'Hier wordt geen kind beter van'

Voortaan moeten de gemeenten de zwaardere jeugdzorg verlenen, luidt een advies. Gedeputeerde Esmeijer vindt dat niet verstandig. 'Hier zit geen gemeente op te wachten.'

Hans Esmeijer, gedeputeerde in Gelderland en bestuurder in het Interprovinciaal Overleg, de belangenorganisatie van de provincies: 'Niemand is tegen een beter jeugdbeleid, maar hier worden de kinderen die hulp nodig hebben niet beter van.'

In de jeugdzorg moet het kind centraal staan. Het lijkt een open deur, maar dat was toch de kern van het advies van Steven van Eijck, commissaris voor jeugd- en jongerenbeleid, deze week aan het kabinet.

Van Eijck, die in opdracht van vijf ministeries het jeugdbeleid onderzoekt, oordeelde dat de instanties centraal staan in het jeugdbeleid in plaats van de verwaarloosde of mishandelde kinderen. Daarnaast schiet de hulp tekort doordat hulpverleners onvoldoende samenwerken. Het is bovendien vaak onduidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Volgens Van Eijck moet de jeugdzorg efficiënter worden door duidelijke verantwoordelijkheden, minder partijen en minder bureaucratie.

De meest verstrekkende aanbeveling van Van Eijck was het overhevelen van de zwaardere jeugdzorg naar de gemeenten. Sinds de invoering van de Wet op de jeugdzorg (in januari 2005) vallen de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders van zwaardere jeugdzorg onder de provincies. Binnen de gemeenten zou een wethouder Jeugd verantwoordelijk moeten worden; niet alleen voor preventieve taken als opvoedingsondersteuning, maar ook voor de gespecialiseerde, zwaardere jeugdzorg.

De provincies zijn verbijsterd, zegt Hans Esmeijer, gedeputeerde in Gelderland en bestuurder in het Interprovinciaal Overleg, de belangenorganisatie van de provincies: 'Niemand is tegen een beter jeugdbeleid, maar hier worden de kinderen die hulp nodig hebben niet beter van.'

De provincies verliezen in het plan van Van Eijck een belangrijke taak en daarmee macht. Ligt de pijn daar?

'Natuurlijk, iedereen denkt dat het om macht gaat. Maar daar gaat het niet om. De wet op de jeugdzorg is ruim een jaar geleden ingegaan. We hebben keihard gewerkt om de nieuwe taak, met de bureaus jeugdzorg, vorm te geven. De publieke sector gaat kapot aan voortdurende grootse herontwerpen en organisatorische reconstructies.'

Het jeugdbeleid is verkokerd, zegt Van Eijck. Dan is het toch logisch om er een bestuurslaag uit te halen?

'De verkokering zit voornamelijk tussen de vijf ministeries die allemaal over een deel van het jeugdbeleid gaan. Elk hebben ze hun eigen regels en hun eigen budget. Geld voor hulp aan een autistisch kind komt gedeeltelijk via het ministerie van Onderwijs en deels via VWS. Aan beide ministeries moet met een hoop papierwerk verantwoording worden afgelegd. Van Eijck wil wel een minister voor Jeugd in het volgende kabinet, maar hij zegt niets over het takenpakket van die minister. Hij laat de verkokering op landelijk niveau gewoon intact.'

Waarom is het rampzalig als de gemeenten verantwoordelijk worden voor de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders?

'De gemeenten zijn verantwoordelijk voor preventie. Als een kind spijbelt moet er op die school een belletje gaan rinkelen en direct actie worden ondernomen. Spijbelen is vaak een voorbode van een hoop ellende. Van Eijck stelt voor om de preventieve zorg te concentreren in toegankelijke centra voor jeugd en gezin in elke wijk. Zodat ouders en kinderen op één plek alle hulp kunnen vinden. Wij zijn daarvoor, voorkomen is beter dan genezen. Voor zwaardere jeugdzorg kan worden doorverwezen: naar één ingang, één telefoonnummer, namelijk dat van bureau jeugdzorg. Daar zitten de experts, daar zitten de vertrouwensartsen. Heel overzichtelijk. Gemeenten hebben die expertise niet.'

De experts die nu binnen de provincie werken kunnen de gemeenten toch bijstaan?

'Er zijn 458 gemeenten. Moeten er experts naar al die gemeenten? Zoveel hebben we niet in huis. Bovendien krijg je grote versnippering. Niet elke gemeente heeft de omvang van Rotterdam. Ik heb binnen Gelderland een gemeente met 1.800 inwoners. De meeste gemeenten zitten echt niet te wachten op die taak erbij.'