Column

Ten Cater

Blind moet weg. John Jaakke zucht nog maar eens diep. Het wordt hem als hockeyer allemaal te veel. Hij vindt het o zo moeilijk om alle voetbalnamen uit elkaar te halen. Gio is Van Bronckhorst, Pipo is Inzaghi en Truus is niet van Van Hanegem, maar van Van Gaal. Of van Van Geel? Dat moet hij commercieel directeur Fontein vragen. Hoewel? Weet die het? Dat is meer een cricketmannetje. Waar is Maarten eigenlijk? Oh ja, die is het product Ajax wegzetten in Azië. Dat is hem met de ijsjes van Unilever ook gelukt. Heel Azië likt aan Magnums en Raketjes! Ajax gaat leven in Seoul en Hongkong. Daar gaat het om.

Onderhand piekert John verder. Blind moet weg. Na anderhalf jaar voorzitterschap kwam hij er achter dat Milaan twee clubs heeft. AC en Inter. En die spelen ook nog eens in hetzelfde stadion. Moeilijk hoor. En Van Persie speelt niet bij Manchester, maar bij Chelsea. Toch?

Sinds zijn aanstelling praat technisch directeur Van Geel de Ajax-preses voor alle belangrijke vergaderingen even bij. En dan vertelt hij aan Martin de laatste hockeynieuwtjes. Dat Laren degradeert, Teun de Nooijer heel goed is en Delmee een beetje de Berry van Aerle van het hockey is. Op het moment dat hij het zegt denkt hij: wie was Van Aerle ook alweer. Speelde die niet in de spits met Theo Maassen?

Blind moet weg. Pijnlijk onderwerp, maar wat moet, moet. Blind heeft een Ajaxhart. Twintig jaar doolt hij op de club rond. Twintig jaar?

‘Is hij al zo lang trainer?’ Van Geel legt uit dat Danny ook bij Ajax heeft gespeeld en zelfs met de club de Champions League heeft gewonnen.

‘Maar toen was ik er nog niet!’, verexcuseert de aardige voorzitter zich. Jaakke is een beschaafde jongen, die dan ook oppert om Danny nu meteen te bellen en hem de vervelende mededeling te doen. Kwestie van duidelijkheid en beschaving. Van Geel legt hem uit dat het zo niet werkt in de voetballerij.

‘Wel achterbaks blijven’, legt hij de voorzitter uit, ‘voetballen doe je met je kicksen en besturen met je ellebogen. Daarom wilden we zo graag een gereformeerde voorzitter. Die hebben eelt op hun ellebogen!’ John begrijpt het. Ze gaan Danny niks zeggen, laten hem een beetje zwemmen en na de bekerfinale in De Kuip gaan ze het hem vertellen. Maandagochtend 8 mei wordt hij op kantoor geroepen. En dinsdag presenteren we Henk.

‘Henk Kesler?’, oppert John.’Nee, Ten Cate, Henk ten Cate gaat het doen!’Werkt die al bij ons?’Nee, die is nu assistent van Frankie bij Barca!’En gaat dat Barca goed?’Die worden Spaans kampioen en spelen tegen Arsenal in de Champions League-finale. In Parijs.’Maar Barcelona wordt toch kampioen van Spanje? Met die Ronaldo.’Ronaldinho! Barca en Barcelona is hetzelfde! Barcelona wordt Barca genoemd.’Maar Arsenal komt toch niet uit Parijs?’ John wist niet beter dan dat ze uit Liverpool komen! Verwarrend dat voetbalwereldje.

Het suist in het drukke hoofd van de voorzitter. Dus Blind was eerst speler, toen trainer en moet er nu uit. En hij moet hem ontslaan. Want hij is de voorzitter. De voorzitter van Ajax. De club van Saigon en Djakarta. Wat zal hij zeggen? Dat de voetballerij hard is? En dat het niet anders kon. Misschien moet hij Scheringa eens bellen. Hoe lost die dat op? Zal Martin het nummer van Scheringa hebben? Dus volgende week moet hij nog gewoon mooi weer tegen Danny spelen. Hoe is het met de vrouw? Hoe gaat het met de kinders? Vakantieplannen Danny? En dan niet per ongeluk zeggen: ‘Knoop er nog maar een paar weekjes achteraan. Tijd zat!’ Dat zou niet handig zijn.

En de naam Ten Cate moet hij opschrijven. Ten Catemarkt is een leuk ezelsbruggetje. Ten Cate, Henk, assistent van Frank (geinig dat dat rijmt!). Die gaat het doen. En Charisteas is weg. Of was dat nou die andere Griek? Hij kijkt Martin waterig aan. Weet je: ik ga gewoon zeggen dat hij wel verstand van voetbal heeft, maar niet genoeg. Ten Cater. Die wordt het. De assistent van Frank de Boer!