Verniel geen monument

Bij de ingebruikname in 1655 noemde de dichter Joost van den Vondel het nieuwe Amsterdamse Stadhuis op de Dam het achtste wereldwonder. De rest van de wereld kwam inderdaad anderhalve eeuw lang kijken naar het grootste publieke gebouw in Europa uit de zeventiende eeuw. Het was een wonder dat het daar stond op drassige grond. Dat het zo rijk was gedecoreerd met beeldhouwwerk en schilderijen, de bewijzen voor de macht van de stad tijdens de Gouden Eeuw. En dat men zó binnen kon lopen naar de enorme Burgerzaal met de kaarten van de wereld en de sterrenhemel op de vloer. Het universum lag daar aan de voeten van de Amsterdammers.

De sobere, voorname en trotse schepping van architect Jacob van Campen was de top van het Hollandse classicisme. Als Koninklijk Paleis werd het verbouwd, aangepast, gerenoveerd en weer teruggerestaureerd. Nu wordt het opnieuw aangepast aan de eisen bij koninklijke en officiële gelegenheden. Daartoe wordt de laatst overgebleven “keizerlijke trap' vervangen door een lift, waarvan er al vier zijn.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg noemde in een advies het verwijderen van die trap, de enige nog originele, “een zware aantasting van de monumentale waarde, waarmee niet kan worden ingestemd'. Soortgelijke trappen met een dubbele opgang zijn óf kleiner óf verdwenen. Die in het Haagse Mauritshuis dateert uit de achttiende eeuw. Niettemin gaf het Amsterdamse stadsdeel Centrum toestemming voor de sloop.

Geheimzinnigheid en officieel stilzwijgen heersen nu alom. Het lijkt alsof deze verminking van staatseigendom een staatsgeheim is. Niemand wil zeggen of de trap al daadwerkelijk is afgebroken.

Dat herinnert aan de schandelijke sloop van het monumentale huis van Constantijn Huygens op het Haagse Plein. De dichter, staatsman, musicus en componist, de Nederlandse uomo universale, begon de bouw in 1634 naar eigen ontwerp. Zijn huis vormde een uniek classicistisch geheel met het Mauritshuis.

In 1876 werd het vervangen door een neogotisch ministerie van Justitie, een ontwerp van C.H. Peters. De hoge ambtenaar Victor de Stuers, grondlegger van de Nederlandse monumentenzorg, een fanatiek bestrijder van de bijna stelselmatige afbraak van de glorierijke Hollandse historie, gaf er zelf toestemming voor omdat het huis bouwvallig zou zijn. Het bleek toch nog zo stevig dat de sloper eraan failliet ging. Peters metselde Huygens' tegeltjes met VOC-schepen in zijn eigen huis in. Huygens' gebeeldhouwde arcade siert nu de achterkant van het Rijksmuseum. Wil koningin Beatrix die trap nu gaan inbouwen en exposeren in het gerenoveerde Rijksmuseum?

    • Kasper Jansen