'Globalisering is geen natuurkracht'

De neoliberalen hebben het klimaat voor de werkende klasse een stuk guurder gemaakt. En ter compensatie maken ze de straat nu veiliger: de 'strafstaat' komt er aan.

Het was de tijd van zijn leven, zegt hij: de drie jaar dat Loïc Wacquant, Frans socioloog, doorbracht in een boksschool in het getto van Chicago, eind jaren tachtig. In Frankrijk had hij eerder zijn studie industriële economie gestaakt nadat hij een lezing had bijgewoond van de man die later zijn leermeester zou worden: de beroemde socioloog Pierre Bourdieu. In Chicago, waar Wacquant aan de universiteit de getto's bestudeerde, volgde een tweede openbaring. Hij stuitte op de kloof tussen wetenschap en werkelijkheid. 'Het overgrote deel van de sociologen die zich met het zwarte getto bezighield, had er geen enkele praktische ervaring mee. Toen ik de school ontdekte in de buurt waar ik woonde, wist ik niets van boksen. Ik zag die school vooral als een middel om het getto te leren kennen. Maar uiteindelijk viel ik volledig voor die wereld, zelfs zozeer dat ik even heb overwogen professioneel bokser te worden. Toen ik Bourdieu schreef wat ik daar aantrof, stuurde! hij me een bemoedigend kaartje. Op die boksschool, schreef hij, zul je meer over het leven in het getto leren dan uit welk rapport of welke statistiek dan ook. Dat kaartje, met het briefhoofd van het Collège de France, heb ik in mijn kamer aan de muur gehangen. Iedere keer dat ik weer eens in de ring volledig in elkaar was gebeukt en was uitgescholden door mijn coach, trok ik me aan die woorden op.'

Strijdlustig

Wacquant werd geen bokser, maar professor in de sociologie aan de universiteit van Californië in Berkeley. Daarnaast doceert hij in Parijs aan het Centre de Sociologie Européenne; ik spreek hem in zijn appartement in het zesde arrondissement. Hij is een vrolijke, innemende verschijning; zijn optreden is eerder uitgesproken en strijdlustig dan academisch. Hij heeft meegedemonstreerd tegen de inmiddels ingetrokken arbeidswet van minister De Villepin. 'Het ging weliswaar om een miniem werkgelegenheidsprogramma, maar dat zou worden gebruikt als een koevoet om de arbeidsmarkt te dereguleren en de verzorgingsstaat af te breken. Ik weet dat vooral in de buitenlandse media het beeld bestaat van de verwende Fransen die zich niet willen aanpassen aan de nieuwe economische wereldorde, die de competitie met het buitenland niet aangaan. Maar dit is vooral een nationale kwestie. Het gaat om banen in de dienstensector, niet om werk voor jonge mensen dat anders zal worden uit! besteed in lagelonenlanden als Roemenië, Korea of India. Die wet was vooral een poging om het werkloosheidscijfer vóór de volgende verkiezingen op het oog te verlagen, zodat de regering tenminste ergens op kan bogen. Maar zo'n wet betekent alleen dat werkloze jongeren in tijdelijke, zwaar onderbetaalde baantjes terechtkomen, waarin ze nog net zo ongelukkig zijn als voorheen.

'Het is ook een manoeuvre geweest in de politieke strijd tussen de ministers Villepin en Sarkozy. Die twee houden het land gegijzeld. Kijk naar wat er tijdens de rellen in de banlieues van afgelopen november gebeurde. Na de confrontatie tussen de jongeren en de politie, die leidde tot de dood van twee jongens, zag je de gebruikelijke relletjes die gepaard gingen met het in brand steken van een klein aantal auto's. De avond voordat Sarkozy de jongeren in de achterstandswijken voor racaille (tuig) uitmaakte, gingen er nog maar nauwelijks auto's in vlammen op, de rellen waren praktisch voorbij. Toen deed hij zijn uitspraak op de nationale televisiezender en kostte het drie weken om de boel tot bedaren te brengen. Sarkozy wilde indruk maken als de man die de banlieues eronder kon krijgen.'

Dat heeft hem geen windeieren gelegd. Zijn populariteit bij de Franse burger steeg tot ongekende hoogten. 'Zeker. Omdat hij de autoriteit van de staat bevestigde. Mensen hebben het gevoel dat de staat niets meer voor hen doet. Waarom zou je een politicus steunen wanneer hij je geen garantie op werk kan geven, geen inkomenszekerheid en ook geen sociale zekerheid? In Frankrijk hangen veel sociale voorzieningen, zoals gezondheidszorg en recht op een woning, samen met je baan. Als je die verliest, ben je grotendeels ook de bescherming van de verzorgingsstaat kwijt. Mensen hebben het gevoel dat de staat niet langer zekerheid biedt op de arbeidsmarkt, aangezien ze de economie dereguleert. Daardoor ontstaat de neiging om te vluchten in de sociale voorzieningen. De staat reageert daarop door uitkeringen te koppelen aan voorwaarden, die moeten fungeren als een springplank naar de arbeidsmarkt. Je verplicht jezelf om geschoold of bijgeschoold te worden en om een laagbetaalde baan t! e accepteren. Het vangnet van de sociale voorzieningen wordt dus steeds kleiner. Maar dat maakt de sociale onzekerheid, die toch al groot is vanwege de deregulering van de arbeidsmarkt, alleen maar groter. De politiek levert de burger dus niet langer wat die van de staat verlangt. De politiek legitimeert dat door de burger een gevoel van persoonlijke veiligheid te beloven. Dan krijg je wat ik de strafstaat noem.

De politiek herwint het gezag van de staat via de politie, de rechtsorde en het gevangeniswezen.'

Wacquant wil dus zeggen dat men de toegenomen onveiligheid op de arbeidsmarkt compenseert met een voortdurende nadruk op veiligheid op straat? 'Ja, en ironisch genoeg zijn het vooral linkse politici die zo reageren. Rechtse politici hebben namelijk nooit beloofd dat ze garant staan voor je baan en je bestaan. Wanneer links de economie dereguleert en de verzorgingsstaat inkrimpt, verliezen ze veel meer aan geloofwaardigheid. En daarom zie je in Europa dat het juist mensen als Tony Blair in Engeland, D'Alema in Italië, Schröder in Duitsland en Jospin in Frankrijk zijn geweest, die de overgang van de verzorgingsstaat naar de strafstaat hebben bewerkstelligd. Zíj hebben het politieapparaat versterkt in de achterstandswijken, die gedestabiliseerd zijn door hun eigen politiek van deregulering en afbraak.'

De meeste mensen zijn tegenwoordig geneigd stedelijke verloedering en de toename van het aantal mensen in de gevangenis vooral te zien als een moreel probleem, een kwestie van normen en waarden, niet als een economisch probleem. 'Opmerkelijk is dat we de afgelopen vijftien jaar in alle ontwikkelde landen het fenomeen van de probleemwijk en de achterstandbuurt hebben leren kennen. De Bijlmer in Amsterdam, het nieuwe westen in Rotterdam, Bobigny en La Courneuve in Parijs - in iedere maatschappij vind je wel een wijk die tot een symbool is uitgegroeid van alle sociale kwaden van deze tijd. Deze wijken worden grotendeels bewoond door postkoloniale immigranten.

Zij zijn bij uitstek herkenbaar en gemakkelijk aan te wijzen. Dat geeft de politieke elite de mogelijkheid van grote-stadsproblematiek te spreken, terwijl het wel degelijk om een veel bredere sociale problematiek gaat.

'Om de toestand in die probleemwijken te verbeteren stort men zich op stadsvernieuwing, gedwongen spreiding en integratie, maar hoe ambitieus die plannen ook zijn, ze vallen in het niet bij de veranderingen die nodig zijn om de arbeidsmarkt weer stabiel te maken en de lagere regionen ervan structuur te geven. Het wordt politici nu erg makkelijk gemaakt om te zeggen dat de situatie ongekend is met al die nieuwe bevolkingsgroepen. En vooral na 11 september 2001 halen ze er ook steeds de islam bij. Volgens hen ligt het probleem zuiver en alleen bij het gebrek aan integratie.'

Maar heeft het daar dan niets mee te maken? 'Op nationaal niveau bestaan er in Frankrijk nauwelijks sterke islamitische organisaties. Voor zover ze er op lokaal niveau wel waren, hebben ze zich tegen de rellen in de voorsteden gekeerd. Je kunt zelfs zeggen dat er waarschijnlijk helemaal geen rellen gewéést waren als de islam sterker aanwezig was geweest in de banlieues. Natuurlijk treft de sociale verloedering de immigranten het meest, want zij hebben het economisch het hardst te verduren. Zij zijn de eersten die te maken krijgen met de gevolgen van het inkrimpen van de verzorgingsstaat. Zíj zijn voor het justitiële apparaat de makkelijkst herkenbare groep. Daardoor is deze groep oververtegenwoordigd in de gevangenissen en dat feit wordt dan weer door de politici gebruikt om hun gelijk aan te tonen. Zie je wel, zeggen ze, vreemdelingen plegen meer misdaden. Dat dient dan vervolgens weer als excuus om de strafstaat te versterken.'

Neoliberale revolutie

In zijn boeken en artikelen spreekt Wacquant veelvuldig over de neoliberale revolutie, die zich vanuit de Verenigde Staten over grote delen van de wereld verspreid zou hebben. Wat verstaat hij daar precies onder?

'In de regel wordt het woord neoliberalisme nogal losjes gebruikt. Meestal bedoelt men de economische transformatie van de markt, het terugdringen van de overheidsuitgaven, lagere inkomstenbelastingen en het faciliteren van het zakelijk verkeer. Volgens mij gaat het om een transnationale revolutie van bovenaf. Gewoonlijk vinden revoluties van onderop plaats, maar in dit geval zijn het de geprivilegieerden die de omwenteling tot stand hebben gebracht.

Ik onderscheid drie belangrijke kenmerken. Allereerst beschouwen neoliberalen de markt als het optimale middel om alle menselijke activiteiten te organiseren. Ze willen dus niet alleen de bestaande markten dereguleren, zoals de arbeidsmarkt en de financiële markt, maar ook marktwerking toepassen op instituten die tot dusver over andere distributienetwerken beschikten, zoals de gezondheidszorg en het onderwijs, die traditiegetrouw door de staat werden geleverd en in principe voor iedereen gelijk toegankelijk moeten zijn. Tony Blair heeft van scholen nu zelfstandige ondernemingen gemaakt, die sponsors moeten zoeken onder bedrijven. Ten tweede willen de neoliberalen voorkomen dat men zijn toevlucht zoekt in de verzorgingsstaat. Dus vormen ze de verzorgingsstaat om tot een middel om weer zo snel mogelijk de arbeidsmarkt te kunnen betreden. Men gaat van welfare naar workfare. Het is dus niet zo dat de verzorgingsstaat veel kleiner wordt, maar men gaat eerder uit van een a! ndere filosofie. Je hebt niet langer collectief recht op ondersteuning, nee, je onderhoudt nu een individuele relatie tot de verzorgingsstaat in de vorm van een contract.

'Meestal houdt men dit aan als definitie van het neoliberalisme. Maar er is meer: je ziet een enorme expansie in de publieke sector - en dan heb ik het over de politiemacht, justitie en het gevangenissysteem. Die explosieve groei zie je in alle moderne landen, of ze nu stijgende criminaliteitscijfers hebben of niet. Dat heeft niemand voorzien. Halverwege de jaren zeventig ging men ervan uit dat de gevangenis een achterhaald instituut was, dat langzaam maar zeker plaats zou maken voor andere methoden van sociale controle. De filosoof Michel Foucault schreef in zijn Discipline, toezicht en straf dat de gevangenis zijn raison d'être verloren had. Toen hij dat schreef zaten er in Frankrijk 25.000 mensen in de gevangenis. Tegenwoordig zitten er 60.000 vast, dat is dus meer dan een verdubbeling. In de Verenigde Staten is de gevangenispopulatie sinds 1973, toen de daling in het aantal gedetineerden stopte, explosief gestegen.'

Er bestaat dus een onmiskenbare samenhang met de opkomst van het neoliberalisme? 'Je ziet een toenemende vrijheid in de bovenlaag van de maatschappij, een politiek van laissez-faire wat grote bedrijven betreft, maar in de rest van de maatschappij wordt steeds harder opgetreden. Wanneer de kloof tussen arm en rijk groter wordt, de armoede groeit en de onveiligheid toeneemt, zoeken de lagere klassen hun heil in illegale circuits. Als je de keus wordt gelaten tussen werkloos zijn of een derderangs baantje, ga je een alternatieve economie opzoeken, en dat gebeurt dan vooral in de drugshandel. Het is niet toevallig dat deze criminele circuits het afgelopen decennium almaar groter en zelfstandiger zijn geworden. En de strafstaat groeit navenant. In de Verenigde Staten is het aantal mensen dat in het justitiële systeem werkt, explosief gegroeid. In 1982 werkten daar een miljoen mensen in die sector, nu zijn dat er 2,2 miljoen. Als je het personeel van alle strafinstellingen! in de VS bij elkaar optelt, dan is dat de op drie na grootste werkgever van het land. Nummer één staat Manpower Inc, een uitzendbureau, nummer twee is Kelly Services, ook een bedrijf dat in tijdelijk werk voorziet, en daarna komt K-Mart, dat bekendstaat om zijn slechte arbeidsvoorzieningen. Maar daarna komen de strafinstellingen. Er is dus wel degelijk een verband. Je krijgt ook een steeds grotere groep permanent werklozen en mensen die ongeschikt zijn voor wat voor werk dan ook. Wat moet je met ze aanvangen? Als ze zich koest houden, kunnen ze rustig in hun afbraakbuurten blijven wonen. Als ze zich roeren, zet je ze in de gevangenis. In de gevangenissen van alle welvarende landen tref je een oververtegenwoordiging aan van werklozen, migranten, geesteszieken, daklozen. Voor hen is geen plaats in de markteconomie. Dat is geen toeval.'

Drugsbeleid

'Europese criminologen hebben lang beweerd dat de situatie van de zwarten in de Verenigde Staten uniek is. Maar ik heb alle gegevens in de computer gestopt en dan zie je dat in tien van de vijftien Europese landen die tot voor kort de Europese Unie vormden, de oververtegenwoordiging van postkoloniale immigranten in de gevangenissen groter is dan de oververtegenwoordiging van zwarte gedetineerden in Amerika. Laat ik Nederland als voorbeeld nemen. Dat land zou een ander patroon in de statistieken moeten laten zien, aangezien het drugsbeleid toleranter is en Nederland van oudsher meer aandacht had voor resocialisering en minder voor streng straffen. Dat er op een gegeven moment strenger gestraft ging worden, werd door de politiek gerechtvaardigd met de aanhoudende kritiek vanuit het buitenland, de beschuldiging dat Nederland crimineel gedrag exporteerde. Men wilde meer in de pas lopen met de buurlanden, zei men.

'Nu zie je dat de gevangenispopulatie in Nederland de afgelopen vijftien jaar sterker gestegen is dan in de Verenigde Staten! Natuurlijk had Amerika een ruime voorsprong, maar niettemin is het aantal gedetineerden er sinds 1973 vervijfvoudigd, terwijl het in Nederland verzevenvoudigd is. Nederland strijdt nek aan nek met Engeland en Portugal om de titel van het land dat relatief het hoogste aantal burgers opsluit. Dat is een verbazingwekkende omslag.'

Maar de kritiek op de verzorgingsstaat luidt dat die de mensen passief maakt en veel te afhankelijk van de overheid. Veel mensen zijn ongetwijfeld slachtoffer van sociale omstandigheden, maar gaat het er niet om ze aan te spreken op hun individuele verantwoordelijkheid?

'Ha, die was ik nog vergeten! Dat is het vierde element van het neoliberale wereldbeeld, de herwaardering van de individuele verantwoordelijkheid. Het is de lijm die de drie andere elementen bijeenhoudt. Links en rechts vinden elkaar op dat punt. Rechts heeft het bestaan van groepen altijd ontkend. Zoals Margaret Thatcher zei: er is geen maatschappij, er zijn alleen individuen. Men ziet de geschiedenis niet als een strijd tussen groepen mensen. Maar ook links legt sinds enkele decennia de nadruk op individuele ontplooiing, het recht je eigen bestaan te organiseren, je identiteit te vormen. Het individu staat voorop. Maar die notie wordt misbruikt door de neoliberalen en gebruikt als legitimatie om hun agenda volledig door te voeren. In alle segmenten van de samenleving wordt nu de nadruk gelegd op het individu. Je staat er alleen voor op de arbeidsmarkt, aan de universiteit, in het ziekenhuis, in de rechtsstaat, het draait steeds opnieuw om de eigen verantwoordelijkheid.'!

Natuurkracht

Dat is een eigenaardige paradox, merk ik op. Politici leggen steeds meer de nadruk op de verantwoordelijkheid van het individu, maar aan de andere kant verklaren ze zich steeds vaker onmachtig, overgeleverd aan ongrijpbare krachten, die ze samenvatten met één enkel ontzagwekkend woord: globalisering.

'Men praat over globalisering alsof het een natuurkracht is. Globalisering is een ideologisch begrip dat gebruik wordt om een aantal economische, sociale en technologische transformaties mee te verklaren. Maar die omwentelingen zijn wel degelijk het resultaat van bepaalde bewust genomen politieke besluiten en zorgvuldig opgestelde agenda's. Politici gebruiken de globalisering nu om nog meer politieke besluitvorming in dezelfde richting af te dwingen - en zo komen de voorspellingen over toenemende gelijkschakeling vanzelf uit. Staten zeggen klem te zitten tussen het proces van globalisering enerzijds en Europese eenwording anderzijds. Wat kunnen wij nog doen? zeggen ze. We kunnen slechts in de marge veranderingen aanbrengen. Maar dat is sterk overdreven. In werkelijkheid zijn er sterke onderlinge verschillen tussen landen. In Engeland, zegt men, zijn veel meer mensen aan werk geholpen dan in Frankrijk. Maar het armoedecijfer in Engeland is 18 procent, in Frankrijk 7 procen! t. Dat is het resultaat van bepaalde doelbewuste keuzes die de staat maakt.

'Onlangs werd in Los Angeles een man gehuldigd die tot zijn honderdste had gewerkt. Groot feest, een brief van president Bush en iedereen trots. Dan denk ik: wat voor een land is dat, dat een honderd jaar oude man om drie uur 's nachts op laat staan, zodat hij om half vier bussen kan schoonmaken voor een loon waarover iedereen tijdens de festiviteiten wijselijk zijn mond hield? En hoeveel geld ontvangt hij nu, na zeventig jaar gewerkt te hebben? Dat hangt allemaal van de staat af. Wanneer mensen de arbeidsmarkt betreden, beschikken ze over bepaalde vaardigheden. Die hebben ze geleerd bij instellingen van de staat. Het is niet de markt die ongelijkheid veroorzaakt, het is niet de Europese Unie die als een soort goddelijke instantie over ons beschikt. De onmacht van de staat wordt schromelijk overdreven. Natuurlijk is het complex, maar dat wil niet zeggen dat we machteloos zijn, dat we niet van onze fouten kunnen leren.'

Van Loïc Wacquant verschijnt dit najaar 'Straf ze!; van de verzorgingsstaat naar de strafstaat' bij uitgeverij EPO, prijs O 24,-

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.

Serge Cohen (Cosmos/Hollandse Hoogte) is fotograaf in Parijs.