Theo

Met opgetrokken knieën zat Theo tegen de muur. Aan de andere kant van de deur hoorde hij zijn moeder en zijn zus praten. “Was het weer zo?“ “Bar en boos“.

“Báng en boos, mam, hij kan er toch zeker niets aan doen“; “Ach nee“

Ze klosten de trap af. Theo keek zijn kamer rond. Zijn prullenmand was plat getrapt. Een knuffelaap lag onthoofd op het bed. En verder sliertten overal stukken zee en flarden land. Zijn hele grote mooie wereldkaart was van de muur gescheurd. Hij had dat zelf gedaan, wist hij, maar hij herinnerde het zich niet, niet echt. De woede was nu weg. Maar het was nog steeds de ergste dag van het jaar. Vandaag was hij jarig.

Theo hield niet van jarig zijn. Hij had liever dat alles gewoon was, van dat je wist wat er ging gebeuren. Beneden in de kamer frutselde zijn moeder lintjes aan het hengsel van een mand. “Bijna klaar“, riep ze met een blije nepstem toen ze hem zag. “Enig hè?“ Er zaten spekkies in de mand.

Precies drieënveertig minuten later, zag Theo op zijn horloge, was het zover. Daar stond hij. Op een stoel voor de klas. Er werd naar hem gekeken. “Gaat het wel?“ vroeg hulpjuf Claire. “Wat wil je horen? De kop van de kat? Twee violen? Of er is er één, gewoon?“ Theo knikte.

Het lied dreunde door de klas. “Hoera, Hoerrr-a!“ zong Achmed achter in de klas. Dat vonden andere jongens grappig. Theo deed zijn best om ook te grijnzen. “Zo“, zei hulpjuf Claire en hielp hem van de stoel. “Dat hebben we ook weer gehad, hè jongen. Pak nu die mooie mand van je moeder maar. Wie mag er met je mee de klassen rond? Sidney?“

Het was stil op de gang, zo zonder iedereen. Eigenlijk wilde Theo de vreemde lokalen liever niet binnengaan, maar samen met Sidney ging het toch. Sidney was een soort van vriend, al wilde ook hij nooit bij Theo thuis komen. “Gaan we hier naar binnen?“ vroeg hij ineens.

Ze stonden voor de koffiekamer. De deur stond open. Er was niemand binnen. Daarom stapte Theo over de drempel en legde op de grote tafel een rij spekkies. Alle spekkies moesten precies even scheef liggen Aan de rand van de tafel lag een groot zwart boek. Er stond in gouden letters Rijam op. Een woord dat Theo niet kende. Hij deed een stap naar achteren.

Maar Sidney lachte en trok het boek naar zich toe. “De schoolagenda!“ zei hij. “Van de meesters en de juffen. Zullen we er in kijken?“ Hij klapte het zwarte boek zomaar open. Bij 2 juni was de hele bladzijde versierd met getekende bloemen, vlaggetjes en hartjes. Mo Jarig!, stond er in krulletters tussen. “Hé“, zei Sidney, “zie je dat? Onze meester is jarig op 2 juni!“

O nee, dacht Theo. Dat werd vast weer feest.

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Sidney.

    • Judith Eiselin