Zoemende bijenkorf

Tientallen miljoenen muziekliefhebbers zetten hun liedjes in streaming-audio op de muziekwebsite MySpace.com. De Arctic Monkeys werden er beroemd door. Het is als het wieken van de vlindervleugel die elders een orkaan opwekt.

illustratie Rik van Schagen Schagen, Rik van

Voor wie het nog niet wist: we leven in het MySpace-tijdperk. MySpace.com is de naam van een community-website waar inmiddels 72 miljoen gebruikers hun eigen profiel-pagina hebben aangemaakt. Ze doen er drie dingen die veel mensen graag doen: zich uiten, vrienden maken, en populaire cultuur vorsen.

Je kunt op MySpace ook games en video's vinden, maar muziek is de voornaamste attractie. Iedereen die een liedje kent, kan het in streaming-audio op zijn pagina zetten. Muzikanten met ambitie hopen dat anderen enthousiast raken en een “buzz' op gang brengen. MySpace werd opgericht in 2003, en is inmiddels uitgegroeid tot een reusachtige zoemende bijenkorf waar meer dan 50.000 bands en muzikanten hun kunsten vertonen.

Voor de gemiddelde muziekliefhebber is MySpace een levende catalogus waarin iedere band te vinden is die hij ooit zou willen horen. Behalve een muzikaal netwerk ontstaat hier ook een “sociaal' netwerk van mensen die elkaar weliswaar niet lijfelijk kennen, maar wel een muzikale smaak delen, en elkaar op nieuwe muziek wijzen. Mensen verbinden zich tot “smaak-gemeenschapppen'. Voor hippe Amerikaanse tieners is de vraag “Wat is je MySpace?“ tegenwoordig interessanter dan “Wat is je telefoonnummer.“

Het opvallendste succes van MySpace was vorig jaar de doorbraak van de Britse Arctic Monkeys: vier tieners uit Sheffield die dankzij de verspreiding van hun liedjes op MySpace door fans, al zo'n grote aanhang hadden dat ze, nog voor er een officiële single uit was, voor uitverkochte zalen stonden. Er zijn meer voorbeelden. De Amerikaanse punkrockband Fall Out Boy speelde onlangs in een bomvolle Max/Melkweg voor er een single op de radio gedraaid was. De kaartjes voor het concert van “emo'-band Panic! At The Disco, komende week in het Utrechtse Tivoli, waren al uitverkocht, terwijl er nog geen plaat van hen te krijgen was.

Platenmaatschappijen maken dankbaar gebruik van het medium. In persberichten vermelden ze niet meer op welke plaats een artiest in de hitparade staat, maar wordt zijn MySpace rang-nummer genoemd; MySpace compileert een ranglijst van “Top Artists' waarin steevast veel rondbillige, volslagen onbekende r&b-zangeressen hoog genoteerd staan.

Achterban

Ook het aantal “vrienden' dat een muzikant op zijn pagina verzamelt, wordt gebruikt om iemands populariteit te meten. De Nederlandse Dj Tiesto heeft zijn achterban opgeroepen zich als “friend' te registreren, al zal hij met zijn 40.912 vrienden de 931.591 aanhangers van Fall Out Boy niet snel meer inhalen. Ook zonder gemanipuleer zijn er simpele successen behaald: de Nederlandse band Solo werd dankzij een MySpace-pagina opgemerkt door een promotor in Engeland, en op een festival uitgenodigd; het Amsterdamse Blues Brother Castro regelde via MySpace een Amerikaanse tournee.

Voor wie zich de punk-idealen van eind jaren zeventig nog herinnerd, klinkt deze zelfredzaamheid bekend. Toen brachten fans en muzikanten voor het eerst “onafhankelijk', buiten platenmaatschappijen om, platen uit, of richtten eigen tijdschriften (fanzines) op om over hun favoriete muziek te schrijven. Wat nu gebeurt is de digitale versie van “Do It Yourself'.

Wil dat zeggen dat de macht van de platenindustrie nu eindelijk terugloopt? Is er sprake van “power to the people'? Is het de achterban zelf die inmiddels bepaalt welke band wereldwijd uitgebracht moet worden? De recente roem van “alternatieve' bands als Arcade Fire en Magic Numbers, zou erop kunnen wijzen.

Maar de overzichtelijke bundeling van muzikaal talent (en semi-talent) op MySpace, biedt ook de platenindustrie voordelen. Platenmaatschappijen kunnen op makkelijke manier nieuw talent scouten, en en passant onderzoeken wat er leeft onder de jeugd.

Degenen die zich de laatste tijd tegen MySpace keren, hebben als voornaamste kritiek dat de site eigenlijk gewoon een handig marketing-instrument is. Ook de overname door mediamagnaat Rupert Murdoch, vorige zomer, zou volgens sommigen de autonomie aantasten. Voor een bedrag van 580 miljoen dollar kocht Murdoch de in Los Angeles gevestigde site van oprichters Chris DeWolf en Tom Anderson. Maar vóór de aankoop heeft Murdoch moeten toezeggen dat hij het karakter van deze community-site niet zal aantasten. Sinds de overname is de techniek verbeterd, maar het uiterlijk is nog altijd “basic'.

Behalve Arctic Monkeys was er onlangs nóg een band die verrassend snel doorbrak: Clap Your Hands Say Yeah. Deze vier nerdy mannen uit Brooklyn, New York, trokken in Nederland uitverkochte zalen voordat hun cd hier verkrijgbaar was. In hun geval was het succes te danken aan een recensie op het Amerikaanse web-magazine Pitchforkmedia.com. Pitchforkmedia gaf het titelloze debuut een 9. Daarna raakte de eerste oplage van 25.000 exemplaren, die via de website van de band verkrijgbaar waren, binnen een paar weken uitverkocht. Clap Your Hands Say Yeah kreeg meteen een platencontract aangeboden, en kon op zegetocht langs volle zalen in West-Europa.

Pitchforkmedia is het geesteskind van Ryan Schreiber (30), die er tien jaar geleden mee begon. De site biedt vijf tot zeven cd-recensies per dag, plus nieuws en interviews. De besproken muziek valt onder de noemer “underground' of alternatief, van bekende bands als Flaming Lips en Yeah Yeah Yeahs tot obscuurdere voorbeelden als Booka Shade of Fat Worm Of Error. Ook Nederlandse acts als Solex, Foreign Exchange en Bettie Serveert werden er besproken.

Sinds 1999 laat Schreiber advertenties toe, maar hij wil zijn site niet verkopen. Schreiber noemt zichzelf een idealist. Anders dan de oprichters van MySpace is Schreiber wel per telefoon aanspreekbaar. “Ik ben ooit begonnen in mijn slaapkamer, thuis bij mijn ouders“, zegt hij vanuit zijn kantoor in Chicago. “Toen ik van Minneapolis naar Chicago verhuisde moest ik wat gaan verdienen, daarom heb ik adverteerders gezocht. Er zijn nu wel eens aanbiedingen van bedrijven die mijn site willen overnemen, maar dat zijn altijd mensen die Pitchfork als investering zien, en niet als muziekbolwerk.“ Schreiber werkt inmiddels met een staf van zeven mensen, en 53 free lance-auteurs. Zelf bepaalt hij nog altijd de inhoud. “We zijn er voor de alternatieve muziek. Dat betekent dat het vaak gaat om cd's die via onafhankelijke platenmaatschappijtjes worden uitgebracht of via internet. In Amerika is het onderscheid tussen een onafhankelijke platenmaatschappij en de gevestigde maatschappijen groter dan in West-Europa. Er zijn er hier ook veel meer. Een artiest die op die “onafhankelijke' manier zijn muziek uitbrengt kan door een goede recensie plotseling veel meer verkopen dan hij ooit had gedacht. Onze site heeft 1,3 miljoen unieke hits per maand.“

Hiermee schetst Schreiber een nieuw fenomeen: een band vergroot tegenwoordig niet alleen zijn aanhang door veel te toeren of door een “hit', maar kan door één gelukkig geformuleerd bericht doorbreken. Het is als het wieken van de vlindervleugel die elders een orkaan opwekt: ergens schrijft iemand een enthousiaste recensie; via een ketting van websites rolt deze informatie door, tot op een heel andere plek een uitbarsting van publieke adoratie ontstaat.

Met het gevolg dat bands tegenwoordig niet zo maar een beetje succes hebben: het gaat van optreden in de kroeg op de hoek, naar een optreden voor 200.000 fans in Brazilië of Australië - binnen één seizoen. Want al zijn het in de eerste plaats West-Europa en Noord-Amerika die in dit circuit meedraaien, uiteindelijk is het de hele wereld die deelneemt.

Machtsblokken

Nog afgezien van de vraag wie hier menselijk gezien tegen bestand is, geeft deze ontwikkeling ook om andere redenen te denken. Want anders dan we een paar jaar geleden konden voorzien, zijn er door internet inmiddels “machtsblokken' ontstaan. Het web leek voor diversificatie te zorgen: iedereen die zelf jam maakte of kussenslopen borduurde kon het op internet slijten. Muzikanten waren blij met de nieuwe mogelijkheden om via hun website een paar cd's te verkopen.

Maar nu zien we de opkomst van smaakwijzers met internationaal gezag. Nu iedereen toegang heeft tot bijvoorbeeld MySpace en Pitchforkmedia, en zich laat leiden door de recensies of “vrienden-aantallen' (op MySpace), zijn er straks misschien nog maar enkele blokhoofden die de toon zetten. Dan komt een enkeling bovendrijven, als gevolg van de opinie op een toonaangevende website, terwijl de rest in obscuriteit blijft ronddobberen. Wat vindt Schreiber van deze ontwikkeling?

Hij lacht: “Een zware last op onze schouders! Wij moeten zorgen dat we er bovenop zitten, dat we alles bespreken voor lezers over de hele wereld. We zijn de afgelopen paar jaar dan ook internationaler geworden: we bespreken nu net zo goed cd's uit Brazilië, of Australië.

“Maar je kunt er nu eenmaal niet omheen dat onze wereld door internet steeds kleiner wordt. Op allerlei gebied. Zonder internet hadden wij hier in Chicago nooit de cd's gehoord van Zweedse muzikanten als Dungen, Jens Lekman of The Knife. Vroeger moest je maar afwachten wat er op jouw continent door de platenmaatschappijen werd uitgebracht. Nu is het binnen handbereik.

“Toch vind ik dat wij teveel eer krijgen. We hebben er misschien voor gezorgd dat sommige bands werden opgemerkt, door over ze te schrijven. Maar meer is het niet. Wij zijn op Pitchfork over veel muzikanten enthousiast, en slechts een klein deel wordt zo succesvol als bijvoorbeeld Clap Your Hands Say Yeah. Dat zegt iets over de kwaliteit van de band: mensen zijn op een idee gebracht en blijken het met onze mening eens te zijn.

Maar aan ons ligt het niet. Als dat zo was, dan hadden we al veel meer bands wereldberoemd gemaakt.“

MySpace.com Pitchforkmedia.com Andere sites met informatie/recensies over de alternatieve muziekscene: dustedmagazine.com en drownedinsound.com