedragen. Een dreigende schadeclaim van twee Clickfonds-verdachten is er nooit gekomen. 'Ik heb voor hetere vuren gestaan', zegt hij met opnieuw een verwijzing naar de zwarte oorlogsjaren. Hij verloor familieleden en vrienden. Zelf zat hij als jochie - Nollie werd hij genoemd - drie jaar ondergedoken.

Bovendien is hij milder geworden, bezweert hij, en minder agressief. Eigenlijk al sinds een andere traumatische ervaring: het overlijden van zijn jongste zoon, in 1991. 'Mijn gevoel om tot reflectie en bezinning te komen is erdoor versterkt. Ik ben minder impulsief geworden.' Maar nog dagelijks denkt hij eraan terug, die nacht in maart dat Patrick gevallen was na een aanval van epilepsie, 25 jaar oud, en nooit meer was opgestaan. 'Mijn vrouw en ik zijn er niet overheen, maar wel doorheen gekomen.'

En gelukkig, verzucht hij, is hij er niet minder productief door geworden. Hij bleef lezen, hij bleef schrijven, hij bleef publiceren, hij bleef 'tamboereren'. En dat blijft hij doen. Ook na woensdag, als emeritus. Goede kans dat Heertje zijn rede zal afsluiten met dezelfde woorden als in zijn eerste afscheidsrede in 1999. 'Ik heb gezegd, maar nog steeds niet alles.'