Teheran niet van plan in te binden

De VN-Veiligheidsraad krijgt vanmiddag officieel te horen of Iran gehoor heeft gegeven aan de eis de verrijking van uranium te staken. Verwacht wordt dat het antwoord negatief is. Maar wat dan?

De Iraanse leiders hebben er de afgelopen weken geen enkele twijfel over laten bestaan dat zij niet van plan waren om op te houden met de verrijking van uranium, zoals de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 29 maart heeft geëist. De Iraanse president Ahmadinejad zwoer gisteren nog dat niemand zijn land kan dwingen zijn zelf-ontwikkelde nucleaire technologie op te geven: 'Wij onderwerpen ons niet aan onrecht en pressie.'

Vanmiddag brengt de directeur van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), Mohamed elBaradei, de Veiligheidsraad zoals indertijd gevraagd rapport uit over de opstelling van Iran. 'Het is moeilijk voorstelbaar dat de directeur-generaal [van het IAEA] een positief rapport kan uitgeven', zei gisteren de Amerikaanse ambassadeur bij het IAEA, Gregory Schulte.

Het Westen, de Verenigde Staten voorop, staat erop dat Iran zijn verrijkingsactiviteit staakt, uit angst dat het uranium verrijkt in het kader van een geheim wapenprogramma. Dus wat nu?

De eis van de Veiligheidsraad was vervat in een zogeheten verklaring van de voorzitter, die unaniem door alle 15 leden moet worden gesteund maar minder gewicht heeft dan een resolutie. De verklaring vermeldde niet wat de consequenties zouden zijn van een Iraanse afwijzing.

Aan de totstandkoming van de verklaring waren enkele weken van moeizame consultaties met China en Rusland voorafgegaan, die anders dan de andere drie permanente leden van de Veiligheidsraad (behalve de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk) zo rustig mogelijk met Iran willen omgaan. Zij zien helemaal niets in geweld, een optie die Washington steeds niet heeft willen uitsluiten en die gisteren ook een hoge Franse diplomaat niet uitsloot. Maar ook sancties gaan Moskou en Peking voorlopig te ver. Zij zijn handelspartners van Iran, maar voelen bovendien in het algemeen al weinig voor gebruik van het sanctiewapen.

Na 29 maart zette Washington zijn consultaties over de follow-up voort met de vier andere permanente leden van de Veiligheidsraad, plus Duitsland, dat eerder samen met de Britten en Fransen met Iran (vergeefs) over zijn nucleaire programma onderhandelde. Tot dusverre echter met bijzonder weinig succes.

Rusland en China hebben de afgelopen tijd diverse malen onderstreept dat Iran ook wat hen betreft onmiddellijk moet ophouden met het verrijken van uranium. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, liet gisteren óók duidelijk blijken geen enkele haast te hebben met dwangmaatregelen. Het rapport van ElBaradei is volgens hem geen ultimatum. 'Het heeft een werkkarakter en er is daarom geen tijdslimiet', zei hij. Een Chinese regeringswoordvoerder zei eveneens gisteren dat de 'relevante partijen' kalm moeten blijven, en dat de kwestie nog steeds 'door dialoog en met diplomatieke middelen kan worden opgelost'.

Als het aan de Amerikanen ligt gaat de Veiligheidsraad nu eerst een resolutie aannemen onder Hoofdstuk 7 van het VN-Handvest die de bestaande eis aan Iran bindend maakt, zo zei eerder deze week VN-ambassadeur John Bolton. Daarna komen sancties aan de orde. 'Dus vanuit ons perspectief gaan we het stap voor stap aanpakken.'

Bolton zei dit tegen journalisten na de aanvaarding door de Veiligheidsraad van de eerste sanctieresolutie inzake de kwestie-Darfur - een reisverbod voor vier Soedanezen die van oorlogsmisdrijven worden verdacht. 'Ik denk dat de sanctieresolutie van vandaag aantoont dat de Veiligheidsraad het serieus meent, dat zijn resoluties moeten worden nageleefd, dat hij bereid is dwangmaatregelen te nemen als ze niet worden ingewilligd', zei hij in een kennelijke verwijzing naar Iran én de weerspannige collega's in de Veiligheidsraad.

Intussen groeit de druk op Washington eerst maar eens te gaan praten met Iran. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, nam dit idee enkele weken geleden mee naar Washington. Hij zei toen dat zijn pleidooi voor een directe dialoog goed was ontvangen in het Congres en bij denktanks, maar door de regering was afgewezen. Vervolgens riep ook de invloedrijke Republiekeinse senator Richard Lugar de regering op met Iran te gaan praten. Deze week pleitten zes oud-ministers van Buitenlandse Zaken, onder wie de Amerikaanse Madeleine Albright en Jozias van Aartsen voor zo'n gesprek: 'President Bush, maak eens een praatje met Iran.' Het is een heel andere benadering dan die van de Amerikaanse website die T-shirts, mokken en andere voorwerpen levert met het opschrift Nuke Iran (www.cafepress.com).