HET HOOGSTE WOORD

In Nederland kent niemand de president van de Hoge Raad.

Het hoogste rechtscollege lijkt hier, heel anders dan in Amerika, meer op een geheim genootschap. De raadsheren en advocaten-generaal mogen alleen procedures van lagere rechters beoordelen. Maar ze willen meer: 'We zijn het enige land in Europa dat zijn wetten niet aan de Grondwet toetst.'

'Ik werk hier nu vijf jaar', zegt Melanie Meessen, onderzoekster bij de strafkamer van de Hoge Raad, 'maar nog steeds, elke keer als mijn telefoon gaat, denk ik, het zal wel verkeerd verbonden wezen.'

De Hoge Raad der Nederlanden, vooraanstaand staatsorgaan sedert 1504, hoogste rechtscollege binnen het Koninkrijk sedert 1838.

Als Eveline Hartogs, de huidige griffier, de heerlijkheden van het prachtgebouw waarin zij haar werkzaamheden verricht afdoende bezongen heeft, zucht ze: 'Maar het kan hier héél stil zijn, hoor.'

En inderdaad.

Wie een hectische broodwinning prefereert, die moet het fraaie Huis Huguetan aan het Lange Voorhout in Den Haag, waarin de Hoge Raad resideert, al evenzeer vermijden als de lelijke, uit glas en metaal opgetrokken aanbouw daarachter. In die aanbouw zitten de veelal jonge wetenschappelijke medewerkers eenzaam en in zwijgzaamheid over hun dagelijks portie dossier gebogen.

Na een paar weken dwalen door de gelambriseerde, gestuukte en van een enkele De Lairesse voorziene werkvertrekken van de raadsheren of over de gietijzeren trappen van het bijgebouw kan ik bevestigen wat iedereen me onderweg in enigerlei vorm voorhield.

'Hier? Bij de Hoge Raad? Hier gebeurt niks.'

Nu ja niks?

Een middag stroomt het gebouw vol met het buitenleven en verdringen de camera's van nova, RTL, SBS en NOS-journaal elkaar in de Grote Zittingzaal. Die middag leest mr. Carel Bleichrodt, de voorzitter van de strafkamer, in verkorte versie de uitspraak van de Hoge Raad voor in de zaak tegen de veronderstelde gifmengster Lucia de B. Als de voorzitter uitgesproken is, staat er in een zijzaaltje voor de journalisten koffie of thee klaar. Ze roepen allemaal om een nadere toelichting. Zo'n ingewikkelde uitspraak, niemand snapt de reikwijdte.

Maar helaas, de Hoge Raad kent het instituut van de persraadsheer niet. De uitspraak moet voor zich spreken. Eveline Hartogs, de griffier die wel het contact met de pers onderhoudt maar die zelf geen toelichting geven mag, loopt onrustig tussen het persvolkje door om te zeggen dat ze niks kan zeggen.

Die middag melden zelfs de beste kwaliteitskranten dat de Hoge Raad Lucia de B. heeft veroordeeld. En dat is precies wat de Hoge Raad niet doet.

'Het strafklimaat in Nederland is er niet gunstiger op geworden, dat is zeker.'

Mr. Leo van Dorst, raadsheer sedert 1999

Misschien is het onbegrip bij de buitenwacht wel de reden waarom mijn verzoek om een tijdje in het huis Huguetan te mogen rondlopen uiteindelijk gehonoreerd werd. In het Nederlandse staatsbestel geldt de Hoge Raad, behalve als zeer voornaam, ook als de Grote Onbekende.

Hoe heet de president van de Hoge Raad?

Ik vroeg het aan de crème de la crème van de Nederlandse overheidsvoorlichters, krantenlezers en nieuwsvolgers van professie, zo'n vijftig stuks bij elkaar.

'Tjeenk Willink!', riep iemand, blij dat hij het wist. Maar die is van de Raad van State.

De anderen hadden geen flauw idee.

De president van de Hoge Raad heet mr. Willibrord Davids.

'Ministers gaan hun boekje te buiten als zij zeggen dat gemeentelijke regelingen voor de onroerendezaakbelasting ongeldig zijn. Zo'n minister gaat op de stoel van de rechter zitten. Ik vind het van groot belang dat we, in het subtiele systeem dat onze staatsinrichting is, zulke uitspraken overlaten aan de Macht die daarvoor aangesteld is.'

Mr. Willibrord Davids, President van de Hoge Raad, raadsheer sedert 1986

Geheim van de raadkamer

Het had wat voeten in de aarde voor ik vrijelijk in deze 'wereld zonder harde woorden' (onderzoeker Jan Spaans) mocht rondlopen. De raadkamer moest er plenair over vergaderen en ik moest een welwillende vierschaar van de president, de procureur-generaal, de griffier en de vice-president van mijn goede bedoelingen overtuigen. Twee raadsheren, onder wie één raadsvrouw, vonden ook daarna dat ze beter hun mond konden houden. Met de overige negen raadsheren, onder wie ook één raadsvrouw, heb ik wel gesproken en sommigen van hen ben ik later nog eens thuis gaan opzoeken. De enige beperkingen die mij opgelegd werden betroffen de lopende zaken, waarover ik niet mocht berichten, en het geheim van de raadkamer dat de raadsheren, ingevolge artikel 7 ro lid 3, op straffe van vervolging niet mogen schenden.

Zelf had ik nog wat andere redenen om graag een tijdje bij de Hoge Raad te gaan rondkijken. Ik wilde weten wat voor dames en heren dat nu zijn, die het Hoogste Rechtscollege in Nederland bevolken. Klopt het vooroordeel dat ze de buitenwereld voornamelijk kennen vanuit hun villatuin in Wassenaar of Aerdenhout? En zijn ze zelf even conservatief en behoudend als het van traditie doortrokken orgaan waarin ze rechtspreken? Ik wilde uit hun mond horen hoe zij denken over het huidige klimaat in Nederland, waarin, zo lijkt het, de straf niet hard genoeg kan zijn en de rechten van het individu geredelijk geofferd mogen worden op het altaar van de terroristenbestrijding. En ik wilde in dit tijdsgewricht van tunnelvisies en gerechtelijke dwalingen van hen te weten komen of de vonnissen van de lagere rechters die zij als hoogste rechter ter beoordeling voorgelegd krijgen, doorgaans te ja of te nee, acceptabel in elkaar steken.

'De almaar uitdijende antiterrorismewetgeving, daarover heb ik zo mijn twijfels. Dat strafbaar stellen van haatzaaien in de vorm van apologie, dat zie ik nou echt niet zitten. We hebben al zoveel wettelijke bepalingen daarover die nog lang niet voldoende zijn geëxploreerd. En die uitbreiding van voorbereidingshandelingen, ik vind dan kom je op een hellend vlak, langzamerhand. Daar wil je niet dat mensen hun burgerlijke vrijheden worden afgepakt'.

Mr. Jan Ilsink, raadsheer sedert 2003, daarvoor advocaat-generaal sedert 1997

Stel, u berooft een weerloze weduwe of u sjoemelt met sideletters die uw kruidenierswinsten valselijk opschroeven. Dan komt u, als u betrapt wordt, voor het hekje in de rechtbank. Die geeft u een fikse douw, waar u het niet mee eens bent. Dan gaat u in Hoger Beroep. U krijgt een oproep om bij het gerechtshof te verschijnen. Dat doet de hele zaak nog eens over. Tot uw teleurstelling geeft de hogere rechter van het gerechtshof de lagere rechter van de rechtbank gelijk. Dan kunt u nog een laatste stap doen om uw gram te halen. U zoekt een advocaat die namens u een 'cassatieverzoek' indient bij de hoogste rechter, de Hoge Raad. Maar die doet de zaak niet nog eens over. Die is immers al twee keer door wat in Hogeraadspraak 'de feitenrechter' heet bekeken. De rechters van de Hoge Raad kijken niet naar de feiten. Ze kijken louter en alleen of uw proces volgens de regels van de wet is verlopen. En als ze vinden dat dat niet het geval is, dan zeggen ze niet tegen u, sorry hoor, u ! bent onschuldig. Dan vragen ze een ander gerechtshof om uw zaak nog maar weer eens van de grond af aan opnieuw te beoordelen.

Dat zijn de grondtaken van de Hoge Raad. Toezien op het eerlijke verloop van een proces. En ervoor zorgen dat de wet in Maastricht, ik noem maar, op dezelfde manier wordt uitgelegd als in, ik noem maar, Zwolle.

Supreme Court

In landen met een fatsoenlijke rechtspraak - over de onfatsoenlijke spreken we niet - zijn er Hoogste Raden in allerlei soorten en maten. Mocht u die op een schaal willen plaatsen, dan treft u op het ene uiterste het Amerikaanse Supreme Court aan en op het andere uiterste de Nederlandse Hoge Raad. In het Supreme Court worden de negen rechters op politieke gronden benoemd. Ze spreken zich naar hartelust en eigen inzicht uit over elke juridische kwestie die ze van voldoende nationaal belang vinden. In Amerika kent iedereen de namen van de Opperrechter en van zijn belangrijkste Onderrechters.

Met de benoeming van de Nederlandse Hoge-Raadsleden daarentegen wenst de politiek zich niet feitelijk te bemoeien. Dat hoeft ook niet, want de Nederlandse Opperrechters mogen de zaken waarover zij arrest uitbrengen juist niet zelf kiezen. Ze mogen zich louter en alleen bemoeien met vonnissen van lagere rechters, en dan nog slechts voorzover daar op schrift bezwaren tegen ingediend worden. De Nederlandse Hoge Raad lijkt nog het meest op het Franse Cour de Cassation - zij het dat er te Parijs in belangrijke kwesties wel een openbare zitting wordt gehouden.

Ongetwijfeld heeft de Nederlandse Hoge Raad, stapje voor stapje en zaak voor zaak, de euthanasiekwestie afgebakend en het stakingsrecht omschreven toen de politiek daar niet uitkwam. Ook in een kwestie als de aansprakelijkheid van een onveilig vrijende hiv-patient heeft de Hoge Raad maatschappelijk hoogst belangrijke arresten gewezen.

Maar een algemene juridische uitspraak over een actueel maatschappelijk verschijnsel van groot belang kan je hooguit op persoonlijke titel uit de mond van een Nederlandse Hoogste Rechter optekenen. In een arrest vind je zo'n uitspraak niet gauw terug.

Bleek orgaan

Geen wonder dat de buitenwereld geregeld van 'een bleek orgaan' spreekt - bijvoorbeeld de rechtssocioloog prof. Bruinsma die een boek over de civiele kamer schreef. Of van 'een gezelschap dat zelden of nooit een punt kan zetten, of anders zó genuanceerd dat niemand het punt ziet': de rechtspsycholoog prof. Van Koppen die een dik boek over de benoemingen bij de Hoge Raad schreef. Of zelfs van een 'verzameling kleurloze juristen met anonimiteit als kenmerk': de Rotterdamse rechtsgeleerde prof. Van Maarseveen.

In huize Huguetan valt het niet moeilijk om vergelijkbare, van bescheidenheid getuigende, uitspraken uit de mond van raadsheren zelf op te tekenen. Nee, erkennen ze, er is geen mens in dit land die even verwachtingsvol en reikhalzend naar een uitspraak van de Hoge Raad uitkijkt als de Amerikanen naar een oordeel van het Supreme Court. En ja, onze uitspraken zijn vaak een beetje bloedeloos. En ja, onze polsstok is zoveel korter dan de mensen denken. En nee, in twijfelgevallen komen we er vaak nooit helemaal achter, 'want als we het echt willen weten moeten we een zitting houden en dat doen we niet'.

'Als het inderdaad zo is, zoals Maxime Verhagen in de Tweede Kamer beweerde, dat bij de terroristenbestrijding het adagium van beter tien schuldigen vrij dan een onschuldige in de cel, zo zwaar niet hoeft te tellen, dan heb ik daar grote bezwaren tegen. Bij mij is de verhouding eerder honderd tegen een. Rechters moeten, desnoods tegen het gemor van het volk in, bij twijfel de verdachte vrijlaten. Ik heb het gevoel dat dat uitgangspunt in de Rechterlijke Macht nog steeds gedeeld wordt, maar in de politiek steeds minder. Vanuit onze verantwoordelijkheid voor de rechtstatelijkheid moeten wij, ook als Hoge Raad, durven zeggen: jongens, jullie gaan te ver. Daar staan wij voor. Tot hier en niet verder.'

Mr. Geert Corstens, raadsheer sedert 1995

Jazeker. Het Hoge Rechtsorgaan waarvan de elf raadsleden van de strafkamer deel uitmaken is gebouwd op een hechte ondergrond van behoudzucht en traditie. Formeel worden de raadsheren benoemd door de Kroon, op voordracht van de Tweede Kamer. Na hun benoeming - voor het leven, dat wil zeggen tot hun zeventigste - moeten ze bij de Koningin langs om de eed af te leggen en krijgen ze een kopje thee. In feite echter benoemen ze elkaar, en wel in een geheime procedure. Zelfs de kandidaat weet niet dat er over hem of haar inlichtingen worden ingewonnen. De Tweede Kamer die daar wel het recht toe heeft, is sedert mensenheugenis niet meer van de Hoge Raad-keuze afgeweken. En de minister volgt die ook tamelijk blindelings.

Alleen al de benoemingsprocedure geeft de Hoge Raad iets geheim-genootschapachtigs. Zo ook de nadruk die er ligt op anciënniteit. Binnen de Raad bepaalt het aantal dienstjaren de rangorde. Voorzitter van de strafkamer wordt de langstzittende raadsheer. President van de Hoge Raad wordt de raadsheer met de meeste dienstjaren, ongeacht de vraag of hij, behalve een goed raadsheer, ook een goed Manager is. En ongeacht de vraag of hij in de strafkamer werkzaam is dan wel in de belastingkamer of de civiele kamer, de twee andere rechtsgebieden die de Hoge Raad bedient en die in dit artikel buiten beschouwing blijven. Zelfs de interne telefoonlijst is, behalve op alfabet, op anciënniteit gerangschikt.

In hun arresten dienen de elf raadsheren, als waren het gezworenen, met één mond te spreken. In de raadkamer zelf worden de oordelen mogelijk met een minderheid aan tegenstemmen geveld. Maar daarvan blijkt niets in de uitspraak.

Het openbare gedeelte van het werk ten slotte beslaat, uitzonderingsgevallen als Lucia de B. daargelaten, de circa vijf minuten, waarin de voorzitter van de strafkamer elke dinsdagmiddag, ten overstaan van bode, griffier en advocaat-generaal, in een verder lege zittingzaal constateert dat er niemand aanwezig is die op een openbare voorlezing van de uitspraken prijs stelt.

'Als de feitenrechter geen inzicht krijgt in het AIVD-materiaal dat hij wel voor een veroordeling mag gebruiken, dan krijgen wij het ook niet als zo'n zaak bij de Hoge Raad komt. Wij zien en horen niet meer dan de feitenrechter. Tja. Dan zitten we, vind ik, toch een beetje in het hoofdstuk bedenkelijk tussen aanhalingstekens.'

Mr. Freek Koster, vice-president en raadsheer sedert 1991

Maar als ik de acht raadsheren en de ene raadsvrouw die mij te woord staan naar hun eigen achtergronden en opvattingen vraag, blijkt het gezelschap niet van een vergelijkbaar soort behoudzucht doordesemd. In Aerdenhout of Wassenaar woont niemand meer. Wie ik thuis spreek, ontvangt mij meestal in een op het computernetwerk van de Raad aangesloten aanbouwtje of op de met wetboeken volgestouwde zolderverdieping van een keurig doch bescheiden burgerhuis in de provincie.

Ik heb alle raadsleden gevraagd naar hun gebruikelijke stemgedrag.

Ze antwoordden allemaal dat het antwoord er niet toe doet, evenmin als de vraag tot welke God ze voor het middagmaal al dan niet bidden. Want dat ze een aanhangige zaak puur juridisch bekijken.

Maar ze vertelden het, op de president van de Hoge Raad na, wel.

Twee raadsheren zeiden: 'Ik ben ar'.

'Maar die partij is 25 jaar geleden opgeheven', zei ik dan.

'Ja', zeiden ze. 'Dat bedoel ik.'

Een andere raadsheer noemde zichzelf een christen, maar dan van het ethische soort -

'ik houd van ethiek'.

En de anderen waren ofwel lid van de Partij van de Arbeid (drie raadsheren) ofwel ze stemden Partij van de Arbeid - 'in elk geval links van het midden, gematigd links zeg maar', zegt de ene raadsheer die wel eens naar D66 uitglijdt.

Behalve raadsheren, de rechters dus, zijn er aan de strafkamer van de Hoge Raad ook vijf advocaten-generaal verbonden, een soort officieren van justitie, maar dan heel anders. Een van hen is PvdA-lid. Een ander stemt de ene keer op de Socialistische Partij, de andere keer op de ChristenUnie. Een derde houdt het op D66 of anders toch de PvdA. De vierde stemt PvdA, maar soms ook linkser. En de vijfde zweeft, afhankelijk van politieke situatie, program en partijleider, langs de grote partijen.

Negen linkse stemmen en enkele christelijke met een sociaal gezicht: nee, ultraconservatief in het stemhokje zijn ze niet, de hoogste rechters en aanklagers van dit land.

'Je moet, ook met een glas te veel op, vrijuit je mening kunnen geven, zelfs aan een lawaaiige bar, zonder dat een agent-provocateur je in de kraag grijpt. De georganiseerde voorbereiding van een delict is al strafbaar. Daar komt nu het denken over een delict nog bij. Die stap zou er wel eens een te ver kunnen zijn.'

Mr. Bon de Savornin Lohman, raadsheer sedert 2000

Honderdtwintig arresten

In de weken die ik in het kielzog van de Hoogste Rechters doorbracht (zes, waaronder een week reces) wezen ze, ruw geschat, honderdtwintig arresten waarvan ze er, precies geteld, zesenveertig belangrijk genoeg vonden om op de website te publiceren. Ik erken met schaamte dat lezing ervan me niet zelden een juridisch onverantwoorde maar taalkundig verklaarbare lachbui bezorgde. 'Deze straf kan ex. Art. 179.2 wvw 1994 alleen aan een bestuurder van een motorrijtuig worden opgelegd, derhalve niet aan verdachte als bestuurster van een tram.' Of: 'De opvatting is onjuist dat een kwaliteitsdelict niet kan worden medegepleegd door iemand die de betreffende kwaliteit mist.' Ook doet menig arrest een moedige poging om het Nederlands record langste onleesbare zin met liggende denkstreepjes te breken.

Burenruzie

Natuurlijk wil ik niets afdoen aan het belang van een Hoge Raad-arrest voor elke veroordeelde die vindt dat hij ten onrechte op water en brood achter tralies gezet is. Maar de juridische implicaties die de raadsleden hechten aan de kwesties die ze voorgelegd krijgen, zijn vaak heel wat indrukwekkender dan de vergrijpen die aan hun uitspraak ten grondslag liggen. Een slaande burenruzie leidt in de raadkamer tot een debat over de vraag of je van buren kunt spreken als iemand wel al uitgeschreven is maar nog steeds op het delictsadres woont. Bij een man die kinderporno in bezit heeft klemt de vraag wanneer je, in verband met kinderporno, van bezit kunt spreken.

Nogal wat van die arresten gaan over de al dan niet juiste datering of adressering van rechtbankoproepen en vonnisbetekeningen: het betere juridische millimeterwerk, dus.

Soms komen er grote zaken aan de orde, volgens president Davids zo'n drie of vier per week 'waar we wat langer bij stil blijven staan'. Een daarvan betrof een verstandelijk gehandicapte man die wegens doodslag levenslang had gekregen. Dan hoor je tussen de puur juridisch- acrobatische zinswendingen door iets van het humane mededogen, waarmee in de raadkamer over deze man gesproken moet zijn. Is het ondenkbaar, vragen de raadsheren zich dan af, dat er over enige tijd wel een werkzame therapie is die de levenslang gestrafte van zijn agressieve aandriften kan verlossen?

'We zitten midden in een repressieve golf zoals we die ook gekend hebben in de jaren dertig van de vorige eeuw. Men wil meer straffen, langere straffen, hardere straffen. Onze gevangenispopulatie is nog nooit zo groot geweest. In zulke tijden is een goede bewaking van een zorgvuldig proces moeilijk. Daarom moeten wij rechters, de Hoge Raad incluis, juist extra voorzichtig zijn. Een war on crime, daar kom je nooit ergens mee.'

Mr. Geert Corstens, raadsheer sedert 1995

Zelf roemen de raadsheren van de strafkamer de hoge kwaliteit van hun onderlinge debat en ze achten de arresten van de Hoge Raad een groot goed waar Nederlanders heel erg zuinig op moeten zijn. In de raadkamer waarin ze elke dinsdag voltallig bijeenkomen heersen het argument, de respectvolle omgang met afwijkende opvattingen en de wens om er samen uit te komen. Sommige raadsheren zeggen dat ze dit wekelijkse hoogtepunt, ook bij flinke koorts, voor geen goud willen missen.

Maar het zijn wel vreemde rechters.

Ze gaan niet over de vraag of Willem H. er slechts een, wel twaalf of mogelijk drieëntwintig heeft laten omleggen en ze gaan ook niet over de vraag of Lucia de B. schuldig is aan de gifmoord op nul, vijf of zeven weerloze slachtoffers.

Ik vraag het alle raadsheren, en later ook de advocaten-generaal. Heeft u wel eens een vonnis bevestigd, waarvan u zelf dacht, ik weet het niet? Ik ben er niet voor 100 procent van overtuigd dat de veroordeelde ook werkelijk de schuldige is?

Ze geven bijna allemaal hetzelfde, eerlijke antwoord. 'Ja, dat is wel eens voorgekomen.'

De een noemt het geval van een jongeman die op het moment van het misdrijf volgens hem onmogelijk op de plek van het misdrijf kon zijn. En een ander twijfelt sterk bij sommige incest-zaken waar de verklaringen vaak neerkomen op het ene woord tegen het andere.

Maar uiteindelijk gaat het daar niet om. De vraag die de raadsheren moeten beantwoorden luidt niet: is de verdachte inderdaad schuldig? De vraag die de Hoge Raad moet beantwoorden is zelfs niet of het eerdere vonnis van het gerechtshof juist is. De vraag waar het in de raadkamer uiteindelijk om draait is alleen maar of het niet onbegrijpelijk is dat de feitenrechter tot de beslissing gekomen is waartoe hij gekomen is. De rechters van de Hoge Raad zijn de enige rechters die niet beyond any doubt van de schuld van een verdachte overtuigd hoeven te zijn. Dat is, in essentie, wat ze noemen: de cassatiebril. Daar moeten zij, en al die wetenschappelijke medewerkers die hen ondersteunen, door leren kijken. Die moeten ze elke dinsdag in hun raadkamer opzetten. En die maakt ze, inderdaad, tot een vreemd soort rechtsprekers.

'Ik vraag me af of de tendens naar zwaarder straffen niet doorschiet. Persoonlijk denk ik wel eens, nou ja! Wordt er niet te veel verwacht in de samenleving van zwaarder straffen? De gebrekkige resocialisatie, die ik wel tegenkom als lid van de sectie gevangeniswezen van de Raad voor de Strafrechtstoepassing, zit mij ook dwars. Ik heb mijn vraagtekens bij de strafrichtlijnen. Komt daarin de persoon van de verdachte wel helemaal aan zijn trekken?'

Mr. Carel Bleichrodt, vice-president van de Hoge Raad, voorzitter van de strafkamer en raadsheer sedert 1988

Raadsvrouw Wilhelmina Thomassen zette me op het spoor. Ze spreekt van een fictie. De vraag, zegt zij, is niet of de Hoge Raad in belangrijke zaken naar de feiten kijkt. De vraag is in hoeverre de Hoge Raad dan naar de feiten kijkt. 'De spanning ligt bij de vraag waar je ophoudt. De ene raadsheer is daar veel strikter in dan de andere. De een zegt al gauw, hier kunnen we niet meer naar kijken. De ander zegt, nee, we moeten verder gaan. Zelf vind ik dat ik, ook in de Hoge Raad, een actieve rechter moet zijn. Je kan je heel terughoudend opstellen vanuit de cassatietechniek. Je kan ook verder gaan en de cassatietechniek gebruiken om te verhinderen dat er onrecht geschiedt.'

Andere raadsleden halen daar hun schouders over op. 'De buitenwereld', zegt raadsheer de Savornin Lohman, 'heeft veel te hoge verwachtingen van wat de Hoge Raad kan. Onze speelruimte is zo beperkt. Is het vonnis van de lagere rechter goed gemotiveerd? Is het overeenkomstig de wet? Oké, dan houdt het voor ons op.

Schuld en onschuld

Aan de zaak Lucia de B. heeft de Raad vele dinsdagen debat gewijd. De inhoud daarvan mag ik niet kennen, maar de debatten gingen, mogen we aannemen, zeker ook over de vraag in hoeverre de Hoge Raad in dit geval naar de feiten mocht en moest kijken. Waar houdt de cassatierechter, bij een niet opzichtig overtuigend bewijs, op cassatierechter te zijn? En waar zwicht hij voor de aandrang om zich, als derde feitenrechter, stiekem toch en langs een achterdeurtje, met schuld en onschuld bezig te houden?

De Hoge Raad veroordeelde Lucia de B. niet. De Hoge Raad zei alleen dat het niet onbegrijpelijk was dat de lagere rechter haar wél veroordeeld had. Maar dat die nooit zowel een levenslange gevangenisstraf had mogen opleggen als een ter beschikking stelling. En dat een andere lagere rechter daar, en dáár alleen, nog eens naar moest kijken.

Het pleit niet voor het gezag van de Hoge Raad dat met die uitspraak - de enige die in al die weken het nieuws haalde - de jure natuurlijk wel maar de facto bepaald niet het laatste woord gesproken is. Integendeel. Vrijwel onmiddellijk na de uitspraak gebruikte de ene strafrechtgeleerde het woord laf en de andere het woord kortzichtig. Huguetan locuta, causa finita was er, kortom, niet bij. En dat kan ook niet als in een zaak, zo vol van twijfels, het Hoogste Rechtscollege niet naar de zaak zelf mag kijken, maar alleen naar de vraag of de lagere rechter zijn motivering een beetje fatsoenlijk op papier heeft gekregen.

De strikten onder de raadsleden van de strafkamer vinden, als raadsheer De Savornin Lohman, dat je 'er voorzichtig mee moet zijn om de grenzen ruimer te trekken, dat kun je alleen met kleine stapjes tegelijk'. Of als Strafkamervoorzitter Bleichrodt dat 'dit werk inderdaad iets heel beperkts heeft omdat je niet actief bent maar receptief'. President Davids: 'In wezen doen wij niets dan het werk van een lagere rechter corrigeren.'

Anderen zien de Hoge Raad minder strikt als het interne geweten van de Nederlandse Rechtspraak en verlangen heimelijk naar een rol als juridisch geweten van de Natie.

Het zou, dat staat vast, de Hoge Raad meer kleur geven.

'De Hoge Raad moet niet verder marginaliseren.

De Hoge Raad moet zich veel meer profileren'

Mr. Wilhelmina Thomassen, raadsvrouw sedert 2004

Raadsvrouw Wilhelmina Thomassen die, ondanks duidelijke blijken van het tegendeel, officieel nog altijd als raadsheer door het leven gaat, spreekt andermaal van een fictie. De arresten van de Hoge Raad, zegt zij, zijn, behalve op hoogstaand juridisch vakwerk, ook gebaseerd op de fictie dat de elf raadsleden van de strafkamer het altijd met elkaar eens zijn. 'Geen mens gelooft dat. Maar we moeten, erg Nederlands, uiteindelijk met één mond spreken.'

Zelf is ze er een verklaard voorstander van om in de arresten van de Hoge Raad ook afwijkende meningen te verwoorden. Het zou, bij doorvoering, iets revolutionairs zijn in de Nederlandse rechtspraak. En dus leg ik de denkbeelden van raadsvrouw Thomassen voor aan de voorzitter van de strafkamer, mr. Bleichrodt. Hij zegt dat het thema van de dissenting opinions - als het over afwijkende meningen gaat wordt de voertaal als vanzelf Engels - binnen zijn strafkamer en onder de huidige werkdruk 'geen discussiepunt' vormt.

Maar daar vergist hij zich in.

Raadsheer Corstens is er zelfs een warm voorstander van: 'We moeten opener worden. En dan hoeven we niet altijd naar consensus toe te redeneren'. Raadsheer Koster 'staat er in principe voor open' - het zal, denkt hij, het vertrouwen in de rechtspraak alleen maar vergroten. Raadsheer Van Dorst ziet er 'voor de Hoge Raad wel hout' in. Raadsheer Ilsink denkt dat de arresten er alleen maar scherper door zullen worden - hij is er voor zodra het om kwesties van rechtseenheid gaat. En raadsheer Davids, de president van de Hoge Raad, is er niet voor, maar ook niet mordicus tegen. Alleen de lang zittende raadsheren Bleichrodt, Balkema en De Savornin Lohman hebben er tamelijk grote of zelfs overwegende bezwaren tegen.

Om kort te gaan: waar de voorzitter van de strafkamer eensgezindheid ziet, heersen over het onderwerp afwijkende meningen tamelijk sterke dissenting opinions. Het zou best eens kunnen dat de nieuwlichters onder de Hoge raadsheren ervoor gaan zorgen dat er, binnen afzienbare tijd, een einde komt aan de eeuwenoude continentaal-Europese regententraditie die meningsverschillen koste wat het kost binnenskamers wil houden.

'Ik heb de nodige moeite met de verharding van het strafklimaat, zowel waar het de sanctieoplegging als de wijze van tenuitvoerleggen betreft.'

Mr. Jeppe Balkema, raadsheer sedert 1998

In alle gesprekken die ik met de raadsheren voer komt het aan de orde. Ja, er zijn binnen het Hoge Rechtsprekende Gezelschap andersdenkende stromingen die zich telkens in dezelfde personen manifesteren. 'We weten hoe de hazen lopen', zegt raadsheer Balkema. 'We kennen onze pappenheimers', zegt raadsheer Ilsink. Hij heeft het over de rekkelijken versus de preciezen. Raadsheer Corstens noemt ze de crimefighters, tegenover de leden met meer aandacht voor de waarborgen van een verdachte. De eersten zijn meestal (maar niet altijd) vanuit de Rechterlijke Macht in de Hoge Raad gekomen. De tweeden komen vaker uit de advocatuur of de wetenschap. De eersten, zegt raadsvrouw Thomassen, vinden dat de strafvervolging niet te veel gehinderd moet worden vanuit de Hoge Raad. De tweeden gaan eerder op hun strepen staan als ze vinden dat de verdachte geen eerlijke kans heeft gekregen. En ze zijn tegelijk, zegt raadsheer Corstens, voor meer openheid, voor minder geheimzinnige benoemingen, e! n voor afwijkende meningen in een Hoge Raadarrest.

In de raadkamer kan het tussen de rekkelijken en de preciezen hoog oplopen. Maar daar merkt geen mens iets van, omdat er uiteindelijk een eenduidig arrest wordt gewezen met een eenduidige slotconclusie. In de huidige Hoge Raad winnen de rekkelijke crimefighters het doorgaans van de precieze waarborgers.

Maar scherpslijper zijn ze geen van allen.

'Het saaie van de Hoge Raad', zegt raadsheer Ilsink, 'is dat er zulke gematigde mensen in komen. Je zal hier nooit extremen vinden.' Daarover zijn al zijn collega-rechters het eens: voor erg uitgesproken juristen, voor vaklui met een al te expliciete mening, is geen plaats in de Hoge Raad. 'Zo iemand zou hier ook niet gelukkig worden', denkt raadsheer Balkema. 'Nee', zegt raadsheer Bleichrodt, 'aan doordrammers hebben we geen behoefte.'

Buitenwereld

'Soms is het arrest van het Hof wel begrijpelijk, maar de zaak waar het om gaat niet. Als de Hoge Raad meer naar de zaak zelf zou kijken, zouden er meer cassatieverzoeken toegewezen moeten worden.'

Prof. Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie te Leiden

Na twee weken trap op trap af in Huize Huguetan wordt het, vind ik, tijd om mijn oor in de buitenwereld te luisteren te leggen.

De eerste die ik opzoek is Nico Schipper, president van het Gerechtshof in Amsterdam en tot 1999 zelf raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad - een tamelijk spectaculaire breuk met de tijden dat een lid van de Hoge Raad in functie stierf, of anders ten minste uit functie met pensioen ging. Nico Schipper vindt dat de strafkamer waarvan hij deel uitmaakte 'niet altijd met beide benen in de maatschappij' staat. En bovendien, zegt hij, je kunt je zeer afvragen 'of het cassatiestelsel in de huidige maatschappij überhaupt nog functioneert'. De Hoge Raad, zegt hij, doet nog wel alsof, maar is allang geen eindrechter meer. Dat is het Europees Hof van Justitie in Luxemburg of het Mensenrechtenhof in Straatsburg. En daar houden de rechters zich niet marginaal bezig met de interpretatie van de feiten! Vreemd toch. Dat de rechter in derde aanleg zich niet en die in vierde aanleg zich wel met de feiten bezighoudt. Daarom verbaast het Nico Schipper niet: als Straatsburg vonnis! wijst, gaat dat uitvoerig in op de behandeling bij de Nederlandse lagere rechters en zegt het van de Hoge Raad in een terzijde dat die het cassatieberoep heeft verworpen. 'Straatsburg negeert de

Hoge Raad gewoon!' Volgens hem kan het niet anders of de Hoge Raad moet in Nederland zowel de vrijheid krijgen om zelf ook aan feiten onderzoek te gaan doen - en dat kan alleen maar als de Hoge Raad, precies als het Amerikaanse Supreme Court, tegelijk de vrijheid krijgt om zaken al dan niet in behandeling te nemen. 'Want zoals het nu gaat', concludeert het ex-lid van de strafkamer, 'is de Hoge Raad bezig om zichzelf te marginaliseren.'

'De laatste tijd roept de Hoge Raad steeds vaker, wat jammer nou toch, niemand ziet ons! Ja, logisch, jongens!'

Freek Bruinsma, hoogleraar rechtssociologie te Utrecht

Ook maak ik een rondgang langs erkende cassatieadvocaten als Jan Sjöcrona in Den Haag, Stijn Franken in Amsterdam en Jan Boksem in Leeuwarden. De lijvige geschriften die ze naar het lange Voorhout in Den Haag sturen bevatten, in vaktaal, 'de middelen', de argumenten op grond waarvan het vonnis verworpen zou moeten worden. De Hoge Raad beoordeelt of de ingediende middelen al dan niet terecht zijn voorgesteld. Menige zaak die voor honderd procent cassatie in aanmerking komt, ontsnapt toch aan dat lot, omdat het ingediende broddelwerk van de niet gespecialiseerde cassatieadvocaat, helaas, helaas, het juiste middel over het hoofd ziet. Dan zegt de Hoge Raad niet, kom op, het recht moet desondanks zegevieren. Dan houdt de Hoge Raad zich aan het papier en dan verdwijnt de zaak in de afvalbak van de geschiedenis.

Slinks

De specialisten die wel vakwerk leveren zijn het over één aspect met elkaar eens: de strafkamer van de Hoge Raad is mild voor fouten van de Rechterlijke Macht, maar staat onwelwillend tegenover de advocatuur. Zeer veel vonnissen met ernstige gebreken, aldus de advocatenmening, worden door de Hoge Raad gered, omdat die er slinks en met een handige formulering een andere wending aan geeft. Dan staan er zinnen in het arrest als, 'naar het Hof kennelijk bedoeld heeft', of 'in het oordeel van het Hof ligt besloten' - en ja, dan kan de verantwoordelijke rechter, met het schaamrood op de kaken, mogelijk een nachtje de slaap niet vatten, maar dan blijft zijn slechte vonnis wel intact.

Advocaat Jan Boksem in Leeuwarden put zich uit in loftuitingen voor wat hij 'de collegearresten van de Hoge Raad' noemt - dan merk je, zegt hij, dat 'de mannen er echt voor zijn gaan zitten'. In zulke arresten doen ze precies uit de doeken wat we onder 'voorwaardelijke opzet' moeten verstaan of welke sancties er moeten volgen op vormverzuimen in het vooronderzoek. 'Dat doen ze dan heel juridisch en dat is voor de dagelijkse praktijk heel prettig.'

Bijzonder teleurstellend vindt hij het dat 'de Hoge Raad zo zelden met een krachtig signaal naar buiten komt.' Hij heeft het dan niet over de kleine, onbenullige vormfouten, die mogen de Hoge raadsleden van hem wegpoetsen zoveel als ze willen. Nee, dan heeft hij het over hoogsternstige zaken als meinedige processen-verbaal, onterecht bewaarde tapegesprekken of getuigentrainingen door het Openbaar Ministerie. 'Dan denk ik, alsjeblieft, Hoge Raad! Kom nu eens met een krachtig signaal dat dat niet kan. Zeg voor mijn part dat de rechter het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk had moeten verklaren. Maar doe iets!' Natuurlijk keurt de Hoge Raad de misstand in zo'n geval niet goed, maar ondertussen laat hij het vonnis waar het om gaat wel intact. Jan Boksem: 'Zie je wel, denkt het veld dan. De Hoge Raad vindt het niet goed. Maar hij keurt het ook niet af. Dus laten we er maar gewoon mee doorgaan!'

'Bij ons in huis is de Hoge Raad volstrekt onomstreden. In de Tweede Kamer heeft niemand ook maar een begin van kritiek op het functioneren van de Hoge Raad. Ik ben daar blij om. Hoe minder er over de rechter gesproken wordt, hoe beter het is. De Hoge Raad zien wij als een rustig en zeer waardevol bezit.'

Aleid Wolfsen, ex-rechter en namens de PvdA lid van de Tweede Kamer

Als ik met de bedenkingen van de buitenwereld in Huize Huguetan terugkeer, verbaast het me hoeveel van die kritiek door raadsheren zelf gedeeld wordt.

Het co”ptatiesysteem bij nieuwe benoemingen? 'Moet veranderen', vindt raadsheer Corstens. 'We moeten vacatures bekendmaken. Dat in eigen hand houden accepteert de samenleving niet meer.' Dat er 'dingen gaan verschuiven', daarvan is hij wel overtuigd.

Een weinig welwillende lezing van advocatenmiddelen? 'Kan ik me uit de mond van advocaten best voorstellen', zegt raadsheer Koster. 'Zelfs ernstige misslagen leiden eigenlijk nooit meer tot iets. Ik kan het uitleggen. Maar ik begrijp hun teleurstelling.'

Justitiële fouten met de mantel der liefde bedekken? Raadsheer Balkema: 'Inderdaad. Als daar voldoende grond voor is, verbeteren wij de arresten liever dan dat we ze vernietigen.'

Bleke uitstraling? 'Ja natuurlijk', zegt raadsvrouw Thomassen. 'Wil je de Hoge Raad een plaats geven in het rechtsbestel, dan moet je niet elk meningsverschil binnenskamers willen houden.'

Het anciënniteitbeginsel? 'Heeft zijn langste tijd gehad', zegt raadsheer Bleichrodt.

En de marginalisering?

Ex-raadsheer Nico Schipper zei dat de Hoge Raad wel vormfouten kan herstellen, maar weinig doen kan aan verkeerde feitelijke vonnissen. Maar dat kan de Hoge Raad juist wel, omdat ze ook over de herzieningen gaat. De Hoge Raad kan een afgesloten zaak laten heropenen, wanneer zich een onmiskenbaar nieuw feit heeft aangediend. Bij herzieningen kijkt de Hoge Raad juist wél naar de feiten. Sinds de Puttense moordzaak, de Deventer moordzaak en de Schiedammer Parkmoord mag de herziening zich in een ruime aandacht van het grote publiek verheugen.

Uit mijn gesprekken blijkt echter dat een meerderheid van de raadsleden er veel voor voelt om de herzieningen juist bij de Hoge Raad weg te halen. Het is waar: de Hoge Raad heeft er het apparaat en de kennis niet voor om in zulke kwesties zelf een kritisch feitenonderzoek uit te voeren. En natuurlijk valt het niet mee om bij gelegenheid de vertrouwde cassatiebril af te zetten en zelf onderzoeksrechter te worden.

En toch zou de Hoge Raad als herzieningscollege, meer dan nu, in het brandpunt van de publieke aandacht komen te staan. Het verbaast mij dan ook niet dat de raadsleden die de Hoge Raad een krachtiger, actiever en strijdbaarder profiel willen geven, zich met hand en tand verzetten tegen het weghalen bij Hun Hoge Raad van de herzieningen. Het lid van de strafkamer Wilhelmina Thomassen: 'Nee!

Ab-so-luut niet! Herzieningen moet je bij de Hoge Raad houden. Geef de Hoge Raad daar maar de middelen voor. Stel je eisen aan de Hoge Raad. Als we gezag willen opbouwen en meer in de samenleving willen staan, moeten we de herzieningen juist wel bij ons houden.'

Maar zij en raadsheer Corstens zijn in de minderheid. Tot en met mr. Davids, de president van de Hoge Raad, zijn andere raadsheren er van overtuigd dat 'de herzieningen niet per se bij de Hoge Raad thuis horen'.

'De politiek wil tegenwoordig alles via het strafrecht regelen. Vroeger ergerde het mij als ik minister Donner hoorde zeggen, dat Europese verdrag over de rechten van de mens, kom mij niet aan met dat verdrag. Nu heb ik wat meer vertrouwen in hem gekregen.

Zijn terrorismewet is een wonder van evenwicht tegenover de rechtsstaat. Nu denk ik: het is Donner gelukt om rechts Nederland met een fopspeen het bos in te sturen.'

Mr. Geert Knigge, advocaat-generaal bij de Hoge Raad sedert 2005

Lelieblank

Een doordeweekse middag tegen half vijf.

De grote zittingzaal in de aanbouw, die nog het meeste weg heeft van een noodlijdende plattelandsbioscoop, stroomt vol met gasten. Zodadelijk zal Jan Watse Fokkens, onbetwist de primus onder zijns gelijken bij het Parket, geïnstalleerd worden als de nieuwe procureur-generaal bij de Hoge Raad. 'Ga er maar van uit', grapt de president van de Hoge Raad in zijn feestrede, 'dat dit nieuws morgen niet door krantenjongens op straat wordt uitgekreten.'

Ik kijk de zaal rond. Veel middelbare mannen en vrouwen, op één uitzondering na lelieblank van huidskleur. Gegoede burgerij.

Maar als de president van de Hoge Raad en mevrouw, de plaatsvervangend-procureur-generaal en de nieuwe procureur-generaal zelf hun redes uitgesproken hebben, vraag ik me af of ik niet per abuis in de jaarvergadering van de 'Vereniging Waakzaamheid Contra Het Huidige Strafrechtklimaat' terecht ben gekomen. De plaatsvervangend-procureur-generaal citeert instemmend een interview met het feestvarken waarin hij zijn verontrusting uitspreekt over het feit dat er bij menige rechtszaak tegen menige verdachte zelfs niet meer de moeite genomen wordt om over diens persoonlijkheid een reclasseringsrapport te presenteren. Ook haalt zij een artikel van mr. Fokkens aan waarin hij zegt dat terrorismedreiging 'nooit een reden kan zijn om minder zorgvuldig om te gaan met de waarheidsvinding'. De president van de Hoge Raad wil daar niet bij achterblijven. Hij benadrukt de hoge waarde die de nieuwe procureur-generaal hecht aan een gezond evenwicht tussen crime control en een eerlijk proces. ! De nieuwe procureur-generaal zelf neemt, in keurige bewoordingen, evenmin een blad voor de mond. Hij keert zich tegen minister Donner die naar zijn idee een te beperkte opvatting heeft van de taak van de rechter, als hij toetsing aan internationale mensenrechtenverdragen afwijst als het bewandelen van een doodlopende weg.

Als ze allemaal uitgesproken zijn, vordert de plaatsvervangend-procureur-generaal de installatie van mr. Jan Watse Fokkens. De inwilliging van die eis wordt door menige aanwezige in stilte met applaus beloond.

'Het gaat geleidelijk en het gaat heel breed. De tolerantie voor criminaliteit, die ook voor een deel onverschilligheid was, zie je omslaan naar langer straffen en naar uitvoeringsproblemen van twee of drie op één cel, wat twintig jaar geleden binnen de strafrechtspleging nog als min of meer misdadig beschouwd werd. In het gevangeniswezen is resocialisatie als mededoelstelling ondergesneeuwd. Maar mensen die misdrijven begaan zijn toch niet alleen maar slechte mensen? Mensen doen afgrijselijke dingen, jazeker. En toch moeten we ons blijven afvragen: wat is dat voor iemand die zoiets doet? Zo'n man is bijvoorbeeld ook een vader, die een voorbeeld wil zijn voor zijn kinderen. Veel veroordeelden hebben weinig kansen in het leven gehad en het heeft met eerlijkheid te maken dat we proberen hem een nieuwe start te laten maken.'

Mr. Jan Watse Fokkens, advocaat-generaal sedert 1988, sinds kort procureur-generaal

Ze maken onderdeel uit van het Parket en ze treden bij de Hoge Raad op als een soort Officieren van Justitie - maar daarmee houdt de gelijkenis met het 'gewone' Openbare Ministerie op. Advocaten-generaal bij de Hoge Raad - aan de strafkamer zijn er vijf verbonden - zijn er geenszins op gebrand om een tenlastelegging bewezenverklaard te krijgen en ze vervolgen geen verdachten. Hun werk is het op schrift stellen van 'een conclusie'. Dat zijn vaak zeer lijvige, uitvoerige geschriften van hoog wetenschappelijk gehalte, die alle voors en tegens van een aanhangige zaak belichten en die vervolgens door de raadsleden gebruikt worden als advies voor hun uiteindelijke oordeel. In circa negentig procent van de gevallen volgt de Raad dat advies.

De meeste advocaten-generaal vinden het veel leuker om advocaat-generaal te zijn dan raadsheer. Ze hoeven geen eenduidige einduitspraak te doen. Ze houden zich niet met compromissen bezig. Ze kunnen in hun conclusies zo nu en dan flink uitpakken over kwesties die helemaal niet aan de orde zijn.

En ze hebben, ook buiten hun Hoge Raadswerk om, een grotere vrijheid om zich pro of contra (meestal contra) de rechtse tijdgeest dan wel pro of contra (altijd contra) een al te grote inmenging van de politiek te keren.

Daar maken ze spaarzaam, maar strijdbaar gebruik van.

De ene advocaat-generaal (Jules Wortel) gebruikt zijn conclusie om zich tegen de strafbaarstelling van de softdrugs te keren: 'Elke toekomstig historicus zal zich verbazen over de geldverslindende koppigheid waarmee wij, organen van justitie, met een onuitvoerbare opdracht blijven rondtobben'. Een andere advocaat-generaal (Nico Jörg) breekt in een van zijn conclusies de staf over de kwaliteit van de Nederlandse rechtsspraak. En buiten de conclusies om, in beschouwende artikelen, laat de ene advocaat-generaal (Geert Knigge, toen nog hoogleraar in Groningen) weten dat 'opmerkelijk genoeg de bescherming van de rechten en vrijheden van de burger tegenwoordig bij de rechter in betere handen lijkt te zijn dan bij de wetgever' en keert de ander (Jan Watse Fokkens) zich tegen minister Donner, die de jurist in het algemeen beschouwt als een hobbyistisch mensentype dat de ernst van de Grote Criminaliteit en de Terrorismedreiging niet wenst in te zien.

Anders dan gewone Officieren van Justitie bij een Rechtbank en anders dan de parketcollega's bij de Gerechtshoven, staan de advocaten-generaal bij de Hoge Raad niet onder het gezag van de minister van Justitie. Ze kunnen ook niet door de minister ontslagen worden. Dat is vreemd, vindt Aleid Wolfsen, justitieel PvdA-woordvoerder in de Tweede Kamer. Voor de procureur-generaal is het nog wel begrijpelijk, omdat die ook politieke ambtsdragers moet kunnen vervolgen. 'Maar de advocaten-generaal? Die vormen nu samen een instantie, niet zijnde de rechter, die aan niemand verantwoording schuldig is, behalve aan zichzelf.' Wolfsen wil een sterkere band met het ministerie en dus met de politiek.

De zittende advocaten-generaal bij de Hoge Raad is dat idee een gruwel. Hun vrijheid van spreken, vrezen ze, zou daardoor een derdegraads verbranding oplopen. Procureur-generaal Jan Watse Fokkens ziet zijn conclusies als onafhankelijke en wetenschappelijk verantwoorde opinies, die aan betekenis zouden verliezen wanneer ze een standpunt bevatten dat door de heersende politieke meningen bepaald wordt.

'De bezuinigingen zijn zodanig dat wij aan een behoorlijke bejegening van gedetineerden niet meer toekomen. Het gaat nu allemaal in grote verbanden. De mensen om wie het gaat raken in de verdrukking.

De politicus wil actie en dat begrijp ik best. Maar als Maxime Verhagen zegt, het is niet zo erg wanneer we onschuldigen opsluiten om schuldigen te pakken, dan ondermijnt hij zowel het rechtssysteem als het strafrechtelijke apparaat.'

Mr. Wim Vellinga, advocaat-generaal sedert 2002

Tropenjaren

Is het inderdaad zo droevig gesteld met dekwaliteit van de rechtspraak in Nederland als advocaat-generaal Jörg het in zijn lusie liet voorkomen? Nico Jörg -'mijn vrouw en ik verlangden al een tijdje naar een paar tropenjaren' - is tijdelijk werkzaam aan het Hof van de Nederlandse Antillen en Aruba. Daar bel ik hem op. 'Ja', zegt hij beslist. 'We krijgen bij de Hoge Raad veel arresten waar wat aan schort. Overschrijding van de redelijke termijn. Verkeerde aanhalingen van wetsartikelen. Niet gemotiveerd waarom een hogere straf opgelegd dan geëist werd. Niet gereageerd op verweren. Of arresten met intellectuele denkfouten. Getuigen die niet opgeroepen worden omdat het Hof 'wel weet' wat die gaan zeggen. Of een

Hof dat zegt, het is al zo lang geleden, de getuige kan het zich vast niet meer herinneren.

'Ik vond het tijd worden voor een krachtig signaal. Bij de gerechtshoven heeft er een veel te snelle instroming plaatsgevonden van goede maar nog te weinig ervaren rechters. Die zuigen bovendien de rechtbanken leeg van veelbelovende mensen. Wat krijg je dan? Rechters die nog onvoldoende de ins en outs van het vak beheersen. De gevolgen zien we bij de Hoge Raad.'

Jörg wil bepaald niet suggereren dat luiheid gemeengoed geworden is onder rechters. Wel bereiken hem, zegt hij, geluiden dat men door deeltijdaanstellingen eerder geneigd is om te zeggen, ho, mijn mandje is vol. Maar veel belangrijker is het feit dat in het moderne rechtbankmanagement kwaliteit met kwantiteit om voorrang moeten strijden. Waar vroeger drie rechters zich over een zaak bogen wordt die nu, om de productienormen te halen, enkelvoudig afgedaan. Of door één rechter die het dossier kent en twee anderen die meeluisteren, vertrouwende op hun gezonde verstand.

Advocaat-generaal Nico Jörg: 'Ik zou tegen de Hoge Raad willen zeggen: Houd de spanning erin. Laat niet het idee ontstaan dat jullie alles toch wel met de mantel der liefde bedekken. Laat de lagere rechter in onzekerheid wat er wel en wat er niet geaccepteerd wordt. Houd zo de druk op de ketel!'

'De politiek wil veel te veel te gauw strafbaar stellen. Er is een groot geloof ontstaan in de maakbaarheid van de samenleving via het strafrecht. Strafbaarstelling is hét middel geworden om gedrag af te dwingen.'

Mr. Ad Machielse, advocaat-generaal bij de Hoge Raad sedert 1996

Als ik de advocaten-generaal naar hun mening over een nieuwerwetsigheid als de afwijkende mening in het arrest vraag, krijg ik positieve reacties. Ze zijn 'er niet op tegen' (Knigge), ook al omdat 'diverse buitenlandse en internationale gerechten de mogelijkheid al kennen' (Fokkens) of ze zijn er (Vellinga) enthousiast over, want 'hoe zou ik daar vanuit mijn functie tegen kunnen zijn?' Machielse ziet voor- en nadelen. Hij noemt het gevaar van een te grote vereenzelviging van de persoon van de rechter met een standpunt.

Ook zijn de advocaten-generaal er meer of minder krachtig vóór om de herzieningen bij de Hoge Raad weg te halen. 'Hoort niet tot de ” eigenlijke” taak van de Hoge Raad (Knigge). 'Zou best kunnen' (Fokkens). 'Veel voor te zeggen' (Machielse). 'Kan ik me voorstellen' (Vellinga).

Grondwet

Des te opvallender dat zij, anders dan veel raadsheren, weinig of niets moeten hebben van het, in de Nederlandse omstandigheden avontuurlijke, idee om wetten niet alleen aan verdragen, maar ook aan de Grondwet te toetsen. Dat is tot nu toe door diezelfde Grondwet uitdrukkelijk verboden, een van de redenen waarom de Grondwet in Nederland alleen maar leeft als een nieuwrechtse dikdoener voorstelt om artikel 1 te herschrijven. En toch moeten de advocaten-generaal er weinig van hebben. Ze denken dat het 'niet veel toevoegt' en ze vrezen dat de politiek zich in dat geval wél met hun benoemingen zal willen gaan bemoeien. Procureur-generaal Fokkens benadrukt dat de Hoge Raad wel mag toetsen aan het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en dat dat verdrag méér bescherming biedt dan onze Grondwet. Toets je andere zaken als bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, dan kom je al gauw in politiek vaarwater, en daar, vindt hij, moet de Hoge Raad buiten blijve! n.

Onder de rechters van de Hoge Raad leeft de vrees voor politieke benoemingen ook wel, maar een meerderheid vindt eerder dat het, in de woorden van raadsheer Ilsink, 'niet te verdedigen is dat wij wel aan Europese verdragen mogen toetsen, maar niet aan onze eigen Grondwet'. Raadsvrouw Thomassen: 'De hele gekke situatie doet zich voor dat wij het enige land in Europa zijn dat zijn wetten niet aan de eigen Grondwet toetst. Ik vind dat een beetje neerkijken op je eigen beginselen. Nu maken we veel gebruik van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, alsof de wet in Europa gesteld wordt en we niet hoeven te luisteren naar onze eigen normen!'

Het zou, vinden anderen, in elk geval bij kunnen dragen aan enige profilering die de Hoge Raad anno 2006 wel kan gebruiken. Om kort te gaan: mocht het Parlement besluiten om in die zin de Grondwet te wijzigen, dan zal het de raadsheren van de Hoge Raad niet hinderlijk op de weg vinden.

Ellebogenwerk

Nog een keer loop ik trap op en trap af, lift in en lift uit, langs de kamers waarin de wetenschappelijke medewerkers hun dagen in stilte doorbrengen.

Hun wereld, de wereld van de Hoge Raad, is als het ware het negatief van de buitenwereld. Hier geen ellebogenwerk of carrièredrift, niemand kan promotie maken. Niemand hoeft te scoren, iedereen krijgt alle tijd om alles uit te zoeken wat uitgezocht moet worden. En geen mens wordt op iets anders beoordeeld dan op het werk dat hij aflevert. Een grote bek houdt het in Huize Huguetan niet langer dan een weekje vol. Hier heerst de vertrouwde overzichtelijkheid van een elders uitgestorven wereld, die alleen maar kan voortbestaan op een ondergrond van beschaving en van gebrek aan profileringsdrang.

Dat is de ene kant, die een studieus mens licht tot jaloezie zou kunnen stemmen.

De andere kant is het geheime-genootschapsachtige, dat voortleeft op een voedingsbodem van stille benoemingsprocedures, coöptatie anciënniteitbeginsel, verborgen meningsverschillen en een gebrek aan openbaarheid. Die kant, vermoed ik na alle gesprekken met raadsheren en advocaten-generaal, heeft zijn allerlangste tijd misschien wel gehad.

Maar als hij voorbij is, zullen we 'm stiekem ook een beetje missen.

'U zult wel gek worden van al die juristen die alles willen relativeren.'

Marius Duker, medewerker van het Wetenschappelijk Bureau

Mijn laatste dag in Huize Huguetan, het slotgesprek met president Davids.

Hij heeft nieuws.

'Er komt een persraadsheer', zegt hij. 'Of zelfs drie. Een voor elke kamer. We stappen over onze bezwaren heen.'

Ik leg hem de kwesties voor die ik onderweg ben tegengekomen.

De kwaliteit van de rechtspraak bijvoorbeeld.

President Davids: 'De geluiden klinken op sommige onderdelen somber. Er is veel veranderd door de komst van de Raad voor de Rechtspraak. De werkdruk is heel erg hoog geworden en er wordt veel meer dan vroeger enkelvoudig afgedaan. Ik vind het zorgelijk dat een groot deel van de Rechterlijke Macht onder zulke omstandigheden zijn werk moet doen. Het ziekteverzuim neemt toe, hoor ik. Het is toch niet voor niets dat gevangenisstraffen hoger dan zes maanden al honderd jaar in een meervoudige kamer komen? Nu mag een politierechter in zijn eentje twaalf maanden opleggen!'

Uw voorgangers, zeg ik, hebben de Hoge Raad buiten de Raad voor de Rechtspraak gehouden, buiten het orgaan dat namens de minister de budgetten verdeelt en de productietaken vaststelt.

President Davids: 'Dat was van mijn voorgangers een goed besluit. Daar ben ik inmiddels nog meer van overtuigd geraakt.'

Het anciënniteitbeginsel dan.

President Davids: 'Het voordeel is, niemand hoeft zijn ellebogen te gebruiken. Maar het is waar, de geest van de tijd is er niet meer naar en daarom zijn we dat aan het bijstellen.

We kijken nu ook naar draagvlak onder de collega's.'

Of de geheime benoemingsprocedure.

President Davids: 'We gaan geen advertenties plaatsen, maar wel een algemene oproep.'

En de afwijkende meningen.

President Davids: 'Daar heeft Huib Drion in 1960 al voor gepleit. Ik vind het grote nadeel dat we daarmee de persoon van de rechter belangrijk maken. Het kenmerk is juist dat zijn persoonlijke opvattingen er niet toe doen. Maar mordicus tegen, nee dat ben ik niet. Misschien moeten we in onze arresten een wat meer discussiërende toon neerleggen.'

En de herzieningen, die raadsheren aan de Hoge Raad willen onttrekken?

President Davids: 'Ik zeg niet dat die per se bij de Hoge Raad moeten blijven. Die kan je ook onderbrengen bij een Hof met een gespecialiseerde Herzieningenkamer.'

En de toetsing aan de Grondwet?

President Davids: 'Als je de Grondwet serieus neemt, moeten wij er ook aan mogen toetsen. Mijn collega's in Europa kan ik nooit uitleggen dat wij dat niet mogen.'

En de advocatenklacht dat de Hoge Raad veel te mild is voor slechte vonnissen?

President Davids: 'Een afwijzende beschikking is voor advocaten nooit leuk. Ze hebben wel een beetje gelijk. Vaker dan vroeger zeggen wij tegen een advocaat: je hebt gelijk, je argumenten zijn goed, maar ze hoeven niet

tot cassatie te leiden. Het Hof heeft een goede beslissing genomen, zij het op verkeerde argumenten.'

En de krachtige signalen ten slotte?

President Davids: 'We hebben al veel niet goed gevonden. Getuigenverklaringen onder hypnose. De Zaanse verhoormethode. Gebrekkige motivering waarom een getuige-deskundige deskundig is. Advocaten vragen naar het absolute en er is in ons werk niet zo erg veel absoluut. Wij hanteren op alle rechtsgebieden een relativiteitstheorie.'

President Davids zoekt naar een passend slotwoord. 'Ik vind', besluit hij, 'dat de rechterlijke macht in Nederland buitengewoon goed werk doet. En ik zie met spijt, als je op de metingen afgaat, dat het vertrouwen afneemt.

Ik vind dat de hele rechterlijke macht het vertrouwen en het gezag waard is. Ik hoop dat het besef zal groeien dat het hier om een onmisbare schakel gaat in ons staatsbestel. Bij de bevolking. En bij het parlement.'

Gerard van Westerloo schrijft regelmatig voor M

Roel Visser is fotograaf