'Zo kan niemand leven'

Opnieuw moet Kamerlid Hirsi Ali naar een nieuwe woning. De rechter stelde haar buren in het gelijk: de permanent bewaakte buurvrouw geeft hun een gevoel van onveiligheid.

Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) maakte gisteravond een afgematte indruk. Het mei-reces staat voor de deur. Op haar werkkamer schopt ze haar schoenen uit en probeert ze met haar benen op een andere stoel te ontspannen. Op de gang zitten veiligheidsagenten.

De uitspraak van het Haagse gerechtshof gisteren, dat zij voor eind augustus uit haar Haagse appartement moet zijn, vindt ze 'verschrikkelijk'. Haar buren zijn door de rechter in het gelijk gesteld. Zij voelen zich onveilig in hun eigen woning met een buurvrouw die permanent bewaakt wordt vanwege dreiging uit extreem-islamitische hoek. Eerst vermant Hirsi Ali zich: 'Het is als trainen met gewichten. Dit is zwaar, maar het maakt me sterker.' Maar later: 'Soms ben ik wel moe van alles. Dan denk ik: mensen, zo is het wel genoeg.'

Uw buren willen niet functioneren als menselijk schild. Dat lijkt een redelijk bezwaar.

'Het punt is dat het gaat om een gevoel dat zij hebben. Een gevoel van onveiligheid. Dat is vrij subjectief. Terwijl de staat er juist echt alles aan gedaan heeft om mijn woning en de omgeving ervan maximaal te beveiligen. Mensen zetten in mijn buurt niet eens meer hun fietsen op slot!'

Zijn uw buren ook bang voor waardevermindering van hun huis?

'Als dat zo is, weet ik dat niet. Dat argument wordt in ieder geval niet bij de rechter gebruikt.'

Wat er is zo verschrikkelijk aan om gewoon te verhuizen?

'Ik ben daar al sinds najaar 2001 mee bezig. Toen ik voor het eerst werd bedreigd, moest ik op last van de Leidse politie uit mijn eigen huis in Leiden. Sindsdien moest ik voortdurend van adres wisselen. Meestal was dat om veiligheidsredenen. Maar dit is de tweede keer dat ik door buurtbewoners wordt gedwongen te verhuizen uit een huis waar ik veilig ben. De eerste keer was in 2002 toen buurtbewoners in Mariahoeve, waar ik toen woonde, naar de Haagsche Courant waren gegaan met klachten over onveiligheid. Mijn adres kwam in de krant en ik moest weg. Maar ik wil niet langer dat er met me gesleept wordt. Zo kan niemand leven. Overigens zijn niet alle buren tegen mij. Ik heb drie hele lieve kaarten gekregen van mensen die niet meedoen met die rechtszaak.'

Minister Donner (Justitie, CDA) overweegt in beroep te gaan.

'Ik heb over hem helemaal niet te klagen. Sinds vorig jaar de huisvesting voor bedreigde personen werd geregeld, ook door minister Zalm (Financiën, VVD), leek dat in orde. Cassatie bij de Hoge Raad is op zich goed. Andere bedreigde politici, zoals Geert Wilders, kunnen daar baat bij hebben. Voor mijn situatie maakt cassatie niet uit. Ik moet mijn huis uit, ook al zou de Hoge Raad met een voor mij positieve uitspraak komen.'

Dus wat nu?

'Ik ga nu eerst twee weken het land uit. Wat ik zou willen is niet moeilijk: een rijtjeshuis, met een tuintje en een open haard. Maar dat kan kennelijk niet.'