Diyarbakir spreekt liever Engels dan Koerdisch

Ook commerciële zenders in Turkije mogen nu tv en radio verzorgen in het Koerdisch. De Koerden in Diyarbakir vinden het mooi maar niet echt nodig.

Cemal Dogan is trots. De manager van Gün radio en televisie in Diyarbakir heeft nog maar enkele uitzendingen in het Koerdisch verzorgd, en nu al heeft hij een fraai verhaal gehoord. Voordat de Turkse autoriteiten officieel toestemming gaven voor televisie in het Koerdisch, maakte het particuliere Gün-tv al eens een documentaire in die taal. Die documentaire, vertelt Dogan, wordt nu vaak door de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Abdullah Gül aangehaald in gesprekken met vertegenwoordigers van de Europese Unie, om te bewijzen hoe liberaal Turkije is geworden. Dogan lacht. Diyarbakir is niet groot, en Gün-tv is nog kleiner, maar de uitzendingen van het lokale televisiestation reiken kennelijk tot aan Brussel.

Verwonderlijk is dat niet. De Europese Unie staat al jaren in de bres voor meer sociaal-culturele rechten voor de Turkse Koerden, bijvoorbeeld in de media. Na zware druk vanuit Brussel verzorgt de staatsomroep TRT sinds enige jaren al uitzendingen in het Koerdisch, zij het maar een half uur en in de ochtend, bepaald geen prime time. Bovendien is een staatsomroep gemakkelijk te controleren door de autoriteiten, bij commerciële stations is dat veel moeilijker.

Misschien verklaart dat waarom de Turkse autoriteiten nog zoveel beperkingen hebben gesteld aan de uitzendingen in het Koerdisch. Radiostations mogen nu één uur per dag uitzenden in die taal, met een maximum van vijf uur per week. Voor televisie ligt de grens op 45 minuten per dag, vier uur per week. De televisieprogramma's moeten worden ondertiteld of nagesynchroniseerd in het Turks. Als er breaking news is vlak voor de uitzending, ontbreekt de tijd om nog even de straat op te gaan, opnamen te maken en terug te rennen naar de studio om de beelden de ether in te sturen. 'We zijn een rechtszaak begonnen om al die grenzen te verruimen', vertelt Dogan, 'en we zijn bereid om die uit te vechten tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg'. Dus over vijf jaar is er 24 uur per dag tv in het Koerdisch? 'Zo lang duurt dat niet meer', zegt de manager. ',Daar ben ik van overtuigd.' Dogans conclusie is duidelijk: met de Koerdische tv is het zuidoosten van het land aan een nieuw hoofdstuk in zijn emancipatie begonnen.

Maar hebben de inwoners van Diyarbakir dat gevoel ook? In een koffiehuis in het centrum van de stad leggen de bezoekers een kaartje zoals ze dat al jaren doen. Ze hebben ook niks anders te doen: vrijwel alle bezoekers van het etablissement zijn werkloos. Kijken ze naar Gün-tv? Natuurlijk, klinkt het eenstemmig - dat is het station van Diyarbakir en wij wonen hier. Maar hoe belangrijk is televisie in het Koerdisch voor inwoners van Diyarbakir? Een van de kaartspelers ziet voordelen: veel oude mensen spreken geen Turks, dus tv in het Koerdisch is goed. Maar hoe belangrijk is Koerdisch dan in hun leven? 'Als ik mocht kiezen tussen perfecte kennis van het Koerdisch of van het Engels, kies ik voor het Engels', zegt een werkloze man van halverwege de dertig. 'Als ik Engels spreek, zou ik naar Alanya en Antalya kunnen en daar met de toeristen kunnen werken.' Vergenoegd kijkt hij voor zich uit: 'Dan zou ik lekker rijk worden.'

Het koffiehuis is niet de enige plek in de stad waar er zo over wordt gedacht. Koerdische activisten juichten toen de Turkse autoriteiten toestemming gaven voor de opening van etablissementen waar die taal onderwezen werd. Maar inmiddels zijn alle Koerdische taalscholen in Turkije weer gesloten wegens gebrek aan belangstelling. Opleidingen die Engelse les verzorgen, kunnen daarentegen de vraag nauwelijks aan. Engels is in Turkije een paspoort naar een baan en een beter leven. En werk, werk, werk - dat is wat Diyarbakir wil.

Hoe somber de situatie in de stad is, weet Raif Türk, de voorzitter van de werkgeversvereniging DISIAD. Ongeveer de helft van de bevolking van Diyarbakir is werkloos, zegt hij. Ooit ging de ontwikkeling van de stad gelijk op met die van Gaziantep, een andere grote stad in Zuidoost-Turkije. Sterker nog, het sociale leven in Diyarbakir was een stuk gezelliger dan in zijn grote concurrent. Maar na twintig jaar Koerdische troebelen zijn de tijden veranderd. Gaziantep, dat buiten het gebied ligt waar veel Koerden wonen en dus gevrijwaard bleef van geweld, telt nu zo'n duizend grote fabrieken en werkplaatsen; in Diyarbakir bleef de meter steken op honderdvijftig. De overheid doet wel wat voor de regio, zegt Türk, maar lang niet genoeg. Zo kan een ondernemer korting krijgen op de elektriciteitsrekening, maar alleen als het bedrijf ten minste dertig mensen in dienst heeft en aan een hele batterij andere voorwaarden voldoet. En toen Türk de regering onlangs vroeg om meer maatregelen, was het antwoord: we kunnen deze regio niet gaan voortrekken .

Zo zit Diyarbakir gevangen in een vicieuze cirkel. Door de hoge werkloosheid is de voedingsbodem voor Koerdisch extremisme groot: als er rellen in de stad ontstaan, zoals enkele weken geleden, gebeurt dat vooral in de arme wijken, waar de bewoners elke nieuwe dag beginnen zonder hoop en vol frustratie. 'Als er volop werk was, zouden ook de politieke problemen hier veel gemakkelijker op te lossen zijn', zegt Suleyman Odabasi, die bezig is een fabriek voor zonnebloemolie te openen. Maar omdat er zoveel politieke problemen zijn, gaan investeerders liever naar Gaziantep - en dus zakt de Koerdische stad verder weg in een moeras van ellende. Bij elke nieuwe 'opstand' wordt de belangstelling om in Diyarbakir te investeren, minder. Maar bij elke investering die de stad misloopt, wordt de voedingsbodem voor Koerdisch extremisme groter.