De olie en de drup

De olieprijs stijgt maar door en energieconcerns maken recordwinsten. Consumenten klagen, politici willen ingrijpen. 'Laat ze maar olieaandelen kopen.'

Voor olieconcerns is het een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Voor politici een welkom toeval om strategisch boos over te worden. En voor beurshandelaren is het een investering die zich steeds beter lijkt terug te betalen. In de week dat de prijs van olie in de laatste dagen weliswaar wat in waarde terugviel, maar nog altijd stevig boven de 70 dollar per vat staat, maakten Amerikaanse oliegiganten recordwinsten bekend.

Conoco Phillips maakte het eerste kwartaal 3,3 miljard dollar (2,6 miljard euro) winst, 13 procent meer dan dezelfde periode vorig jaar. Chevron behaalde een winst van 4 miljard dollar, bijna de helft meer dan vorig jaar. En 's werelds grootste bedrijf Exxon Mobil maakte met 8 miljard dollar 7 procent meer winst. Ter vergelijking: de omzet in de eerste drie maanden van dit jaar was groter dan de totale economie van een oliestaat als Koeweit.

'De cijfers over het eerste kwartaal zijn goed te noemen', zegt olieanalist Bruce Lanni van A.G. Edwards tegen persbureau AP, 'maar het volgende kwartaal wordt pas echt fenomenaal'. Teleurstellend, zo beoordeelt Exxon Mobil de eigen cijfers zelf. De verschillende divisies hadden beter moeten presteren. De kwalificatie komt op het moment dat de olieconcerns opnieuw onder vuur liggen van zowel politici als consumenten. In delen van de VS is de benzineprijs tot boven de psychologische grens gestegen van 3 dollar per gallon, en vragen consumenten politici om ingrijpen.

Washingtons politici, tot aan president Bush toe, buitelden deze week over elkaar heen op zoek naar de felste voorstellen. De vijftien grootste olieconcerns van het land zouden hun belastingaangifte ook aan politici moeten doorspelen, om er eens kritisch naar te laten kijken. Er moet een extra belasting komen op onverhoopte winsten. En waarom geen invallen bij tankstations, om te controleren of de prijs niet kunstmatig wordt opgeschroefd?

Maar ook moet de markt een duwtje in de omgekeerde richting krijgen: milieuregels moeten afgezwakt, zodat een gallon brandstof goedkoper wordt. En de toevoer aan de strategische reserves van de VS wordt afgeremd, stelt Bush voor. Meer olie op de markt moet de prijs drukken.

De voorstellen in Washington werden gevoeld tot in New York. Op Wall Street volgde een scherpe koersdaling van de grootste raffinadeur van het land, Valero. Van 69 dollar naar 63 dollar; beleggers schrokken van de plannen.

Even terug in de tijd. In de jaren tachtig en negentig kostte een vat niet veel meer of minder dan 20 dollar. Met de Irakese inval in Koeweit als uitzondering kon de wereld goed omgaan met een relatief lage olieprijs. De omstandigheden zijn snel veranderd. De laatste vier jaar is de prijs verviervoudigd en de hoogte die vorig najaar omstreeks de vernietigende orkanen Katrina en Rita behaald werden, bleek geen uitzondering. Ook al komt de raffinagecapaciteit langzaamaan weer op het oude niveau, de prijs stijgt door.

Een blik op de termijncontracten voor olie wekt de indruk dat beleggers geen daling zien aankomen. Waarom eigenlijk niet? Er zijn (relatief) korte-termijnzorgen, zoals de capaciteitsvermindering in Nigeria. Het productievermogen van het land is een vijfde lager dan gebruikelijk na terroristische aanvallen. En de politieke spanningen over Iran helpen ook niet. Op de langere termijn heeft een toenemende vraag, voornamelijk van groeiende Aziatische economieën, een opstuwend effect.

Peilingen onder economen door de krant USA Today geven een meer gematigd beeld. De komende maanden vlakt de stijging wat af, denkt de helft van hen. Een kwart ziet zelfs een daling aankomen.

Dezelfde economen denken dat de hogere energiekosten de economie zullen afremmen en de inflatie doen toenemen - met directe gevolgen voor beurskoersen.

Zover is het nog niet. De Amerikaanse economie is de laatste maanden niet noemenswaardig bedreigd door de stijgende olieprijs. Dat is het gevolg van een sterke arbeidsmarkt, consumenten kunnen de stijging verstouwen. Anderzijds is de economie in de VS relatief minder afhankelijk geworden van energie. Vergeleken met vijftig jaar geleden is nog maar de helft van de energie van toen nodig om eenzelfde dollar te verdienen. En daarbij: als de huidige prijs aangepast wordt voor inflatie ligt de prijs van een vat altijd nog 10 dollar onder het record van januari 1981.

Maar toch, er zijn voldoende negatief ingestelden te vinden. 'Als energieprijzen nog verder stijgen, ben ik bang dat we het woord recessie vaker gaan horen', zegt hoofdeconoom Robert Shrouds van chemieconcern DuPont in Amerikaanse media.

Waarom consumenten (zelf ook beleggers) de stijgende prijzen aan de pomp moeilijker kunnen verteren dit jaar? De stijging van de huizenprijs, een gevoelsmatige 'rijkmaker', neemt af. In sommige regio's in de VS daalt de prijs van een woning zelfs. Daarnaast zien consumenten hun maandelijkse kosten zoals hypotheken of creditcard-rentepercentages stijgen door recente renteverhogingen.

Econoom Ken Maryland van Clearview Economics ziet voor dit soort beleggers ook een lichtpuntje: 'Zodra mijn klanten zich zorgen maken over energiekosten, moeten ze gewoon olieaandelen kopen'.

    • Freek Staps