Familie, vroomheid en de shopping mall

Wij in West-Europa denken dat grote ongelijkheid samenlevingen ontwricht. Maar in Azië liggen de Eerste en de Derde Wereld vlak naast en op elkaar. Heel rijke mensen leven zonder wrijving pal naast grote armoede. Hoe werkt de rit op de tijger?

Een sportschool in Bangkok, vlakbij de grote Siam shopping mall. Het is hier meestal geen weer om buiten te joggen - te warm, te vaak lauwe plensbuien. Gupe (28) is hier elke week enkele ochtenden te vinden - een mooie vrouw met Chinees en Indiaas bloed. Ze wil zichzelf geen goede boeddhist noemen, maar ze probeert het wel te zijn. Ze doet haar gebeden dagelijks.

Ze heeft een kind van anderhalf en een man die altijd werkt. 'Iets met investeringen, met zijn broers.' Het kind is vanochtend in de wachtkamer, samen met twee kleine kind-meisjes in witte schorten met een blauwe bies - het uniform van de kindermeisjes in Azië. Ze houden het kind bezig, met pap, met autootjes, met wiegen, met neuriën. Ze doen het geroutineerd en bijna geruisloos. Ze zouden zelf pubers zijn als ze zich dat konden veroorloven. Dat kunnen ze niet - ze wonen in bij hun mevrouw, verdienen 60 euro per maand en sturen dat grotendeels op naar de Filippijnen. Daar houden al die kleine bedragen bij elkaar de economie overeind.

Gupe neemt er de tijd voor - een half uurtje steppen, spelen met gewichten, met de apparaten. Met een pietie (een personal trainer) aan haar zijde. Als ze op de mat ligt voor de beenspieren, duwt hij haar slanke dijen richting voorhoofd. Haar mobieltje zit in zijn zak. Als het afgaat, drukt hij op de verbinding en overhandigt het haar. Ze legt haar iPod even weg en dan ligt ze soms een kwartiertje te bellen. De pietie wacht geduldig, iPod in de aanslag.

Ze is vanochtend minzaam, maar een paar dagen geleden, had ze haar pietie alleen maar afgesnauwd. Misschien was het haar humeur, misschien was het verveling. Echte filmsterren schijnen dat met hun pietie ook weleens te doen.

Verveling - rijke jongelui vervelen zich, zo lijkt het wel, nergens in zulke groten getale als in Aziatische steden. Zodra ze getrouwd zijn, stoppen de vrouwen meestal met werk. Chauffeurs zetten hen af en halen hen op. Voor een gevarieerd cultureel milieu zijn de samenlevingen over het algemeen te conformistisch. Voor topvoetbal moeten de jongens televisie kijken naar de eindeloos durende en herhaalde Engelse competitie, politiek is oninteressant en de jonge vrouwen kijken het liefst naar soaps of naar een Amerikaanse zender die de hele dag Amerikaanse filmsterren over rode lopers laat lopen.

En verder zijn er dan de shopping malls. Als paddestoelen rijzen ze in de steden uit de grond, grote, fonkelende shopping malls. In deze consumptietempels wordt met de creditcard in de aanslag de beslissende strijd tegen de verveling geleverd.

Nee, Gupe, wil zichzelf geen mall babe noemen, maar ze kan je wel precies vertellen waarom het behelpen is in de Siam mall en waarom Erawan Boutique Mall, een paar honderd meter verderop, interessanter is.

Voor de grote merken is Azië een magneet. In Singapore experimenteren zij met luxury items, 'die over het algemeen voor de New Yorkse markt te duur zijn', zo vertelde de vrouwelijke chef van American Express Asia onlangs op cnn zonder een spoor van ironie. Gupe vliegt er weleens heen, want er wonen een paar goede schoolvriendinnen van haar. 'Singapore is the best', vindt ze, maar jongere vrienden zweren inmiddels bij Shanghai. 'Veel vaker modeshows in de mall.'

De malls zijn vergeven van personeel. Personeel kost niets, het hangt meestal in trosjes van drie à vier bij elkaar op een krukje. De haves in Azië kunnen putten uit een bijna eindeloos reservoir van jonge mensen die naar de megapolen trekken om wat te verdienen. Ze werken zes dagen in de week, voor een paar euro per dag, in de malls meestal van tien tot acht.

Die trek naar de stad heeft van Aziatische steden in een paar decennia miljoenensteden gemaakt. Overheden leveren er met metro- en skytrain-projecten een verbeten gevecht tegen de infrastructurele chaos, die onvermijdelijk is bij zoveel groei. Maar het meeste mall-personeel stapt in bussen zonder airco, vol diesel- en zweetlucht, ergens naar een flat of een huisje.

De volgende ochtend zullen ze in keurig gewassen en gestreken goed weer paraat zijn, vriendelijk voor elke klant.

Oude Europeanen - West-Europeanen dus - weten niet beter dan dat grote ongelijkheid samenlevingen ontwricht. Ongelijkheid moet alleen al daarom dus enigszins worden getemperd. Die stelling wordt hier al jaren gelogenstraft. Aziatische machthebbers hebben de marxistische leuzen allang achter zich gelaten. Hoewel er hier en daar - vooral in China nu - enige bezorgdheid te horen is over het fenomenale verschil tussen arm en rijk, blijft het verbazingwekkend om te zien hoe een kwart eeuw van nooit eerder vertoonde groei zoveel uitbundige rijkdom heeft geproduceerd te midden van de vertrouwde armoe. Dat het niet uit elkaar spat, is intrigerend. Het komt door de familiestructuren, zeggen sommige sociologen. Die familiebanden zijn hecht en zorgen voor private geborgenheid - armoe wordt pas een tijdbom als er ook nog vervreemding is.

Het is de economische groei zelf, zeggen anderen. Het zijn samenlevingen met veel jonge mensen en ze zijn er allemaal van overtuigd dat zij het beter gaan krijgen dan hun ouders, en zo is het waarschijnlijk ook. De klassieke belated gratification dus, waarbij een mens veel kan verdragen omdat uitstel uiteindelijk resulteert in een behoeftenbevrediging later. Voor Aziatische samenlevingen is in deze redenering grote economische groei wel een voorwaarde voor rust en orde. Maar het is tegelijk een beetje een rit op een tijger, want de groei is stabiliserend en ontwrichtend tegelijk.

En dan is daar nog de religie, die de scherpe kanten van de sociale ongelijkheid afslijpt. Overal is religie. Voor de Europeaan - gelovig of ongelovig - met de bagage van vier eeuwen scepsis jegens duivels, demonen, engelen, hemel en hel, is het een moeilijk te doorgronden kracht. De oproep tot gebed vanaf de minaret, de kaarsen in de hindoetempeltjes, de stiltemomenten, de gezondheidsshows doortrokken van de relatie tussen lichaam en geest - het is overal vertrouwd en beleeft een renaissance bij arm en rijk. Opium van het volk, zei Marx. Een oase van rust in een onstuimige tijd, schrijft een krant hier als commentaar op de grote Stiltedag van de hindoes, wanneer alle vliegverkeer naar Bali is stilgelegd en de geldmachines worden uitgeschakeld.

Alleen de islam blijft een geval apart. Bindt het, splijt het, kan het samengaan met economische groei of gooit dat te veel overhoop? In Indonesië is het één grote worsteling.

Een gedachtewisseling onderweg op Sulawesi. Wij rijden met zijn vieren van Makassar naar het noorden. Tusri, 27, afgestudeerd in de communicatie aan de universiteit van Makassar, werkloos en klusjesman, niet getrouwd en naar eigen zeggen dringend toe aan een vriendin. Anwar, 27, student communicatie, getrouwd, vader van twee kinderen, ritselaar en chauffeur. En Wahid, 34, afgestudeerd in de islamitische communicatie, een klein baantje bij het geloofssecretariaat in Makassar, getrouwd en nog zonder kinderen. Drie moderne jonge mannen, spijkerbroek en T-shirt, met mobieltjes, betrekkelijk nutteloze opleidingen, yahoo-accounts - moslims van het eigentijdse soort. En met een krappe portemonnee.

We hebben het over echtscheiding. Nee, daar zijn ze alledrie fel tegen. En trouwen met méér dan een vrouw? Het is een vraag die tot veel vrolijkheid leidt. Het moet kunnen, het islamitische familierecht staat het toe, tot een maximum van vier vrouwen. Maar je ziet het niet zo vaak meer, in Makassar heeft hooguit vijf procent van de mannen nog meerdere echtgenotes. Anwar: 'Het kost een hoop geld, je moet dan als man echt helemaal alleen de kost verdienen.' Wahid: 'Natuurlijk, het moet kunnen, maar ik vind het voor mezelf eigenlijk niks, niet van deze tijd.' En Tusri zwijgt - 27 en nog geen vriendin, dan is een wat afwachtender rol bij zo'n onderwerp misschien meer op zijn plaats.

Wahid ziet het dus niet voor zichzelf, maar het moet kunnen. 'Ja, als je het kunt betalen en als je vrouw geen kinderen kan krijgen of de man geen genoegen meer verschaft.' Ik vertel hem dat praktisch alle yahoo-account-bezitters in Europa en Amerika dit nogal achterlijk vinden en bovenal vernederend voor een vrouw.

Nu brandt Wahid los. 'Ze hebben geen ongelijk. Wij moeten hier veel beter de sharia-regels naleven. Daarin staat dat een man pas een nieuwe vrouw erbij mag nemen als zijn eerste vrouw dat goedkeurt en als de man het onderhoud van zijn vrouw garandeert. Dat gaat nu nog weleens mis, maar als we eindelijk eens de sharia zouden naleven, dan heeft de vrouw de rechten die de islam haar heeft gegeven. Op tv zie ik vrouwen met spandoeken in Jakarta betogen tégen invoering van de sharia-wetgeving, die begrijpen er niets van, die protesteren tegen hun eigen rechten.'

Deze jongemannen zijn niet radicaal. De avond tevoren hebben ze zitten zwijgen op de tweede rij tijdens een gesprek met het bestuur van de sharia-commissie van Makkasar. Het is een commissie die al meer dan tien jaar probeert de sharia in de havenstad van Sulawesi in te voeren en gek genoeg tref je in dit comité ook hindoes en katholieken aan.

Terwijl het dieptepunt van elke Aziatische hotellobby opnieuw onafwendbaar blijkt - een band die The Carpenters speelt - heeft de voorzitter van het comité het over gedeelde idealen van vroomheid en ethiek. Christenen, boeddhisten, moslims - allemaal samen, met vooral veel dialoog.

Geloof en bijgeloof zijn in opmars, achterlijk en modern tegelijk, niet alleen in Indonesië, maar overal in Azië. In China halen ze van overheidswege na meer dan een halve eeuw atheïsme zelfs Confucius weer van stal om het volk te voorzien van normen en waarden - harmonie, oprechtheid, trouw aan het gezag - nu het er allemaal wat te onstuimig en te wild begint te worden. Schoolboeken worden aangepast, de curricula van de beste scholen staan er bol van.

Overzichtelijke dictaturen met economische vijfjarenplannen sterven uit, het bejubelen van staatshoofden is een curiositeit aan het worden en het samenbindend vermogen van staten en samenlevingen wordt onder druk van zoveel vitaliteit en groei in Azië zwaar op de proef gesteld. Godsdienst schijnt te helpen, afwezigheid ervan maakt er in elk geval knap nerveus.

De familie, de vroomheid en de shopping mall - is dat de vulling van het stootkussen in een nooit eerder vertoonde sociaal-economische bonanza?

Grote vaderfiguren zijn in elk geval op hun retour. Er wordt weliswaar over het algemeen niet zo grondig met hen afgerekend als in Europa het geval was, maar de dode Mao lijdt aan functieverlies, de dode Marcos van de Filippijnen is weggestopt, de oude Suharto van Indonesië zit stalles en zelfs Ho Chi Minh Stad duikt tegenwoordig weer verdacht vaak onder de naam Saigon op. Autoritaire bureaucraten in China proberen met man en macht de rijken eindelijk wat belasting te laten betalen, populistische vrijbuiters proberen in democratischer landen de armen te paaien zonder de rijken aan het schrikken te maken.

Een scène in Bogor - vroeger Buitenzorg. Aan het zwembad van het hotel sjokken een Chinese vader en moeder met twee peuters, alletwee te dik - obesitas is ook hier een urgent probleem. Erachter volgt, onzichtbaar, een kindermeisje uit Sumatra. De ouders wisselen af en toe een woord en te midden van allerlei handelingen - spatteren, afdrogen, fotokiekjes - blijkt hoe geperfectioneerd de techniek van hun omgangsvormen is. Het kindermeisje is in klinische zin lucht, niet aanwezig, niet toegesproken, geen oogcontact. Zoals zovelen inmiddels huren ze twee kamers - een voor de ouders, een voor de peuters. Een extra bed voor het meisje hoeft niet, want die slaapt op de grond bij de peuters.

Het is een vertrouwd beeld geworden nu Aziaten de Europeanen uit de betere hotels verdringen. En alledrie - de vader, de moeder en het kindermeisje - kunnen ze in dit vrije weekend aan het zwembad in Bogor vaststellen dat ze het al veel verder hebben geschopt dan hun ouders. Al hangen ze hoofdzakelijk op hun hotelkamers voor de televisie - ze hangen er toch maar mooi.

Rijke jongelui vervelen zich, zo lijkt het wel, nergens in zo groten getale als in Aziatische steden.

Voor de Europeaan met zijn bagage van vier eeuwen scepsis is de religie in Azië moeilijk te doorgronden.

Ben Knapen is correspondent van NRC Handelsblad in Jakarta.

Mariet Numan is illustrator.

    • Ben Knapen