Hoe innig was Juliana met Greet Hofmans?

Werd Juliana verdacht van een lesbische relatie met Greet Hofmans? Werd de rebelse koningin getemd met electroshocks? Schrijver Ger Thijs suggereert dit soort opzienbarende zaken in zijn toneelstuk Juliana, maar de Rijksvoorlichtingsdienst onthoudt zich dit keer van commentaar. Een woordvoerder: 'Het stuk is op ware feiten gebaseerd, maar verder betreft het de interpretatie van de schrijver. Daar doen we verder geen mededelingen over.' Juliana gaat morgen in première, met Renée Soutendijk in de hoofdrol.

Renée Soutendijk (links) als Juliana met Marisa van Eyle als Greet Hofmans. Foto Joris van Bennekom Bennekom, Joris van

Eerdere toneelstukken over het Koninklijk Huis werden door het kabinet wél begroet met openlijke afkeuring en zelfs met een subsidiestop. Nog in februari reageerde het Koninklijk Huis negatief op een uitnodiging voor Juliana's Derde Weg: 'U kan niet verlangen van leden van het Koninklijk Huis dat zij toneelvoorstellingen bezoeken die een interpretatie weergeven van hun ouders c.q. grootouders, die anders is dan de wijze waarop zij die zelf gekend hebben.'

Dit keer houden koningin en kabinet zich op de vlakte. Terwijl Thijs in zijn stuk een gevoelige crisis aansnijdt: de Greet-Hofmansaffaire van 1956, toen Juliana, na het advies van de commissie-Beel, werd gedwongen haar vriendin Hofmans het paleis uit te sturen. 'De Raspoetin van Soestdijk' zou de vorstin in haar ban hebben.

Thijs: 'Ik maak geen historisch Madame-Tussaudtheater. Ik speel met gedachtes over hoe het had kúnnen gaan. Uitgangspunt is de vraag: hoe kan het dat zo'n eigenwijze vorstin opeens buigt voor zo'n commissietje? Een van de suggesties die ik opwerp is dat oud-premier Beel haar heeft gechanteerd met de opmerking: 'Ik heb de indruk dat u het bovennatuurlijke met het tegennatuurlijke heeft verward. Als dat bekend wordt...'. Maar ik laat Juliana geschokt reageren op de suggesties van lesbische liefde. Ik geloof niet dat zij wist hoe zoiets kón, technisch gezien. Deze vriendschap was wel innig, maar ik zie in Hofmans meer een moederfiguur.'