Blommers en Schumm: 'Ons werk is heel anders'

In deel 11 van een serie over kunstenaars en hun inspiratiebronnen vertellen Anuschka Blommers en Niels Schumm over hun liefde voor respectievelijk de Amerikaanse filmer John Cassavetes (1929-1989) en de Zwitserse fotograaf Bernard Voita (1960). Blommers & Schumm vormen sinds 1996 een succesvol fotografenduo.

Blommers: 'We hebben onze voorbeelden onafhankelijk van elkaar gekozen. Het grappige is dat onze keuzes allebei iets lijken te zeggen over onze persoonlijke toevoeging aan onze samenwerking.'

Schumm: 'Ik heb een fascinatie voor geconstrueerde beelden.

Een jaar of drie geleden gaf mijn vriendin me een boek van Bernard Voita, een Zwitserse fotograaf die hier vrij onbekend is. Zij vond dat zijn werk heel erg met mij te maken had. Wat ik er goed aan vind is, dat er door de fotograaf ongelofelijk veel energie gestopt wordt in het beeld. Het kost dagen om zo'n compositie te maken. Je ziet dat het een heidens karwei moet zijn geweest. Het resultaat is een heel esthetisch beeld, maar de constructie zelf is een onlosmakelijk onderdeel van het kunstwerk. Dat sprak me direct aan.'

Blommers: 'En er zit een soort humor in.'

Schumm: 'In eerste instantie denk je dat Voita's foto's collages zijn, dat er flink wat knip- en plakwerk aan te pas is gekomen. Maar dan opeens zie je dat alles echt is. Dat al die theekopjes precies zo zijn neergezet dat ze een raster vormen. Dat een gitaar, een televisie, een wasmachine, een rol wc-papier en een stoelpoot op zo'n manier op hun plek zijn geduwd dat je alleen nog een vierkant vlak ziet. En doordat de foto's zwart-wit zijn, worden de composities nog abstracter. Vaak zijn de voorwerpen nauwelijks nog herkenbaar. Je moet echt twee keer kijken om te begrijpen hoe het zit. Ik blader heel vaak door Voita's catalogus. Ik word er blij van als ik zijn foto's zie. Maar het is niet zo dat ik mijn inspiratie uit dit boek haal.'

Blommers: 'Ons eigen werk is heel anders.'

Schumm: 'Al denken sommige mensen bij onze foto's ook wel eens dat ze met behulp van foto- shop-programma's in elkaar zijn gezet. Onze vroege foto's waren ook heel erg geconstrueerd. Het verschil met Voita was alleen dat je bij ons de constructie niet meer zag. Waar het om draait is dat je zo'n beeld alleen door de camera kunt zien. Een centimeter naar rechts en er klopt niets meer van.'

Blommers: 'Het zijn heel complexe beelden.'

Schumm: 'In het echt moeten Voita's foto's nog indrukwekkender zijn, want ze hebben afmetingen van ruim een meter bij een meter. De details zullen dan meer in het oog springen. Je zult beter begrijpen wat je ziet. Wat ik ook zo ongelofelijk vind is dat deze foto's al bijna twintig jaar oud zijn. Op de een of andere manier zijn al die balletjespatronen ook heel erg van nu. En tegelijkertijd zouden het ook foto's kunnen zijn uit 1929, de tijd van de surrealisten.'

Blommers: 'Mijn voorbeeld staat juist lijnrecht tegenover deze geconstrueerde wereld. In A Woman Under the Influence, een van mijn favoriete films van John Cassavetes, gaat het om emoties en ervaringen. De film is uit 1974, maar ik heb hem een paar jaar geleden pas voor het eerst gezien in de bioscoop. Ik weet nog dat hij heel lang duurde, ruim tweeëneenhalf uur, en dat ik voortdurend dacht: alsjeblieft, laat het over zijn. Het verhaal gaat over een vrouw die doordraait, op een hele heftige manier. De film is heel traag, en alle details worden heel erg uitvergroot. Er worden conversaties gevoerd die je in film haast nooit hoort, gesprekken over alledaagse dingen. Je krijgt het idee dat de acteurs niet echt geregisseerd zijn, dat ze niet alleen acteren, maar ook een deel van zichzelf laten zien. Er wordt veel geïmproviseerd. Daardoor lijkt het meer op een theaterstuk dan op een film. Het lijkt niet van tevoren helemaal uitgedacht, de shots lijken haast toevallig ! zo ontstaan. Dat vind ik er juist zo goed aan.'

Schumm: 'Ik vind de films van Cassavetes ook mooi, maar ik kan er niet te lang naar kijken. Daar ben ik te neurotisch voor. Ik hou het gewoon niet vol. Bovendien kan ik na zo'n film echt niet meer slapen.'

Blommers: 'Dit is typisch zo'n film die je in de bioscoop moet zien. Zodat je gedwongen bent om te blijven zitten. Als je de bioscoop eenmaal verlaat, lijken de beelden alsmaar sterker te worden. Het is een film die heel lang in je hoofd blijft zitten. Dat vind ik de kracht van de regisseur. Wat op het moment zelf bijna ondragelijk is om naar te kijken, wordt later opeens heel mooi. Het gaat bij Cassavetes meer om een ervaring dan om een idee. Zijn werken zijn juist niet geconstrueerd. Ik wil mezelf absoluut niet met hem vergelijken, maar dat is wel iets wat invloed op mij heeft: de manier waarop hij mensen regisseert, de intensiteit van zijn werk, de natuurlijkheid die hij weet te bewaren. Het zou te gek zijn als ik dat ook zou kunnen. In onze foto's probeer ik dat realiteits-aspect er ook altijd wel in te bouwen.'

Schumm: 'Misschien ben jij beter in het toeval, en zorg ik voor de constructies. Of is dat te stellig?'

Blommers: 'Wij verschillen niet zo erg wat betreft onze ideeën over kunst. Ik vind de foto's van Bernard Voita ook erg mooi, al zou ik ze nooit zelf gekozen hebben. Maar het is echt iets wat jij leuk vindt: een beetje dingetjes op elkaar stapelen.'

Schumm: 'Voita's foto's zijn heerlijk meditatief. Als klein kind maakte ik ook al dit soort foto's, waarbij ik hele stellages bouwde. Toen ik een jaar of acht was, kreeg ik mijn eerste Agfa, zo'n camera die je in elkaar moest schuiven om af te drukken. Het probleem was alleen dat de zoeker van de camera rechts zat en de lens links. Dan had ik dagen in de schuur zitten figuurzagen, en een onmogelijk Escher-achtig bouwwerk gemaakt dat alleen klopte als je door de lens keek. Maar als de foto's waren afgedrukt bleek alles weer scheef te staan. Dat was best sneu.'

T/m 1 oktober is in het Groninger Museum een tentoonstelling te zien van Blommers/Schumm.

Inl: www.groningermuseum.nl