'Ik ben een gewone vader'

De terreurgroep Islamitische Jihad gaat door waar Hamas - voordat het de wapens neerlegde - gebleven was. De nieuwe generatie leiders is compromisloos, dodelijk en ongrijpbaar.

'Zonder ons zal er geen vrede en stabiliteit zijn.'

De nieuwe generatie leiders van de terreurgroep Islamitische Jihad: Abu Achmed Abu Salama

Het jongensachtige lachje smelt van het gezicht van Mahmoud Sa'adi, de 27-jarige leider van de Palestijnse Islamitische Jihad.

Hij oogt met zijn twee mobiele telefoons, Boss-overhemd en modieuze broek als een jonge bedrijfsmanager in plaats van de hardcore-militant die door het Israëlische leger wordt gezocht.

Als jouw enige dochtertje groot is geworden, Mahmoud, en door jouw gewapende broeders wordt gerekruteerd voor een zelfmoordaanslag in Israël, hou je haar tegen of moedig je haar aan, was de vraag.

Hij stopt een foto van zijn 3-jarige Mariam, een grootogig, beeldschoon popje, haastig terug in zijn portefeuille en maakt aanstalten op te staan van de rondbuikige, Arabische bank die is bezaaid met Oosterse kussens en pluizige beertjes. Dit is niet zijn huis, maar een van zijn vele onderduikadressen in het vluchtelingenkamp van Jenin.

Nors, halfbegrijpend, met zijn slaapzak al onder de arm: 'Ik hoop dat er dan geen bezetting meer is en de strijd is beëindigd.'

Kom op, wat een ontwijkend antwoord. Wat doe je als vader?

Hij schudt nee: 'Nee, khalas, genoeg. Heb je verder nog vragen, ik moet weg.'

Staande in de deur van het kleine, pastelgroen beschilderde appartement, waar zelfs een warme woestijnwind de geur van vochtschimmel niet kan verdrijven, groet hij toch beleefd en zegt: 'Wij lijken meer belang te hechten aan de dood dan aan het leven. Ik ben geen lafaard, ik ben ook een gewone vader. Maar het is nu eenmaal zo dat wij als moslims ons bezette land moeten bevrijden of sterven in de poging daartoe. Er is geen keus.' En weg zijn Sa'adi en zijn nog jongere lijfwachten.

Een dag later, in het kantoortje van PalToday.com, een Arabische fondsenwervende internetsite van Islamitische Jihad in Gazastad, heeft Mohammed Abu Achmed Abu Salama (32) minder moeite met een rechtstreekse, persoonlijke vraag over zijn drie zoons. Hij leidt de Jeruzalembrigades, de 'militaire vleugel' van Islamitische Jihad.

Wegens zijn betrokkenheid bij tientallen aanslagen op de inmiddels afgebroken Israëlische nederzettingen en aanvallen op leger- en grensposten wordt hij geïntroduceerd als 'de ingenieur' en zijn bewakers spreken hem aan met sjeik. Het martelaarschap legt hij uit, wordt uit eigen, vrije wil en overtuiging gezocht. 'Wij dwingen niemand. Ik heb nog nooit iemand verplicht of betaald. We zorgen alleen wel voor de families. Dus ik zal mijn zoons nooit dwingen of vragen. Maar als een van hen uit eigen vrije wil de wens uitspreekt zich in dienst van God te stellen, dan zal ik hem alles leren wat ik weet en hem bemoedigen, want het is een beslissing van God. Ik zal om hem treuren, maar ook trots op hem zijn en hem altijd eren.' In die 'traditionele' sfeer worden zijn zoons ook opgevoed, net als hij zelf vroeger. Dat anderen dat indoctrinatie noemen, laat hem onberoerd.

Sa'adi en Abu Salama behoren tot de nieuwe generatie van leiders en veldcommandanten van Harakat Al-Jihad al-Islami al-Filastini, de extremistische organisatie die de zwaarste aanslagen (Dolphinarium Disco, Bus 2 in Jeruzalem, Meggido, Maxim's in Haifa) uitvoert. Klein in aantal en aanhang, anti-establishment, anti-Fatah, compromisloos, dodelijk, terroristisch, ongrijpbaar, zo kan Islamitische Jihad beschreven worden, al tien jaar lang, sinds de eerste moorden op de Israëlische taxichauffeurs Haim Azran en Yisrael Kitaro in oktober 1986 in Gazastad, waar joden toen nog graag en goedkoop gingen winkelen.

Islamitische Jihad, geworteld in de massale vluchtelingenkampen, gaat door waar Hamas, de grootste moslimfundamentalistische organisatie in de Palestijnse gebieden, 'het gewapend verzet' heeft gestaakt en regeringsverantwoordelijkheid draagt. Iedere week worden vanuit Jenin, Nablus en Tulkarm jonge militanten door Islamitische Jihad richting Israël gesmokkeld; de meesten van hen worden onderschept, verraden of gedood, maar de Israëlische verdedigingslinies zijn niet waterdicht, ook niet de muur op Palestijns gebied, bleek eerder deze maand opnieuw in Tel Aviv.

De meeste voorgangers van Sa'adi en Abu Salama zijn geliquideerd, gearresteerd en de hoogste, politieke leiders van de Palestijnse Islamitische Jihad zijn uitgeweken naar Damascus, waar het fondsenwerven in betrekkelijke rust kan geschieden. Abu Salama staat net als Sa'adi op de Israëlische 'dodenlijst'. Sa'adi ontsnapte 48 uur eerder, met zijn slaapzak onder zijn arm, uit een nachtelijke omsingeling van zijn schuiloord door een eenheid van Israëlisch-Druzische commando's.

Twee broers en twee neven werden in de afgelopen jaren geliquideerd, zijn oudste broer Bassem zit in de gevangenis, net als een tante. Abu Salama wist donderdag te ontsnappen aan een raketbeschieting, waarbij twee van zijn ondergeschikten werden gedood. Iedere dag opnieuw neemt hij voor altijd afscheid van zijn familie: 'Zij weten dat ik een doelwit ben.'

De contacten met hen werden gelegd via plaatselijke Palestijnse journalisten, de Al-Jazeera-correspondent in Jenin, en de correspondent van Al-Manar (Hezbollah-TV) in Gazastad, die eerst het buitenlands bezoek hebben gescreend. Sa'adi en Abu Salama praten graag over hun motieven, de werkwijze en geschiedenis van Islamitische Jihad, Hamas, de verbroken bestanden en de nimmer eindigende aanvallen op gewone Israëliërs. Het is een verhaal over verbitterd fanatisme en duisternis, om Amos Oz te parafraseren.

Tot het takenpakket van politiek leider Sa'adi behoren uitleggen, verklaren, persberichten schrijven, (telefonische) interviews geven aan de Israëlische televisie en dagblad Yedioth Ahronot en manifestaties organiseren om de 'martelaren' te eren en geslaagde 'operaties' te vieren. Hij heeft een knipselmap met foto's bij zich van 'geslaagde' operaties en van betogingen; grimmige optochten van gewapende jongemannen en vrouwen die hun gezichten verbergen achter zwarte maskers met goudgele Koranteksten. Op straat zijn de meeste jihadisten overigens makkelijk herkenbaar aan hun getrimde baarden, zwarte jassen en beige overhemden; de vrouwen van Islamitische Jihad dragen meestal zwarte burqa's, sommigen zelfs zonder oogspleet.

Als zijn oudere broers, zijn neven en vrienden niet waren geliquideerd of levenslang waren opgesloten, zou Mahmoud Sa'adi geen politiek commandant zijn geworden. Dan zou hij zich volledig hebben gewijd aan zijn reinigingsbedrijfje dat de scholen van de Palestijnse Autoriteit en de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen schoon houdt. Of misschien zou hij wel een 'echt goed' restaurant hebben geopend, een droom die hij koestert sinds zijn tijd als kelner in een Israëlisch-Arabisch restaurant in Herzliya, een voorstad van Tel Aviv. 'Ik heb daardoor nog steeds goede vrienden in joods Israël.'

Daar en in de gevangenis ('maar 39 maanden') leerde hij Hebreeuws en dat komt goed van pas in zijn contacten met de Israëlische media. De gevangenisbibliotheek was zijn universiteit. Maar nu zijn broers en neven zijn weggevallen, zegt hij geen andere keus te hebben. 'Kijk hier in Jenin om je heen, het is een miserabel leven.'

De stad is omsingeld, volledig afgegrendeld, iedere nacht doen leger en politie invallen en speciale eenheden voeren executies uit. Bij de rechtstreekse organisatie van aanslagen is hij, als gevolg van de cellenstructuur van Islamitische Jihad, niet betrokken, maar dat maakt natuurlijk geen verschil. Hij verdedigt martelaars-operaties als 'ons enige wapen, want wij hebben geen legers, tanks en F-16's'. De opmerking dat Israël natuurlijk het volste recht heeft zichzelf te beschermen tegen zijn onvermogen de joodse staat te aanvaarden, beantwoordt hij met een lange reeks 'Israëlische misdrijven en leugens'.

Abu Salama laat zich - zeer verrassend - zonder masker fotograferen, maar over zijn echte naam doet hij ingewikkeld. Hij opereert meestal ondergronds. Hij traint zijn brigades, die vrijwel dagelijks Israëlische kibboetsen en de steden Sderot en Ashkelon bestoken met amateuristisch gemaakte raketten. Het verzoek om zo'n wapenfabriekje te mogen bezichtigen, wijst hij af.

In tegenstelling tot Sa'adi heeft Abu Salama, geboren in het vluchtelingenkamp Jabalya, geen ambities en geen andere dromen dan de bevrijding van Palestina; hij was twaalf jaar toen de eerste intifadah uitbrak. Zijn vader was betrokken bij de oprichting van Islamitische Jihad in de winter van 1982-1983. Hij is nog nooit buiten de immer turbulente, claustrofobische Strook van Gaza geweest. Op zijn eerste buitenlandse reis, of juister: een poging daartoe drie weken geleden, kwam hij niet verder dan de Egyptische grenspolitie bij Rafah. Egypte heeft de grens voor jihadisten als hij gesloten. 'Ik ben geen terrorist en wij zijn ook niet bijzonder stom, kortzichtig en contraproductief bezig, zoals jij zegt. Het is geen schande, het is geen misdaad om door middel van gewapend verzet en, wat jullie journalisten terreuraanslagen noemen, onze gestolen rechten op te eisen en ons land te bevrijden. De Hollanders bevochten de nazi's toch ook?'

Andere boeken dan de Koran leest hij nauwelijks en al voor zijn geboorte hadden de fundamentalisten van de Mujama, de sociaal-religieuze beweging van de onderwijzer sjeik Achmed Yassin (die later, in 1987, Hamas zou oprichten), de bars, de clubs met buikdanseressen, restaurants en meeste videozaken in Gazastad gesloten. Vrouwen werden al in de jaren zeventig en tachtig gedwongen zich zedig te kleden en homo's kunnen zich beter verbergen in georganiseerde huwelijken.

Tv-kijken is zijn enige hobby, en dan vooral naar Al-Jazeera Sport met zijn drie zoons. Ajax is hun favoriete, Europese club. 'Wanneer denk je dat het bestuur van Ajax coach Blind inruilt voor Frank Rijkaard', wil Abu Salama weten. Hij weet dat Ajax een 'jodenclub' wordt genoemd, Al Jazeera heeft eens een item gemaakt over de slogans ('Hamas, Hamas, alle joden aan het gas') van bezoekende fans. 'Ik haat de joden niet, wij zouden zoiets nooit zeggen. Ik haat Israëliërs om wat zij ons hebben aangedaan, maar niet alle vingers van een hand zijn gelijk. En sport heeft niets te maken met onze strijd.'

Sa'adi noch Abu Salama kunnen, juister, willen niet begrijpen dat hun acties en uitspraken de Israëliërs (en Europese en Amerikaanse regeringen) alleen maar sterken in hun opvatting dat Islamitische Jihad en Hamas gewelddadige vleugels van de politieke islam zijn. De internationale druk om Israël te erkennen wordt beschouwd als een politieke valstrik: 'Wat hebben Arafat en Abbas ooit bereikt met de erkenning van Israël? Helemaal niets.'

Abu Salama: 'Wat krijgen wij daarvoor terug. Ons land? Welnee, Israël gaat gewoon door met het bouwen van nederzettingen en het verjoodsen van Jeruzalem en weigert gelijk over te steken. Wat doet Europa daar aan? Niets. Waarom zien de Europeanen alleen de doden en gewonden in Tel Aviv en niet de dertig Palestijnen die de week daarvoor werden gedood?'

Sa'adi: 'Iedere Nederlander, iedere Europeaan begrijpt meteen waar wij het over hebben als hij of zij een week in het kamp van Jenin heeft gewoond, één week maar.'

Jenin en het omringende district is voor al het personenverkeer gesloten, humanitaire gevallen uitgezonderd. Vaste en zogeheten 'vliegende' checkpoints omringen de stad, op de toegangswegen wordt dag en nacht gepatrouilleerd en de paden naar de dorpen zijn geblokkeerd met betonblokken, hopen aarde en bouwafval. Toch slaagt de organisatie van Sa'adi er voortdurend in zelfmoordaanslagen in Israël uit te voeren. Het enige wat hij daarover wil zeggen is: 'Dit is ons land, wij kennen dus alle wegen beter dan wie ook. Niemand en niets kan ons tegenhouden, ook de muur niet, echt niet.'

Abu Salama: 'Als de Israëliërs stoppen, stoppen wij ook.' Op dat moment trilt Gazastad voor de derde maal in een uur op zijn grondvesten als gevolg van de Israëlische artilleriebeschietingen. Dag en nacht worden de landerijen rondom Gazastad bestookt om de Al-Qudsbrigades van Abu Salama af te schrikken. Wie de grenspost Erez, de doorgangspoort naar de gevangenis Gaza, passeert, maakt meteen kennis met het angstwekkende gedreun van inkomende granaten. 'Zij gaan door, dus gaan wij ook door. De Israëlische bezetting weegt zwaar op onze borst. Er kan geen vrede zijn als zij niet stoppen.'

In Gaza neemt de spanning bijna tastbaar toe, er wordt gepraat over een burgeroorlog: regeringsgebouwen en banken worden zwaar bewaakt, de geldmachines van de banken zijn met stalen luiken afgesloten. Langs de doorgaande weg van Gazastad naar Rafah wordt op een zomerse maandag in het bestek van drie kwartier een auto met militanten beschoten en raken even verderop, bij een vestiging van de Al-Qudsuniversiteit, aanhangers van Hamas, die een poster wilden opplakken, in een fel gevecht met de Fatah-bewakers van het complex. President Abbas kan hier niet meer vrij en veilig rondreizen.

Israël maakt in de wereld van de jihadisten deel uit van de krachten van het kwaad, onwetendheid en ongelovigheid(jabilyya). En alleen door middel van een heilige strijd (djihad) kan de staat van oorlog (dar al-harb) overwonnen worden. Het was met name sjeik Izz ad-Din al-Qassam, een charismatische Syriër, die in de jaren dertig van de vorige eeuw op deze wijze de Palestijnse nationale zaak verbond met de politieke islam. Al-Qassam, bijgenaamd de struikrovers-sheik, werd in 1936 door Britse soldaten gedood en is sindsdien een bron van inspiratie voor islamitische Palestijnen .

Dr Nafez Azzam is algemeen politiek leider en mede-oprichter van Islamitische Jihad in de Gazastrook. 'Ik herinner mij', vertelt de meestal stuurs-fronsend kijkende leider, 'dat wij als jonge studenten met de beeltenis van sjeik Al-Qassam op onze T-shirts demonstreerden en dat de leiding van de Moslimbroederschap daar geen prijs op stelde. Wij vonden het Broederschap te gematigd en te weinig gericht op de Palestijnse zaak.'

Azzam studeerde samen met oprichter dr Fathi Shikaki (in '95 in Malta vermoord door de Mossad na een aanslag in Netanya) medicijnen in Kaïro, werd met Shikaki Egypte uitgezet en woont sindsdien in de wijk Brazil in Rafah, plaats annex kamp aan de grens bij Egypte. Rafah is door de wereldberoemde Palestijnse socioloog Edward Said het 'ground zero' van het Israëlisch-Palestijnse conflict genoemd; hier wonen de armsten van de armsten en ook de radicaalste militanten. Alleen in grijs, grauw, barstensvol Rafah is Azzam betrekkelijk veilig. Het straatbeeld wordt bepaald door de zwarte vlaggen van Islamitische Jihad en de groene vlaggen van Hamas, massa's spelende kinderen en hangende, werkloze mannen, die hun tijd doorbrengen, afwisselend in de koffiehuizen en de moskeeën. Voor velen van hen staat de islam gelijk aan Hamas en Islamitische Jihad. 'Een goede moslim steunt een van beide organisaties, een slechte moslim kiest Fatah of de communisten', stelt professor Beverly Milton-Edwards van Queens University in Belfast in haar standaardwerk Islamic Politics in Palestine.

Hamas en Islamitische Jihad komen uit dezelfde religieuze school, delen de schriftelijke inspiratiebronnen, niet alleen van sjeik Al-Qassam, maar ook van de grondlegger van de Moslimbroederschap, de Egyptenaar Hassan al-Banna. De soennitische oprichters van Islamitische Jihad voelden zich bovendien aangetrokken door de revolutionaire successen in Libanon (Hezbollah) en Iran (ayatollah Khomeiny in 1979).

Hamas groeide wel uit tot een massabeweging en Islamitische Jihad niet. Het ontbreken van een charismatische leider, die kon concurreren met de verlamde, halfblinde sjeik Achmed Yassin, speelt daarbij een rol. Maar vooral de keuzes van Fathi Shikaki en anderen waren bepalend. Islamitische Jihad moest in hun optiek een kleine, zeer gedreven voorhoede vormen, geen populistische massaorganisatie en zeker geen politieke beweging.

'Onze disputen met Hamas waren vooral tactisch en politiek van aard, nooit religieus of ideologisch. Het ging voornamelijk over deelname aan verkiezingen of niet', vertelt Azzam. De conflicten liepen hoger op dan Azzam doet voorkomen. De oprichters van Islamitische Jihad vonden de Moslimbroederschap en de daaruit voortvloeiende Mujama (Islamitisch Congres) niet radicaal genoeg. Het feit dat sjeik Yassin geld aannam van Israël, toestemming zocht en kreeg voor het exploiteren van een liefdadigheidsorganisatie en in 1987 als leider van Hamas de later premier Rabin ontving, viel slecht bij de radicalen.

'Maar wij hebben alle vroegere disputen over deelname aan de verkiezingen en de regering opzij gezet en wij steunen Hamas volledig, want Hamas dreigt gewurgd te worden', zegt Azzam. Verwacht hij dat Hamas de koers zal verleggen onder de druk van president Abbas, Fatah, de VS en Europa en gaat praten met Israël? Hij wacht even tot het gebulder van laag overvliegende F-16's is verstomd. Zijn spelende kinderen kijken niet eens meer op van de decibellengolf en de trillende raamkozijnen. 'Welkom aan het front van de botsende beschavingen en godsdiensten', grijnst hij ironisch. Dan: 'De uiteindelijke doelen van onze bewegingen kunnen nooit gewijzigd worden, omdat zij zijn verankerd in de Koran. Hamas en Islamitische Jihad zullen Israël nooit erkennen. We kunnen reageren op politieke ontwikkelingen, we kunnen tactische keuzes maken, we kunnen via derden praten en we kunnen bestanden sluiten als Israël zich helemaal terugtrekt uit de bezette gebieden, uit Oost-Jeruzalem en de vluchtelingen laat terugkeren, maar we kunnen over de hoofdzaken - Palestina en Jeruzalem - nooit een compromis sluiten. Hamas ook niet. Iedere moslim heeft de plicht te strijden voor de herrijzing van het islamitisch kalifaat en de herovering van onze heilige plaatsen. Hamas heeft daarom aan ons ook nu niet gevraagd om de strijd op te geven. Dat zullen zij ook niet doen.'

Een dag eerder zei Mahmoud Sa'adi in Jenin: 'Als Hamas bezwijkt onder Amerikaanse en Europese druk dan is dat een vorm van hoogverraad. Dat zal nooit geaccepteerd worden door de Palestijnse bevolking. Dan onstaat er een burgeroorlog.'

Geen plausibel scenario, want Hamas zal nooit de tweestaten-oplossing, met een Madurodam-landje voor de Palestijnen accepteren, denkt dr Nafez Azzam - de verwoeste achterpui van zijn huis herinnert aan een Israëlische operatie in Brazil in 2005. 'Hamas houdt stand en zal nooit zwichten en instemmen met de diefstal van Palestina, land van de Dar al-Islam. Daar ben ik ten diepste van overtuigd. Het risico is veel groter dat broeder Abu Mazen (de koosnaam van president Abbas, red.) met de hulp van Amerika en Israël de macht grijpt en de Hamasregering naar huis stuurt of op een andere manier ten val brengt. Dan is de laatste kans op vrede in de vorm van een langdurig bestand, een hudna, verspeeld. Waarom begrijpen Europeanen, Amerikanen en zelfs Israëliërs niet dat vrede in het Midden-Oosten alleen gesloten kan worden met Hamas en met ons? Zonder ons zal er geen vrede en stabiliteit zijn. Waarom begrijpt men niet dat de islamitische revolutie in de Palestijnse gebieden een onomkeerbaar feit is? Wij zijn opgestaan als een phoenix uit de vlammen van de voortdurende oorlog die sinds 1948 tegen ons wordt gevoerd.'