Terreur zoekt “zachte doelen'

Volgens de verzekeraarsvan Aon vermindert de dreiging van terrorisme niet.

Maar de terreurdreiging verandert wel van karakter.

In bloed gedrenkte voetafdruk op de plek waar maandagavond een van de drie bommen afging in de Egyptische badplaats Dahab. Foto AP ** EDS NOTE GRAPHIC CONTENT ** A bloodied foot print is seen early Tuesday, April 25, 2006 at the site where one of three bombs ripped through Egypt's Red Sea resort of Dahab. Shards of glass and bloody body parts littered the ground Tuesday as Egypt reeled from a three-bomb attack that ripped apart a Sinai beach resort promenade at the height of Egypt's tourist season, killing at least 24 people, including a German child. More than 60 others were hur (AP Photo/Emilio Morenatti) Associated Press

De jongste grote terreuraanslag, op maandagavond met 20 doden in de Egyptische Sinaï, kwam niet als verrassing voor de risico-inschatters van de internationale verzekeringsmaatschappij Aon.

Op de terreurdreigingskaart 2006 van Aon is Egypte naar de één-na-slechtste categorie gedegradeerd: van verhoogde naar hoge dreiging. In een paar landen slechts - Irak, Saoedi-Arabië, Jordanië, Pakistan, Afghanistan en Israël - dreigt volgens Aon nóg meer gevaar voor terrorisme: ernstig risico.

De dreiging van terrorisme vermindert niet, maar de aard ervan verandert wel, zei Martin Stone, directeur van Aons divisie “Contraterrorisme en politiek risico' deze week in Amsterdam bij de presentatie van de kaart die het bedrijf sinds 2003 elk jaar publiceert. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de VS is de strijd tegen terrorisme geïntensiveerd: het terreurnetwerk Al-Qaeda is in zijn mogelijkheden beperkt en veel objecten worden beter beveiligd. Terreur wordt steeds meer het werk van kleinere, lokale groepen, terwijl hun doelen verschuiven naar talloze niet of nauwelijks beschermde soft targets. Zie de aanslagen op treinen in Madrid (2004), de metro van Londen (2005) en de promenade met winkels, restaurants en bars in Dahab.

“Het is erg moeilijk deze dreiging tegen te gaan“, sprak Stone. “We hebben geen kristallen bol, we maken geen horoscoop, we kunnen niet zeggen dat dit of dat zal gebeuren“, zei Stone (“Even mijn achtergrond: elf jaar Midden-Oosters terreur-analist, en ik kan eindeloos doorgaan over Al-Qaeda“). De kaart die de waarschijnlijkheid van terroristische aanslagen laat zien, is niet meer of minder dan een combinatie van de feiten van gisteren en de perceptie van veiligheidsdeskundigen en de verzekeraars. Die zijn in principe goede gidsen: er staan immers miljarden dollars aan verzekeringsgelden op het spel. “Als de inschatting verkeerd is, kost dat geld.“ Aon (47.000 werknemers) is een van de grootste financiële dienstverleners in de wereld.

Terug naar Dahab: daar komt de veranderende aard van het terrorisme tot uiting - kleine groepen die overal beschikbare zachte doelen belagen. Stone: “Het is onwaarschijnlijk dat het Al-Qaeda is. Alles wijst erop dat het om plaatselijke mensen uit de Sinaï gaat, ontevreden Bedoeïenen. De Bedoeïenen zijn van oudsher tegen de regering én het toerisme, waar ze immers nauwelijks van profiteren.“

Al-Qaeda speelt nu meer de rol van inspirator van terrorisme. Het operationele vermogen van het islamitische terreurnetwerk is weliswaar niet vernietigd, maar wel aanzienlijk verminderd door de internationale oorlog tegen terreur.

“Al-Qaeda is geen groep die in een kamer zit. Het is meer fluïde, meer amorf.“ Het leiderschap is niet vernietigd, aldus Stone, ook al hebben de Amerikaanse autoriteiten inmiddels de dood van tientallen leiders van het terreurnetwerk gemeld. De centrale organisatie telt volgens hem nog verscheidene honderden leden.

Maar de belangrijkste functie van Al-Qaeda is nu inspiratie, advies en steun. “Osama bin Laden is de geestelijk leider van moslimextremisten. Zijn verklaring van zaterdag, waarin hij de gelovigen opriep de Soedanese regio Darfur tegen het Westen te verdedigen, is daarvan een voorbeeld.“

In het algemeen is in het Midden-Oosten nog steeds de dreiging van terreuraanslagen veruit het grootst. In de grafiek van de vijf gebieden met de meeste landen in de hoogste twee risicocategorieën komt Europa niet eens voor. Na het Midden-Oosten met elf vermeldingen komen Azië (zeven), Afrika (vier) en ex-aequo Rusland en omliggende landen en Zuid-Amerika met één. Bijna heel West-Europa heeft een verhoogd risico, de op twee na hoogste categorie.

Wel worden talrijke West-Europese steden als bijzonder risico beschouwd, omdat steden nu eenmaal door veel terroristen als geschikt doel worden gezien. Dat is een kwestie van maximalisatie van symboliek en vnadaar de impact op de media.

Wat dat betreft blijft de vraag nog steeds niet óf er in de nabije toekomst in een West-Europese stad een nieuwe aanslag komt, maar wanneer dat gaat gebeuren. Maar het blijft geen vergelijk tussen Irak met al zijn dagelijkse geweld en bijvoorbeeld Groot-Brittannië, ondanks de aanslag in Londen, of Denemarken, dat onder andere wegens de kwestie van de spotprenten naar de categorie verhoogd risico is gedegradeerd.

Goed nieuws is er niet, of het moet zijn dat terrorisme ondanks alles niet de belangrijkste bedreiging in de wereld is. Stone: “Klimaatverandering bijvoorbeeld is een groter gevaar.“

    • Carolien Roelants