Een hele rare gewaarwording

De revalidatie na de operatie aan zijn gebroken enkels valt turner Jeffrey Wammes (19) zwaar. Maar de gedachte dat zijn carrière ook voorbij kan zijn, verdringt hij zo veel mogelijk. 'Stoppen, dat klinkt ongelooflijk voor iemand die al tien jaar turnt.'

Jeffrey Wammes: „Ik denk eerst aan mezelf, dat doe ik altijd”. Foto Bas Czerwinski 28-04-2006, ZOETERMEER. JEFFREY WAMMES. Verkeerd terecht gekomen bij het turnen. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Het is moeilijk een voorstelling te maken van Nederlands beste turner die thuis over de bovenverdieping kruipt. Dat beeld is immer zó ver verwijderd van de acrobatiek waaraan Jeffrey Wammes zijn bekendheid ontleent. Maar de aan beide enkels geopereerde Wammes kan niet anders. Zijn ouderlijk huis is nu eenmaal niet aangepast aan het gebruik van de rolstoel, waarop de getormenteerde turner in de woonkamer en buitenshuis is aangewezen. Maar niet alleen de fysieke kwellingen vallen Wammes zwaar; de lange duur van de revalidatie wreekt zich vooral mentaal.

'Het kost me ontzettend veel moeite de moed erin te houden', zegt Wammes met zachte stem, maar op besliste toon. 'Na de operatie dacht ik: hè, hè, dat is achter de rug. Maar in werkelijkheid begint het dan pas. Ik ben nu vijf weken verder en het wordt steeds moeilijker positief te blijven. In het begin sprak ik mezelf volop moed in. 'Het komt goed, het komt goed', zei ik voortdurend. Maar daar ben ik mee gestopt. Het is ook zo'n grote overgang, van dagelijks turnen naar vrijwel nietsdoen, dat is bijna niet voor te stellen.'

Weggestopt in een Zoetermeerse woonwijk heeft de jongere broer van oud-turnster Gabriella Wammes zijn voeten op een grote, witte poef gelegd. Gezeten in een rolstoel is dat een comfortabele houding voor zijn benen, die tot de knieën zijn omhuld door looplaarzen van hard plastic. Zo nu en dan zet hij voorzichtig een voet op de grond om eens een andere houding aan te nemen. Het zijn maar kleine veranderingen in positie die Wammes zich kan permitteren. De eerste voorzichtige stapjes, afgelopen maandag op zijn verjaardag, voelden als het mooiste cadeau dat hij ooit heeft gekregen. Voor het eerst weer staan; dat riep bij de turner, die vijf weken geen grond heeft gevoeld, speciale emoties op. Zelf spreekt Wammes van 'een heel rare gewaarwording'.

Het is Wammes niet aan te zien dat hij er geestelijk doorheen zit. De turner vertelt monter over zijn leven, dat zes weken geleden ruw werd verstoord door een val tijdens een vloeroefening bij een wereldbekerwedstrijd in Lyon. De film van die ongelukkige tuimeling staat in zijn geheugen gegrift. 'Het gebeurde tijdens mijn eerste sprongserie. De dubbel gestrekte salto met hele schroef was het probleem niet, die heb ik al duizenden keren gedaan, maar wel de salto die daarop volgt en na één kaats uitgevoerd moet worden. Ik voelde in de lucht al dat het niet helemaal goed ging, waardoor ik wilde corrigeren, me te vroeg strekte en verkeerd landde. Ja, ik wist onmiddellijk dat het goed mis was, zo hevig was de pijn.'

Wat heet mis. Beide enkels waren dermate zwaar gecrasht, dat Wammes zelfs te horen kreeg dat de blessures ook het einde van zijn carrière zouden kunnen betekenen. Chirurg Van Dijk van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam mag dan een grote naam hebben als orthopeed, honderd procent garantie dat het goed zou komen, kon hij voor de operatie niet geven. En nog steeds niet, zij het dat operatie in medische zin is geslaagd en Wammes' hoop op een vervolg van zijn loopbaan aanzienlijk is gegroeid.

Maar de woorden 'einde' in combinatie met 'carrière' echoën nog na in zijn hoofd. Toch verzet Wammes zich tegen de gedachte dat stoppen met turnen de uiterste consequentie kan zijn. 'Daar leg ik me op voorhand niet bij neer. Stoppen, dat klinkt toch ongelooflijk voor iemand die al tien jaar turnt. Het idee is ook zo raar en onwezenlijk. Vooral als je er niet zelf voor kiest, maar dat je niet meer mág. Ik probeer er zo weinig mogelijk aan te denken, maar dat is moeilijk.'

Nee, opstandig wordt hij niet van de situatie. Daar is hij een te rustig mens voor. 'Het is alleen vervelend dat de blessures zo gecompliceerd zijn. Soms denk ik: was mijn been maar gebroken geweest, dan had ik na zes weken weer kunnen trainen. En het is ook vervelend, omdat het juist supergoed met me ging. Tot die val in Lyon was ik topfit. Als ik nog een maand had kunnen doortrainen, zou ik volgende week bij de EK zeer goed hebben gepresteerd, zeker weten. Maar nu ben ik veroordeeld tot het kijken naar de tv. Dat zal niet meevallen, vooral omdat ik vorig jaar bij de EK als senior op sprong mijn eerste (bronzen) medaille won.'

Naast het persoonlijke drama heeft de val van Wammes vergaande consequenties voor deelname van Nederlandse turners aan de Spelen van 2008. In oktober moet Nederland bij de WK bij de beste 24 in de landenwedstrijd eindigen om in de race te blijven voor olympische kwalificatie. Met Wammes erbij wordt dat een zware opgave, maar zonder hem is het bijna onmogelijk. Hij staat op zo'n hoog niveau, dat bij willekeurig welke vervanger naar schatting vijf punten worden ingeleverd.

Maar met dat worst case-scenario houdt Wammes vooralsnog geen rekening, omdat hij veronderstelt aan de WK te kunnen deelnemen. 'Ik denk eerst aan mezelf. Dat doe ik altijd al, want als ik goed presteer, is dat ook goed voor het team. Hoewel, team. Ik vind het moeilijk om in dat gezamenlijke belang te denken. Ik heb geen gevoel dat we één team zijn; we trainen nooit samen, maar moeten bij een WK als één ploeg optreden. En er zijn gevoeligheden, zoals momenteel met de rentree van oud- Nederlands kampioen Rufus Routh. In plaats van zijn poging toe te juichen, omdat hij ooit een heel goede turner was en zijn komst mogelijk goed voor het team kan zijn, wordt hij voornamelijk uitgelachen wegens zijn overgewicht. Maar wat wil je, die jongens heeft vijf jaar niet geturnd en is pas in januari weer begonnen. Natuurlijk wordt het moeilijk, maar ik denk dat het hem gaat lukken. Maar anderen zien hun plekje in gevaar komen, dat is het. En die vrees is terecht: als Rufus zo doorgaat en vrij van blessures blijft, gaat hij in oktober echt mee naar de WK.'

En daarmee zouden zijn kansen op 'Peking' stijgen, denkt Wammes, die geobsedeerd is door Olympische Spelen. 'Als je daaraan hebt deelgenomen, is je carrière compleet. Zelfs al zou je wereldkampioen zijn, maar je bent niet bij de Spelen geweest, is er in mijn ogen sprake van een lege plek. Ik kan ook niet begrijpen dat tennissers de Spelen laten schieten, omdat het niet in hun programma past. Wij turners zetten er alles voor opzij en een tennisser zegt heel gemakkelijk: er zijn belangrijker toernooien. Weet je, aan een EK kan bijna iedere goede sporter deelnemen, omdat je dan door de bond wordt ingeschreven. Maar deelname aan de Olympische Spelen moet je helemaal zelf verdienen, dat maakt het zo speciaal.'

Die bijzondere uitstraling slaat volgens Wammes ook over op de juryleden, want het valt hem op dat bij de Spelen eerlijker wordt beoordeeld dan bij andere grote wedstrijden. 'Het lijkt wel of er dan minder rekening met nationaliteit wordt gehouden. Het lijkt wel of de juryleden uit het voormalige Oostblok elkaar niet zo opzichtig de bal toespelen. Dat gebeurt bij andere toernooien wel. Kijk de jurylijsten er maar op na. Een Russisch jurylid geeft een landgenoot, een Wit-Rus of een Oekraïener standaard tweetiende punt hoger. En bij westerlingen zit hij altijd gelijk met andere juryleden. Ik ben daar vorige jaar bij de EK slachtoffer van geworden. Op vloer werd ik vierde, terwijl de kenners zeiden dat ik derde had moeten worden. Maar ik werd met gering verschil verslagen door de Hongaar Robert Gal.'

Het dit jaar ingevoerde nieuwe waarderingssysteem moet een eind aan die structurele misstanden maken. Maar Wammes heeft zijn gerede twijfels of dat gebeurt. 'Omdat een hogere aftrek mogelijk is', zegt hij. En hij komt met een voorbeeld: 'Voor een kleine stap moet drietiende punt worden afgetrokken en voor een grote stap vijftiende. Als een Rus een stap maakt, zal een jurylid uit het voormalige Oostblok die aanmerken als een kleine, waar de anderen er een grote in zien. Maar het is wel een verschil van tweetiende punt. Ik verwacht dat de verschillen in scores groter worden.'

Om zo min mogelijk last van doorgeschoten subjectiviteit te hebben, is het ook zaak dat turners een naam opbouwen. Yuri van Gelder, de Europees en wereldkampioen aan ringen, heeft die status bereikt, Wammes nog niet. Mede om die reden verbaast het hem dat Van Gelder vorige week met zijn trainer Remi Lens heeft gebroken. Van Gelders succes was mede aan hun samenwerking te danken, meent hij. 'Ik weet niet of het wel een goede keus van Yuri is, want hij was de enige Nederlandse turner die één-op-één door een coach werd begeleid. Lens deed alles voor hem; hij bepaalde zelfs zijn dagindeling. Dat gaat hij missen. Nu moet Yuri alles zelf doen. En er komt wat op hem af sinds hij wereldkampioen is geworden.'

Toch heeft Wammes ook begrip voor de keus van Van Gelder. Vorig jaar brak hij met coach Rob Stout, met wie hij zeven jaar had samengewerkt. Emotioneel viel hem dat zwaar, hoewel hij er rationeel van overtuigd was de juiste beslissing te hebben genomen. 'Ik was toe aan iets nieuws. De spirit was weg en ik had het gevoel dat hij me niets meer kon leren. Ik sprak daar recentelijk nog over met schaatser Jochem Uytdehaage, die ik ken van zijn Stichting Sporttop voor de begeleiding van jonge talenten. Hij heeft om soortgelijke redenen na zeven jaar van trainer gewisseld. Ja, dat het Stout heeft aangegrepen, begrijp ik. Toch had ik van hem meer begrip verwacht. Hij kwam met jankverhalen in de krant, terwijl ik grotendeels mijn mond heb gehouden. Hij wist dat ik die keus niet zomaar heb gemaakt en dat het op den duur fout zou zijn gelopen als ik bij hem was gebleven.'

Inmiddels traint Wammes bij zijn nieuwe club Flik-Flak in Den Bosch naar volle tevredenheid met de Chinees Ming Liu, die hij nog kende als assistent van Stout in Rotterdam. Met Ming heeft Wammes een band, die hij met Stout nooit zou krijgen. 'Omdat Rob strenger is en zich vaderachtig gedraagt. Ming is één van ons; met hem bespreek ik persoonlijke zaken waarover ik met Rob nooit zou zijn begonnen. Wij wilden dat wel en probeerden het ook, maar het ging gewoon niet. En ik had geen zin om geforceerd amicaal te doen. Dan is het nep en dat werkt niet.'

Hoewel Wammes beelden van de EK volgende week niet emotieloos kan laten passeren, kan hij door de ernst van de blessures zijn absentie accepteren. Dat wordt anders als hij onverhoopt in oktober ook de met het oog op de Spelen belangrijke WK moet missen. In dat geval is er iets misgegaan met zijn herstel. Een scenario waar hij nu nog niet aan wil denken. Vooralsnog gaat hij uit van de haalbaarheid van de WK. Op zijn niveau welteverstaan. 'Want ik pas ervoor om met afgezwakte oefeningen mee te doen. Ik turn om resultaat te boeken, anders had ik me al die grote opofferingen niet kunnen getroosten.'

    • Henk Stouwdam