De wereld van de geisha blijft mysterie

In de met drie Oscars bekroonde Amerikaanse film Memoirs of a Geisha geeft regisseur Rob Marshall een beeld van de geisha vol glans en glitter. Maar in hun vrije tijd kunnen ze ook zijn gehuld in spijkerbroek en trui.

Zhang Ziyi in ‘Memoirs of a Geisha’ Foto Sony Japan scene uit de film Memoirs of a Geisha Sony

De straten in Gion zijn donker. Slechts her en der staat een lantaarnpaal en de verlichting is zwak. De straat is betegeld met natuursteen. De huizen aan weerszijden zijn van hout en slechts een verdieping hoog. Rode lampionnen naast de ingang van elk huis geven een feestelijk accent. Er schijnt een zacht geel licht door het lattenwerk voor de ramen. Door de houten spijlen is soms een glimp op te vangen van mensen die zich binnen vermaken - een hand met een glas drank of een gezicht in gesprek met een onzichtbare partner.

Nu en dan ratelt een taxi over de tegels en laat voor de deur van een van de etablissementen een geisha uitstappen. Geisha's zijn de enige passagiers in Japan voor wie taxichauffeurs uitstappen en het portier openen. Gewone burgers moeten het doen met de automatische portieropener die de chauffeur vanaf z'n stoel bedient. Wie geduld heeft kan soms ook een geisha lopend door de straten zien snellen, op weg naar een partij in één van de panden hier.

Heel onschuldig heten de etablissementen waar men zich door geisha's laat vermaken 'theehuizen'. Niets hier is wat het lijkt. 'Mijn wereld is even ontoegankelijk als fragiel' zegt de hoofdpersoon van de film Memoirs of a Geisha, 'zonder geheimen kan het niet voortbestaan.'

Nog slechts in twee, drie straten ziet Gion eruit als een sprookje van eeuwen her. Ook de wijk zelf in de oude, voormalige hoofdstad Kyoto is fragiel. Elke Japanner denkt bij 'Gion' aan vrouwelijk vertier. Ook Japanse toeristen komen hier 'geisha-spotten'. Maar er is nog maar weinig ouds te vinden. De houten huizen in Japan rotten toch al gemakkelijk weg of worden op gezette tijden weer eens overvallen door verzengend vuur. Altijd al werden deze huizen regelmatig vervangen. Teken van moderniteit is slechts dat de de vervanging nu bestaat uit lelijke betonblokken of goedkope pre-fab huizen.

Midden in Gion staat het Kaburenjo, het theater waar de geisha's elk voorjaar hun miyako-odori opvoeren - de 'hoofdstad dans'. Hier kunnen mensen die geen privé entertainment door geisha's in een van de omliggende theehuizen kunnen betalen, toch hun dans zien. Dit is het theater waar actrice Ziyi Zhang haar fantastische solodans ten beste geeft in Memoirs of a Geisha - een dans die in Japan veel kritiek heeft gekregen omdat die niet 'authentiek' zou zijn. Deze kritiek klopt ook, zij het dat de makers bewust niet kozen voor authenticiteit in een dans die centraal staat in het verhaal, een dans waarin de geisha en plein public haar concurrenten de oren wast met haar fenomenale kunsten. De makers kozen voor dramatisch effect.

Op een zondagmiddag wacht ik voor het theater op een bevriende priester, een beeldhouwer en een geisha. Op het programma staat Don Giovanni van Mozart, overgeplaatst naar een middeleeuwse Japanse omgeving en dus ook Japanstalig. De geisha blijkt niet volledig opgedoft met wit gezicht en pruik, maar gekleed in een beschaafde kimono met het haar keurig opgestoken. Fukunami is haar naam. Als gebruikelijk heeft ze alleen een voornaam, beter gezegd een artiestennaam. Op haar visitekaartje staat niet meer dan deze naam - geen adres of telefoonnummer, want een geisha behoort tot een andere wereld. 'Reserveringen' lopen via een theehuis. Fukunami is deze avond de betaalde gezelschapsdame van de beeldhouwer.

Jassen zijn 'on-Japans' en dus heeft het theater geen garderobe. Lastig want ik kom direct uit Tokio en heb dus behalve een winterjas ook bagage in de hand. Geen nood, loop maar even mee, zegt Fukunami. Ze loopt het theehuis tegenover het theater binnen en roept 'moeder' - de gebruikelijke aanspreektitel voor een oudere vrouw in deze vrouwenwereld. Alle vrouwen in Gion zijn elkaars moeder, 'oudere zus' of 'jongere zus'. Zet je bagage hier maar neer, zegt ze wijzend naar de verhoging in de hal waarmee het eigenlijke huis begint.

Het theater moet moeilijke tijden doormaken. Don Giovanni blijkt een draak omdat men voor de hoofdrol een jonge, populaire acteur heeft gekozen die vooral bekend is van televisiesoaps. De jongen mag wellicht bezoekers binnenhalen, het vervelende voor wie eenmaal betaald heeft en binnen zit is dat hij absoluut niet zingen. Tijdens de pauze zegt de priester dat hij de tweede helft vanaf het balkon gaat bekijken omdat daar toch genoeg open stoelen zijn in het halflege theater. In werkelijkheid is hij het theater nooit meer binnen gegaan. Het was slechts een leugentje om bestwil om de rest van de show niet te hoeven te zien zonder affront tegen de beeldhouwer en zijn gezelschapsdame. Het was immers zijn idee deze show te bekijken.

Na afloop lopen we door de smalle steegjes naar een klein eethuis in de buurt. Binnen wachten twee oudere dames in kimono achter een bar waaraan voor ons is gedekt. De zaak is voor ons alleen. Klein en intiem. De beeldhouwer en zijn geisha nemen plaats in het midden. Aan zijn andere zijde wordt een plaats opengehouden voor een zangeres uit Don Giovanni . 'Dat was nu eenmaal de opzet', zal zij later gelaten zeggen over de hoofdrolspeler die niet kon zingen. 'Berusten in' is een hooggewaardeerde kwaliteit.

Ik kom te zitten naast een geisha die zich bij ons heeft aangesloten na de voorstelling waar ze voor haar plezier heen was gegaan. Ze draagt dus gewoon een spijkerbroek en trui, geen make-up en heeft haar lange haar simpelweg met een elastiekje in een paardestaart bijeen gebonden. 'Geisha', zegt Sakae, is gewoon een beroep waarvan het hoofdbestanddeel bestaat uit drinken en kletsen met gasten. Het enige verschil met een hostess in een hostessbar is dat een geisha daarnaast ook een 'gei', een kunst beheerst ,zoals dans of het spelen van de klassieke, driesnarige shamisen.

Het verkopen van minderjarige dochters aan geishahuizen door verarmde ouders is ten einde gekomen met het verbod op prostitutie in 1959. Tegenwoordig adverteren geishahuizen zelfs om meisjes die niet langer leerplichtig zijn als nieuwe 'employees' aan te trekken. Het geishahuis verzorgt een opleiding en een set kimono's, die even duur kunnen zijn als een auto, om de carrière mee te beginnen. Als na enige jaren werk deze investering is terugbetaald, is een geisha vrij om te gaan en staan waar ze wil. Het enige fenomeen waarover Sakae vaag blijft is de 'danna' - de rijke weldoener die zich een geisha als minnares kan permitteren. Er moet iets onbesproken blijven.

Dit is het laatste artikel van Hans van der Lugt als correspondent in Japan.

    • Hans van der Lugt