Grondwet niet duidelijkover rol minister-president

In zijn `Dezer dagen` van 13 april schrijft J.L. Heldring over de internationale dimensie van onze minister-presidenten sinds 1930 onder meer: ”Voor de oorlog was Nederland neutraal en was vertrouwdheid met de buitenwereld voor een minister-president niet zo nodig. Grondwettelijk was trouwens de minister van Buitenlandse Zaken de eerst verantwoordelijke voor dit deel van het kabinetsbeleid.”

Echter, onze Grondwet zegt hier niets over. In hoofdstuk 2 `Regering` staan drie pagina`s over de koning en minder dan een pagina over `Koning en ministers`, oftewel onze regering. Over de minister-president wordt daarin slechts gezegd dat hij de voorzitter is van de ministerraad (art. 45-2). Dat hij daarbij ook ”de eenheid van het kabinetsbeleid” zou moeten bevorderen, wat je vaak hoort zeggen, is volgens art. 45-3 de taak van de ministerraad als geheel. En in art. 48 wordt een formaliteit geregeld voor de ondertekening van zijn benoeming. Dat is alles wat over de minister-president gezegd wordt in onze Grondwet.

Een andere functieverdeling, meer in overeenstemming met bijvoorbeeld die in Engeland of Duitsland, is dus een kwestie die de ministerraad zelf zou kunnen regelen. Maar dan moeten zij ermee akkoord gaan dat een van hen werkelijk premier wordt en niet slechts een primus inter pares. Het is overigens wel tekenend voor de onduidelijkheid van posities en verantwoordelijkheden van onze regering dat zelfs een deskundige als Heldring hierin een vergissing maakt.