De stelling van René Boomkens: we leven in een nieuwe wanorde, de wereld is niet maakbaar meer

Globalisering leidt tot veel verdergaande veranderingen dan we in de gaten hebben, zegt filosoof René Boomkens tegen Marc Leijendekker. Het resultaat is collectieve en individuele onmacht.

René Boomkens is hoogleraar sociale- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Onlangs verscheen van hem het boek ‘De nieuwe wanorde: Globalisering en het einde van de maakbare samenleving’. (Foto’s Sake Elzinga) Nederland - Groningen - 25-04-2006. Rene Boomkes ( voor Opinie & Debat. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

'Begin jaren '90 presenteerde George Bush sr. een nieuwe wereldorde. Amerika zou de wereld voorgaan op weg naar een nieuwe kosmopolitische orde. Op een afgeleide manier omvatte dat ook het idee van interventieoorlogen, van democratisering met de punt van de bajonet. Mijn analyse staat daar haaks op. Het is de afgelopen 25 jaar juist een stuk chaotischer, onoverzichtelijker geworden. Dat komt door de globalisering: de internationale economische verwevenheid, de populaire cultuur die overal doordringt. Het essentiële verschil met vroeger, met wat ik de moderniteit heb genoemd, is dat dit geen bewuste keuze is geweest. Dat bedoel ik met de nieuwe wanorde.'

U ziet dit echt als een breuklijn, een einde aan een proces dat met de Verlichting begon en twee eeuwen heeft geduurd. Leven we dan niet meer in de 'moderne tijd'?

'Neen. De moderniteit was een periode van de maakbaarheid, een vruchtbare combinatie van politiek beleid en wetenschappelijke kennis die werd ingezet voor de herinrichting van de samenleving. De essentie daarvan is maakbaarheid, het basisvertrouwen dat met het juiste beleid, op basis van wetenschappelijke kennis, de samenleving transparanter en rechtvaardiger gemaakt kan worden.

'Het proces van globalisering wordt eerder gekenmerkt door gevoelens van onvermijdelijkheid, onstuurbaarheid, centrumloosheid. Er ligt vrij weinig vast. Vroeger konden mensen zich makkelijk op een bepaalde identiteit beroepen, nu is dat lastiger geworden. De identiteit is verschraald, verdund, versnipperd.'

Is er nu dan sprake van een terugval,of hoort het juist bij de chaos dat we niet weten of we vooruit- of achteruitgaan?

'Moderniteit had altijd een lineair tijdsperspectief. Het was een geleidelijke, of volgens sommigen revolutionaire, rationalisering van de samenleving. Dat was trouwens geen universele gedachte, maar een idee dat steeds gekoppeld is geweest aan een werkzame natiestaat, aan nationale identiteiten, economisch, politiek, cultureel. Dat simpele plaatje is steeds troebeler geworden. We leven met het toenemende besef dat alles verandert.

Is uw nieuwe wanorde niet wat anderen het postmodernisme noemen?

'Nee. Het postmodernisme stelde de kleine verhalen tegenover de grote. Lokale identiteit, feminisme, etnische problematiek, individualiteit, tegenover de grote ideologische verhalen. In zekere zin is het verhaal van het postmodernisme gaan samenvallen met het verhaal van de markt. Deregulering, afkalven van de verzorgingsstaat, van de sociaal-democratie, van het idee van vooruitgang. In wat ik de nieuwe wanorde noem, zijn ook die kleine verhalen verdwenen. We kunnen ze niet meer zien als projecten, iets wat je kan sturen. Er is niet meer één scenario.'

Dat kan je als een intellectuele uitdaging zien, maar het betekent ook dat de risico's groter worden. Je kan het verkeerde scenario kiezen.

'Inderdaad. Rationaliteit is niet vanzelfsprekend. Daarom zien we ook dat religie, bijgeloof, mythes, steeds meer terugkomen.'

Eigenlijk zegt u dat we een andere basis moeten vinden voor ons handelen dan de traditionele ratio. Wat kan dat dan zijn? Mensen zullen altijd proberen orde aan te brengen in uw wanorde.

'Dan kom je uit bij het begrip continuïsme. Het is een bedacht woord, waarmee ik wil aangeven dat in die wanorde overal ankers bestaan in de vorm van praktische kennis, van onderlinge betrokkenheid, regionaal of lokaal, cultureel ook, waar politiek en wetenschap weinig aandacht aan besteden. En dat is iets anders dan conservatisme, want dat doet een beroep op tradities die er vaak niet meer zijn of die alleen nog maar op een nostalgische manier vereerd worden.'

Dat lijkt haaks te staan op het toenemende individualisme dat we overal zien. Het is niet alleen globalisering die dat gevoel van zwakkere verbanden versterkt, maar ook de individualisering.

'Ja. Individualisering is een proces waarin mensen, als persoon en als burger, meer opties krijgen. Ze zitten niet vast aan een bepaalde identiteit. Dat brengt vrijheid. En het gaat op globalisering lijken, als je je realiseert dat je je land, je culturele context kan verlaten en elders opnieuw kan beginnen. Dat geldt voor een economische vluchteling, maar ook voor wie een tweede huis koopt in Frankrijk.'

Wat is dan, in het dagelijks leven van iemand die zoals u in Groningen woont, dat continuïsme dat ons moet redden in de wanorde?

'Het individualisme zegt, je kunt uiteindelijk alles zelf wel oplossen. In de woorden van Thatcher: de samenleving bestaat niet, er zijn alleen maar individuen. Het continuïsme legt er de nadruk op dat het individu het product is van bepaalde culturele en economische verbanden. Die hebben hem gemaakt tot wat hij nu is, die zijn belangrijk. Kijk naar de discussie over integratie van migranten. Die nemen een hele traditie mee. Er wordt nu gezegd, ze moeten snel de Nederlandse taal leren. Maar je kan net zo goed zeggen, ze moeten leren schrijven in het Arabisch of wat hun taal dan ook is, want je voelt je thuis wanneer je ergens bij hoort. Beide argumenten zijn goed. Er is niet één oplossing. Vertrouw niet automatisch op de bureaucratische en technocratische benadering.'

Dat betekent ook dat je mensen niet te veel moeten willen sturen. Laat ze hun weg maar zoeken.

'Inderdaad. Je kan constateren dat mensen zich ontheemder voelen dan 50 jaar geleden. Moet je naar een oplossing daarvoor zoeken? Dat is nog maar de vraag. Dat wij ons ontheemd voelen is niet zo erg, dat doet ons beseffen dat we niet meer automatisch een beroep kunnen doen op Vondel of de Slag bij Nieuwpoort om te zeggen: dat ben ik.'

Betekent dit dan dat je, politiek gezien, het idee van sturing moet loslaten?

'Het gaat om de mate van democratie. Je kan democratische verhoudingen verbeteren door geleidelijk aan het gewicht te verplaatsen naar de burgers zelf, met erkenning van de vermogens van burgers zelf om problemen op te lossen. Nu wordt dat vooral in neoliberale zin uitgelegd: de staat treedt terug, wij gaan kijken hoe de markt het oplost. Dat is een te makkelijk verhaal. Je moet kijken hoe een democratie op zeer basaal niveau zichzelf kan reguleren.'

Wordt de uitkomst van democratie zo niet de grootste gemene deler? Moet je behalve naar de procedure, iedereen praat mee, ook niet kijken naar het resultaat, het moet een goed resultaat zijn?

'De oplossing zou kunnen zijn dat je het huidige model geleidelijk laat overgaan in een model waarin meerdere elites met elkaar concurreren. Je kunt in een grotere samenleving niet ieder elitair perspectief loslaten.'

Dat wringt vaak, democratie en elite.

'Daar heb ik geen antwoord op. Nu wordt de chaos altijd tegemoet getreden met de roep om nieuwe leiders, nieuwe visies. Daarin schuilt het ouderwetse modernistische idee van één weg. Mao wijst ons allemaal de route. Wat wij moeten proberen te conceptualiseren, is een situatie waarin meerdere elites voortdurend met elkaar concurreren.'

Goed, we moeten af van het idee van maakbaarheid, van procesmatige benaderingen. Dat kom je ook tegen in het denken over organisaties. Hoe ga je dan verder? Iedereen ruimte laten om zijn eigen oplossing te bedenken? Wat als mensen een verkeerde weg kiezen?

'Je kan dat niet op voorhand uitsluiten. Dat hoort bij de nieuwe onzekerheid. We kunnen geen Sicherheitspolizei instellen die zich in de normale situatie gedeisd houdt, maar ons wel waarschuwt wanneer we de verkeerde afslag nemen.'

Fouten horen bij het leven?

'Ja, het is een radicaal pragmatische houding. Kijk naar de manier waarop de filosoof Rorty democratie verdedigt. Hij zegt dat hij niet zeker weet of dit de moreel beste oplossing is, de rechtvaardigste, maar dat hij vertrouwt op wat hij achter zich ziet, op de democratische tradities die we hebben opgebouwd. Dat is in feite continuïsme. Je hebt geen absolute zekerheid, maar het idee dat je al een tijd lang op een bevredigende manier met een bepaald instrumentarium hebt gewerkt. Die gedachte kun je toepassen op een politiek bestel, maar ook op professionals in onderwijs of zorg.'

Het lijkt wel een soort fatalisme: vertrouw maar op dat vage continuïsme, dan zal alles wel goed blijven gaan.

'Je ziet in veel politieke en maatschappelijke discussies, die we aan het leren zijn, hoe je creatief moet omgaan met een situatie waarin niets vastligt. In managementkringen, maar ook in de politiek wordt dat vaak opgelost met een permanente veranderingsdwang: laten we het zaakje maar opschudden, dan komt er weer leven in. Of, en dat zie je vooral in de politiek, een beroep doen op vaste waarden die er vaak niet meer zijn. Zoals de normen en waarden van Balkenende, met als tijdsreferentie de jaren '50. Dat is beide weinig vruchtbaar. Ik zou zeggen: gooi vooral niet weg wat je hebt. Je moet niet voortdurend roepen dat het moet veranderen. Daar wordt het besef van identiteit, continuïsme in een permanent chaotische omgeving, niet sterker door.'

    • Marc Leijendekker