Wilhelmina bedwongen

Op 8 november 1909 noteerde de jurist, amateur-zoöloog en ontdekkingsreiziger Hendrik Albertus Lorentz in zijn dagboek: “Om 10.20 uur is het grote doel bereikt, dan hebben wij eindelijk na jarenlange voorbereiding, na moeilijke tochten en tal van bezwaren de eeuwige sneeuw van Nieuw-Guinea onder de voeten. Ik verheug mij van harte dat het Nederlanders zijn wie het gegeven is als eersten deze hoge berg te bestijgen, die de naam draagt van haar die wij allen liefhebben en vereren.'

Het moment is vastgelegd met de camera: zeven mannen op een rotsblok voor een besneeuwde helling. Zij hadden op dat moment een hoogte bereikt van 4.508 meter. Er restten nog maar tweehonderd meter tot de top van de Wilhelmina (tegenwoordig Trikora), een van de hoogste bergen van Nieuw-Guinea. Maar de klimmers zakten tot hun middel in de sneeuw en besloten terug te keren naar het bivak in de hete vlakte.

De foto staat in Lorentz' boek Zwarte mensen - witte bergen. Het verscheen in 1913, drie jaar na de reis, en is nu opnieuw uitgegeven. Een goed idee, want het verslag doet nergens verouderd aan. Lorentz was een verlichte geest: breed geïnteresseerd en wars van de raciale waan waaraan zovelen in Indië leden.

Behalve door zijn geestverwant, marine-officier en amateur-geoloog Jan Willem van Nouhuys, werd Lorentz op zijn tocht vergezeld door enkele tientallen Dajaks uit Borneo. Het idee om juist hen aan te werven als dragers en spoorzoekers had hij van de antropoloog Anton W. Nieuwenhuis. Die had in 1894 de binnenlanden van Borneo doorkruist en publiceerde daarover in 1900 een reisverslag, In Centraal-Borneo.

In zijn boek geeft Lorentz blijk van respect voor het uithoudingsvermogen, de betrouwbaarheid en het praktische vernuft van deze bosbewoners. Als aanhangsel heeft hij een volledige lijst met namen van Dajakdragers opgenomen.

De “zwarte mensen' uit de titel komen er in het boek wat bekaaid af. Op hun tocht door het laagland komen Lorentz en Nouhuys slechts een enkele keer in aanraking met Papoea's, die het konvooi van stoomsloep en Dajakprauwen zoveel mogelijk mijden. Het reisgezelschap blijkt niet te weten dat deze etappe voert door het woongebied van de Asmat, een volk dat inmiddels wereldberoemd is door zijn houtsnijkunst. Voordat hij terugvaart naar Java schaft Lorentz zich een manshoog schild aan.

Op ongeveer 1.500 meter hoogte stuiten de ontdekkingsreizigers op bergbewoners, die zichzelf Pesegem noemen. Het gezelschap brengt een nacht door in hun dorp en Van Nouhuys noteert enkele woorden van hun taal. Daaruit blijkt dat het hier gaat om Nduga, een volk dat nog steeds de zuidelijke hellingen van het centrale bergland bewoont en dat in 1996 in het nieuws kwam door de ontvoering van een internationaal gezelschap natuurvorsers. Het gebied waar Lorentz in 1909-1910 doorheen trok, is nu van de kust tot de bergen een beschermd natuurpark dat naar hem is genoemd. Het wordt de laatste jaren bedreigd door nieuwe concessies van de Amerikaanse mijnbouwonderneming Freeport. Dergelijke wetenswaardigheden, die het boek wat historische diepte hadden kunnen geven, ontbreken. De lezer wordt ook nauwelijks geholpen door de wel heel globale overzichtskaart en de twee slecht leesbare fragmenten van de originele routekaart.

H.A. Lorentz: Zwarte mensen - witte bergen. Verhaal van een tocht naar het Sneeuwgebergte van Nieuw-Guinea, deel 8 in de reeks Klassieke Reizen, Atlas, 271 blz. euro 22,50

    • Dirk Vlasblom