Veiligheid in deel Radboud bekeken

De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoekt sinds enige maanden de kwaliteit van de hartchirurgie in het UMC St. Radboud in Nijmegen. De raad, die onder voorzitterschap staat van Pieter van Vollenhoven, heeft dit onderzoek zelf ingesteld nadat vorig jaar bleek dat de sterftecijfers bij hartoperaties in het UMC St. Radboud in 2004 hoger waren dan het gemiddelde. Het ziekenhuis is op last van de Inspectie voor de Gezondheidszorg tijdelijk gestopt met hartoperaties bij volwassenen. Uit extern onderzoek bleek dat de kwaliteit onder de maat is.

Het is de eerste keer dat de Onderzoeksraad in de gezondheidszorg een onderzoek uitvoert. Het onderzoek beperkt zich vooralsnog tot de hartchirurgie in het St. Radboud, maar zal mogelijk worden uitgebreid.

Op advies van de externe commissie die onderzoek heeft gedaan in het Radboud, gaat de Inspectie voor de Gezondheidszorg waarschijnlijk de kwaliteit van alle dertien hartcentra onderzoeken. Omdat de ziekenhuizen sterftecijfers en gegevens over complicaties niet eenduidig bijhouden, is een goede vergelijking nu niet goed mogelijk. De Nederlandse vereniging voor Thoraxchirurgie is bezig om van alle hartcentra cijfermateriaal over 2006 te vergaren. Hiermee komt de vereniging tegemoet aan een wens van de externe commissie. Volgens voorzitter L. van Herwerden van de Nederlandse vereniging voor Thoraxchirurgie kunnen ziekenhuizen dan eerder signaleren dat ze uit de pas lopen. 'Dat is wat er is misgegaan in Nijmegen. Ze hebben zelf gegevens verzameld maar niet op de juiste wijze geïnterpreteerd omdat ze geen spiegelinformatie hadden. Dat moeten we met zijn allen in Nederland zien te voorkomen.' De vereniging vraagt zich of een onderzoek door de inspectie naar de kwaliteit van alle hartcentra uitvoerbaar is. 'In Nijmegen hebben ze vier maanden nodig gehad voor een heel degelijk onderzoek. Dertien hartcentra, telkens vier maanden onderzoek? Ik denk niet dat het doel daarmee gediend is.'