Het hoofd moe maken

Hoogbegaafden moeten vooral leren hoe ze moeten leren. Dat kan in het 'Vooruitwerklab'.

Jacqueline Kuijpers

Zien hoe anderen een probleem oplossen is belangrijk voor hoogbegaafden. Foto Flip Franssen Nederland, Nijmegen, 13-4-2006 Vooruitwerklab voor hoogbegaafde kinderen aan de Radboud universiteit Nijmegen Foto: Flip Franssen, NVF, 024-3238442 Onderwijs Franssen, Flip

Tien kinderen buigen zich deze ochtend over een nieuw probleem: ontwerp en bouw een bootje van aluminiumfolie dat blijft drijven en dat zoveel mogelijk knikkers kan vervoeren. Ze variëren in leeftijd van zeven tot elf jaar en zijn vanuit alle windrichtingen naar Nijmegen gekomen. De reden waarom zij hier vanochtend zijn kunnen ze prima zelf verwoorden: Ik ben getest en ik ben hoogbegaafd.'

Plaats van handeling is het Vooruitwerklab van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) op de Radboud Universiteit. Onder de bezielende leiding van coördinator Els Schrover werken hier wekelijks drie groepen kinderen uit het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs aan uiteenlopende opdrachten. Het doel is tweeërlei. In de eerste plaats is het leerzaam voor de leerlingen om met kinderen van hun eigen niveau samen aan opdrachten te werken. In de tweede plaats biedt het Schrover en haar collega's de gelegenheid om nieuw lesmateriaal uit te proberen en te verbeteren. Dit lesmateriaal, 'Vooruit' genaamd, kan op basisscholen gebruikt worden naast het reguliere programma.

Amber (9) uit Venlo buigt zich geconcentreerd over haar bouwtekening. Ik maak een vierkante boot, met flappen aan de kanten, zodat-ie goed blijft drijven', vertelt ze. Naast haar zit Rik (9) uit Vaassen. Hij maakt een komvormige boot. Allebei hebben ze het enorm naar hun zin bij het Vooruitwerklab. Niet dat ze zich nou zó anders voelen op hun eigen school - Amber : Af en toe is het wel lastig, maar mijn vriendinnetjes kunnen er goed mee omgaan' - maar hier treffen ze meer zielsverwanten. Rik: Hier kun je tenminste echte vragen stellen.' En Thijs-Jan (11) uit Waddinxveen. Als kinderen op school een oplossing bedenken voor een probleem dan zie ik meteen of het werkt of niet. Maar dat durf ik dan niet te zeggen, omdat ik bang ben dat ik ze kwets. Hier durf ik dat wel. En weet u wat hier ook zo leuk is? Ze snappen mijn grapjes.'

Het Vooruitwerklab ging in september 2005 van start. Inmiddels gaan de aanvragen het aanbod ver te boven, ondanks de hoge bijdrage van 650 euro die van ouders gevraagd wordt. Schrover: We zijn hard bezig om fondsen te werven en hopen uiteindelijk op meerdere plekken in Nederland Vooruitwerklabs te kunnen oprichten. Het Ministerie van Onderwijs is in ieder geval in geïnteresseerd.'

In Nederland zijn naar schatting zo'n 40.000 hoogbegaafde kinderen in de basisschoolleeftijd, 3% van de totale populatie. Het probleem waar zij tegenaan lopen is dat ze, op de basisschool in ieder geval, nooit iets hoeven te leren. Thijs-Jan wil graag leren, maar hij weet alles', vertelt zijn vader Henk Huisman. Wat wil je als je de kinderencyclopedie leest in plaats van een leuk leesboek?' Maar op een dag, al is het bij topografie of bij Frans, komt het ze niet meer aanwaaien en moeten ook hoogbegaafde kinderen ineens wél actief gaan leren. Die knop omzetten is bijzonder moeilijk. Thijs-Jan vindt topografie verschrikkelijk saai en kan de ligging van een plaats alleen onthouden met behulp van voor hem relevante informatie er om heen. Nijmegen, bijvoorbeeld, want daar rijden we wekelijks naar toe', aldus vader Huisman. Ik moet leren om ook op school mijn best te doen, want ik vind het allemaal heel makkelijk en daardoor doe ik mijn best niet', legt Thijs-Jan uit.

Leren leren dus. Dat is de dieperliggende kern van het lesmateriaal Vooruit en van het Vooruitwerklab. Het uitgangspunt hiervoor vormt de theorie van de Amerikaanse onderwijspsycholoog Robert J. Sternberg. Hij onderscheidt drie verschillende vormen van probleemoplossend denken: analytisch, creatief en praktisch. Analytisch denken draait om abstraheren, inzicht en logica; creatief denken om flexibiliteit, inleving en associëren. Praktisch denken draait om effectiviteit en planning. Sternberg stelt dat ieder mens een profiel heeft, een (combinatie van) favoriete denkwijze(n), en dat hoe meer inzicht je hebt in je eigen sterke en zwakke kanten, hoe groter je probleemoplossend vermogen wordt. En dat is precies het streven van het CBO: kinderen inzicht laten krijgen in hun eigen denkprofiel en ze stimuleren om ook eens met andere dan hun favoriete manier van denken te oefenen.

Dat is voor deze kinderen belangrijker dan de oplossing van een opdracht', zegt Schrover, die dit in nascholingen voor leerkrachten in het basisonderwijs benadrukt. Het gaat om het proces. Dat is leren leren. Daarom is het groepsproces in het lab zo waardevol. De kinderen zien hier hoe anderen een probleem benaderen en leren dat er meerdere wegen naar Rome leiden. En dat samenwerking tot een beter resultaat kan leiden.'

In het lab dringen de kinderen rondom een grote teil water. Daarin worden de schaalmodellen getest. Rik's ronde bootje zinkt pas met negen knikkers. Het record staat op naam van Joost met 13 knikkers. Als alle modellen te water zijn gelaten worden de sterke en zwakke punten van ieder bootje besproken. Terwijl steeds meer handen in het water verdwijnen en het een natte kliederboel dreigt te worden, verheft Schrover haar stem: het is tijd om te gaan samenwerken. Joost mag als eerste kiezen met wie hij in de groep wil: Ik heb Rik in mijn team nodig, want die komt altijd op onverwachte ideeën', zegt Joost. Dat is het inzicht wat Schrover bedoelt. Maar niet alle kinderen zijn zich bewust van deze nieuw verworven kennis. Amber: Ik merk niet echt dat ik er op school iets aan heb. Daar doen ze toch heel andere dingen.'

Voor Thijs-Jan en de andere kinderen zitten de tien bijeenkomsten van het Vooruitwerklab er bijna op. Jammer, vindt Thijs-Jan, want het is hier veél leuker dan op school.' En zijn vader. Op school past Thijs-Jan zich erg aan aan zijn klasgenoten, maar thuis heeft hij het moeilijk. Hij slaapt bijvoorbeeld heel slecht. Zijn hoofd is niet moe. Alleen als hij hier geweest is slaapt hij goed in. In deze twee uur leert hij meer dan in een hele week op school.'

www.ru.nl/socialewetenschappen/cbo

    • Jacqueline Kuijpers