Het genot van het gluren

In het vierde deel van de nieuwe serie Franse cinema op dvd deze maand Lola Montès van Max Ophüls. Een film die voyeurs maakt van kijkers.

Hooggeëerd publiek!

Ik presenteer u de scandaleuze carrière van een femme fatale!

De circusdirecteur likt zijn wulpse lippen en klakt met zijn zweep. Een klassieke witte rijbroek-zonder-gulp spant om zijn buik. In al het duistere rood van de piste accentueert die witte vlek de perversiteit waarmee de directeur zijn publiek ophitst: hij presenteert een vrouw die vrijheid opeiste en liefde, dus 'alles waar de mensen een hekel aan hebben'. O, wat is ze mooi en o, wat heeft ze niet allemaal gedaan wat het hooggeëerd publiek nooit zelf zou durven. Ze danste zonder onderbroek, ze droeg peilloze décolletés, ze verleidde gekroonde hoofden net zo goed als stalknechten. En ze is het echt.

Echt.

Echt!

Ze noemt zich Lola Montès en de eerste woorden die we van haar horen fluistert ze, tegen haar baas met zijn hoge hoed: 'Áa va aller.'

Het zal wel gaan.

Het is altijd gegaan en Lola weet hoe dat werkt: je houdt je onaangedaan, sjoege geef je niet, je wacht tot het voorbij is.

Hooggeëerd publiek! Ik presenteer u de scandaleuze carrière van een femme fatale!

Défilé der minnaars

De cineast Max Ophüls schetst met door de piste tollende camera's 'la parade des amants', het défilé der minnaars. Lijkstil zit Lola op haar troon, wervelend hoerenlicht glinstert op haar baljapon van goudbrokaat. Ze wordt omzwermd door dwergen, dansers, clowns, witte paarden met pluimen op hun hoofden, hordes acrobaten en een leger sinistere piccolo's, hun gezichten ingepakt in rode voiles. We zien kroonluchters, touwen en trapezes, we horen de obsceniteiten uit het publiek. En we beseffen dat de vrouw in het midden van de piste aan het eind van haar krachten is.

Maar we kijken. We worden opgezweept door de visuele drift van Ophüls, door zijn languissante camera, zijn morbide stijl van vertellen, en niet te vergeten zijn aftasten van gepoederde vrouwenschouders. Zijn we daarmee medeschuldig aan de exploitatie van een opgebruikte vrouw? Ja. En nee.

We kunnen niet anders dan genieten van deze film, en dat doen we ten koste van het personage Lola. Maar er is meer dan ons voyeurisme, deze film dwingt ons ook om na te denken over sluipend mensenmisbruik.

Is Max Ophüls schuldig? Tsja.

Alle filmers zijn voyeurs, Ophüls is geen uitzondering, integendeel, hij is een priester. Hij wil zijn publiek tot het voyeurisme bekeren, met bijna ieder beeld speculeert hij op onze lust tot ons vergapen. En hij wakkert de sensatie aan door zich niet van een verzonnen figuur te bedienen, maar van een historische vrouw. Lola Montès heeft bestaan, ze was een beruchte courtisane in de eerste helft van de 19de eeuw. De componist Franz Liszt was een van de beroemde mannen die deze grande horizontale het hof maakten, Richard Wagner ook. Koning Ludwig I van Beieren moest zijn liaison met Lola bekopen met een revolutie. Het einde van haar carrière sleet ze in een Amerikaans circus.

Maar Lola Montès (1955) gaat verder dan een vertoog over het genot van het gluren. Ophüls fileert het levenslange misbruik van een vrouw, door haar moeder, door haar echtgenoot, door haar minnaars en door het publiek. Maar ze misbruikt ook zichzelf. Fysiek geweld komt er niet aan te pas, het is een kwestie van mentale manipulatie die er onschuldig uitziet, eigenlijk als niet meer dan dat er handig wordt ingesprongen op het feit dat Lola het geluk heeft mooier te zijn dan menig ander en zich slim weet te afficheren.

Lola Montès wordt gespeeld door Martine Carol. Ophüls regisseerde haar als een wandelend ijspaleis: vol schittering en vrieskou. Haar kilte klopt. Elk gevoel heeft haar personage weggesloten, alleen zo waant ze zich veilig. Immers, de enige keer dat ze zich overgaf, heeft haar in het ongeluk gestort. Leugen is de regel, vertrouwen brengt immers onzekerheid. Verrassingen worden slechts geaccepteerd als ze zijn gepland. En denk erom: elke uitspatting is een creatie en elke spontane actie geregisseerd zodat ook de achterste rijen er iets aan hebben. Want Lola leeft haar leven niet, ze geeft het vorm en ze benut die vorm als schuilkelder.

Hoe subtiel Carol acteert, realiseer je je pas bij zorgvuldig kijken, voor de tweede of de derde maal. Dan zie je hoe ze steeds dwars door de gewenste vrieskou heen berekening toelaat. Berekening impliceert een doel, passie en schroeiend verlangen. Tegen brand is ijs niet bestand - dat Lola Montès ten slotte wegsmelt, is onafwendbaar.

Gelaarsde kat

Iedereen speelt mee met haar spel - tot er iemand komt die niet meedoet. Daar staat hij, de circusdirecteur. Peter Ustinov zet hem neer als de gelaarsde kat, spinnend en onbetrouwbaar. Pervers, charmant en malicieus is hij en erotisch alleen in zichzelf geïnteresseerd - een verleidelijke combinatie voor elk meisje van elke leeftijd. Hij laat alle vleierij achterwege en zegt Lola de waarheid: u bent een danseres die niet kan dansen. Zij verstijft, maar hem interesseert zijn eigen observatie niet. Haar echte kwaliteit is het schandaal. Daar kan mee verdiend worden.

Lola ruikt gevaar en toch laat ze haar afstandelijkheid varen. Ze wil het niet, maar ze kust de circusbaas. Haar geschonden gevoel van eigenwaarde dwingt haar zich te laten temmen juist door deze cynicus, de enige man die niet zijn best doet om haar te verleiden. Haar kus is de kern van haar zucht tot zelfvernietiging.

In de piste worden de hoogtepunten uit haar leven nagespeeld in ziekelijk weelderige tableaux vivants. De show culmineert in een halsbrekende act die ze, ouder nu en ziek, dagelijks uitvoert. Zonder vangnet, dat spreekt. Waarom zou ze? Rekende ze in het spektakel van het leven ooit op een vangnet? Nou dan!

Wáp! Daar valt het net op de grond - Ophüls is er de filmer niet naar om uit dat zwaar vallende net niet een dramatisch effect te winnen.

Uit het lood

Terwijl haar leven voorbij stuitert, wordt Lola besprongen door herinneringen en Ophüls suizelt mee. Kriskras door de tijd en door Europa sleurt hij de filmkijker. Zijn camera hangt vaak uit het lood en staat zelden stil, zijn dialogen zijn literair en zijn decors zijn exuberant, in de hoogte en de breedte. Daarbij verbluft boven alles zijn filmische omgang met stoffen en weefsels. Nooit zag ik groen fluweel zo sensueel belicht, nooit een witkanten gewaad zo romig. Als sleutel voor zijn inspiratie biedt Ophüls het schilderij dat een aanbidder van Lola laat schilderen. Dat schilderij is een kopie van

La Grande Odalisque van Jean-Auguste-Dominique Ingres, het bekende naakt dat bestaat uit een en al rug. Ingres' opwinding over plooien, borduursels, veren en juwelen, we vinden ze allemaal terug in de film van Ophüls. Zijn kleuren zijn verzadigd en zwaar, met een overdaad aan grijstinten en een aan waanzin grenzende aandacht voor details. Oftewel: is een ganzenveer rood, dan treffen we elders in het grijs een stompje kaars in hetzelfde rood.

Ophüls houdt zijn licht donker en blijft bij voorkeur binnen, met de vensters niet als uitzicht maar als schilderijtjes. Moeten we naar buiten dan is het zonlicht schel, onaangenaam. Alle actie zit opgesloten, onder een zichtbare zoldering, in de omlijsting van een raam, achter de ronding van een trap of onder een gebogen deurpost. De personages zijn gevangenen.

In deze wereld, stelt Ophüls, is kunstmatigheid zowel de norm als de waarheid. En dat is spelen met vuur. Lola Montès, toonbeeld van beheersing, wil uiteindelijk vertellen over groot gevaar.

Volgende maand: Le Signe du lion van Eric Rohmer

Abonnees kunnen deze film bestellen à € 18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (6 delen).

Zie de advertentie op pagina 41 en de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, www.nrc.nl/dvd of bel met 010-406 6928