De soul van de 'Koning van Israël'

Heel Tel Aviv is ervan overtuigd dat de populaire Eddie Butler, telg van de Zwarte Hebreeërs, het songfestival in Athene gaat winnen. Het gaat om meer dan een liefdeslied.

De Israëlische zanger Eddie Butler, omringd door andere Zwarte Hebreeërs. Foto AP Israeli pop singer Eddie Butler, who was chosen to represent Israel in this year's Eurovision song contest, center, poses with members of the Black Hebrews community as he visits his hometown of Dimona in southern Israel, Monday March 27, 2006. The African Hebrew Israelites of Jerusalem, as they call themselves, believe they are the lost tribe of Judah, exiled from the Holy Land by the Romans in 70 A.D.. According to their teachings, their ancestors wandered across North Africa and eventually settled in West Africa, where they were later captured and sold into slavery in the New World. (AP Photo/Tsafrir Abayov) Associated Press

De orthodoxe rabbijnen twijfelen aan zijn joods-zijn, de Israëlische regering heeft hem pas 32 jaar na zijn geboorte in een taxi in de Negev-woestijn een verblijfsvergunning gegeven, maar wandel een eindje mee met Ethan Eddie Butler in Tel Aviv en het is duidelijk: hier loopt de 'Koning van Israël'.

Afwisselend in vloeiend Hebreeuws en Engels maakt hij praatjes met wachtende vrouwen bij een bushalte en een groepje toeristen uit de Verenigde Staten, terwijl hij wordt toegejoeld door een passerende bus vol met vrouwelijke soldaten.

In Dixie, het 24-uursrestaurant van Tel Aviv en een van de betere 'nightspots' , moet eerst met vrijwel iedereen 'gehighfived', gezoend en gekletst worden, voor hij kan gaan zitten. De status van Eddie, telg van de polygame, veganistische gemeenschap van de Zwarte Hebreeërs in Dimona, benadert die van de supersterren van basketballend Maccabi Tel Aviv sinds hij is uitverkozen om Israël volgende maand te vertegenwoordigen bij het Eurovisiesongfestival in Athene.

Met zijn chocoladebruine huid, korte coup, sportkleren en witte sneakers kan Eddie makkelijk verward worden met een van de Afrikaans-Amerikaanse sporters in de stad of een toerist. 'Ik ben joods, beslist, en ik ben Israëliër. En ik vind het geweldig dat ik iets voor mijn land en mijn gemeenschap kan doen,' vertelt hij enthousiast.

Zijn gemeenschap - de Afrikaans-Hebreeuwse Natie van Jeruzalem - is gevestigd in Dimona, in de schaduw van de duidelijk zichtbare, maar officieel niet bestaande nucleaire reactor van Israël. Eddie's vader, die de titel 'Prins van de liefde' draagt , behoorde tot de groep Afrikaans-Amerikaanse zakenlieden, onderwijzers en arbeiders die onder leiding van buschauffeur Ben Carter (later Ben Ammi Ben Israel) het zwarte getto van Zuid-Chicago verliet om via Liberia in 1969 naar het beloofde land te reizen.

De bewering van Carter dat zijn groep bestaat uit Afrikaanse Israëlieten en dat zij behoren tot de verloren stam van Juda, een van de twaalf zonen van aartsvader Jacob, werd in het Israël van de jaren zestig met een grote korrel zout genomen. Dat Carter en de zijnen beweerden dat God hen had opgedragen eerst een reeks beproevingen in Afrika te doorstaan om zich vervolgens in Israël te vestigen, vonden de Israëliërs tamelijk kras. Maar de Zwarte Hebreeërs werden niet teruggestuurd, en kregen, 350 in totaal, een plaats toegewezen in een uithoek van het land.

'Mijn ouders zijn joodser dan joods. De manier waarop zij de sabbath heiligen, dat doet bijna geen enkele andere jood: ze vasten van vrijdagavond tot zondagavond en zelfs het licht mag niet aan blijven.' Pas twee jaar geleden besloot de regering de inmiddels 2.500 leden tellende groep Amerikanen permanente verblijfsvergunningen toe te kennen, maar de Wet op de Terugkeer, die aan iedere jood de Israëlische nationaliteit toekent, is nog niet op hen van toepassing. Tenzij ze zich op rabbinaal goedgekeurde wijze tot het jodendom bekeren.

'Mijn vader en zijn generatie verzetten zich daar principieel tegen, want zij zijn al joods. Ik heb besloten de cursussen te volgen. Wat maakt het uit, de rabbijnen willen het nu eenmaal graag. Nog een paar weken en dan moet ik examen doen.' Slaagt hij, dan kan hij de Israëlische nationaliteit aanvragen en krijgen en kan hij trouwen met zijn vriendin, de moeder van zijn twee kinderen. Civiele huwelijken worden niet erkend of gesloten in Israël. Alleen door het Rabbinale Hof goedgekeurde, joodse huwelijken hebben rechtskracht.

In Tel Aviv, het commerciële, culturele, sportieve en militaire centrum van Israël, zijn de Zwarte Hebreeërs altijd makkelijk herkenbaar aan hun Afrikaanse kledij. De meeste vegetarische restaurants zijn in hun handen en popmusici als Eddie en de bands van zijn broers trekken in de soul, r&b-clubs al jaren volle zalen, net als in Moskou, Sint-Petersburg en elke grote stad in de VS.

De beproevingen van de Zwarte Hebreeërs lijken af te zwakken, ook in arm Dimona zelf, waar Eddies moeder, een verpleegster uit Chicago, woont met de drie andere vrouwen van zijn vader. De kibboetsen van de gemeenschap zijn dit jaar officieel erkend en herbergen fabriekjes voor organische producten, waaronder de grootste tofufabriek van Israël, opgericht met financiële hulp van Amerikanen als dominee Jesse Jackson en Whitney Houston.

Nooit heeft zijn familie erover gepiekerd terug te keren naar Chicago, naar 'the hood', met drugs, geweld, armoede en racisme. De tijd dat zij door nieuwslezers 'hebreeuwse nikkers' werden genoemd, is allang voorbij.

Eddie is volop bezig met de voorbereiding van het songfestival. 'Together we are one' is de titel van het nummer, waar geen woord Hebreeuws aan te pas komt en dat in niets lijkt op de doorsnee Israëlische popmuziek, vaak een mengeling gekweld klinkende zangeressen en opgewekt zingende kibboetsniks.

Of we zijn soul- en r&b-invloeden herkennen in het nummer. Of we begrijpen dat het om meer gaat dan een liefdeslied. Een speciale videoclip die gisteravond in tv-première is gegaan is voorzien van beelden van synagogen, moskeeën en kerken. 'Dit land is het centrum van de wereld, hier is alles begonnen, hier komt alles bij elkaar. Wij, joden, en moslims en christenen, moeten het met elkaar zien te vinden, want anders gaan er grote rampen gebeuren.'

Wat Dana International, de Israëlische transseksueel in 1998 met het winnende 'Diva' kon, kan Eddie ook. Heel Tel Aviv en Dimona zijn daarvan overtuigd en hebben hem allang 'shtemesre nekoudot, twelve points' gegeven.

    • Oscar Garschagen