Sancties sluipen dreigend nader

Onder de dreiging van een internationale boycot, wegens het omstreden nucleaire programma, trekt het westerse bedrijfsleven zich nu al terug uit de Iraanse economie. Wie zaken doet met Teheran vindt de VS op zijn weg.

De Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad (midden) bezocht vorige week de elfde Olie-, Gas- en Petrochemische Beurs in Teheran. Foto AFP Iranian President Mahmoud Ahmadinejad (C) attends the 11th International Oil, Gas and Petrochemical Exhibition in Tehran 21 April 2006. Ahmadinejad said "we should adopt a formula and schedule to prevent the increase in oil prices from harming the weaker countries who do not have oil," on the sidelines of an oil industry exhibition in Tehran. (CORRECTING BYLINE) AFP PHOTO/MEHR NEWS AFP

Januari moet een moeilijke maand zijn geweest voor Iraanse bankiers. Met circa 59 miljard aan olie-inkomsten in 2005 lieten drie grote internationale banken plotseling weten niet meer met het land te willen werken. ABN Amro zegde de relaties op. Net als Credit Suisse en het tevens Zwitserse UBS. Die laatste bank gaf als officiële reden van vertrek aan dat 'hoge kosten voor onzekerheid over veiligheid en Iraanse regelgeving, aanwezigheid in het land onrendabel maakten.'

De drie banken doen nu geen zaken meer met inwoners, bedrijven en overheidsfunctionarissen uit Iran. Zelfs met de Iraanse centrale bank wordt niet meer gehandeld.

Er is meer aan de hand. Diverse bedrijven trekken zich plotseling terug uit het land, of verminderen hun aanwezigheid in Iran. Op 1 april stopte de Amerikaanse verzekeraar Aon er zijn werk, dat via lokale partners werd uitgevoerd. Een afdeling van General Electric heeft ook stilletjes het land verlaten, net als olie- en gasserviceverlener Halliburton.

Het is niet het gebrek aan potentieel dat de bedrijven uit Iran drijft. In de aanloop naar sancties tegen Iran om zijn, in de ogen van het westen, omstreden nucleaire programma, is de Amerikaanse regering begonnen met het onder druk zetten van bedrijven die zaken doen met Iran.

Het blijft niet bij dreigementen. ABN Amro werd eind december voor 80 miljoen dollar beboet door de Amerikaanse autoriteiten wegens bankovertredingen, waaronder het zakendoen met Libië en Iran. Diverse andere internationale oliedeals en belangrijke investeringen worden momenteel onderzocht door de Amerikanen.

Het zijn sluipende sancties tegen het land dat met het westen in de clinch ligt over zijn nucleaire programma. Als vandaag het laatste rapport van het Internationaal Atoom Agentschap aan de VN Veiligheidsraad is afgeleverd, zullen er - hoogstwaarschijnlijk - geen sancties tegen Teheran volgen. Rusland en China, permanente leden van de Veiligheidsraad, lijken geen trek te hebben in strafmaatregelen tegen Teheran.

Ondertussen is een Plan B van de Amerikanen en de Europeanen al stilletjes in werking gesteld. De machtsblokken willen vertrouwen op hun eigen economische macht om Teheran op de knieën te krijgen. De Amerikanen spreken over een 'coalitie van bezorgde landen', die sancties moet gaan afroepen tegen Iran.

Het eerste front van deze economische oorlogsvoering is de olie- en gassector, de belangrijkste inkomstenbron voor Iran. Afgelopen week werd in Teheran de jaarlijkse olie- en gasbeurs gehouden. Zoals ieder jaar vergaapten Iraanse dagjesmensen zich aan de westerlingen die ze sinds de islamitische revolutie (1979) zo weinig hebben gezien.

Er waren meer afgevaardigden dan ooit op de beurs. Iran is dan ook een van de laatste landen ter wereld waar de brandstoffen nog relatief goedkoop uit de grond kunnen worden gehaald. Hoewel alle bedrijven voet aan de grond willen houden in Iran, zien vele toch donkere wolken aan de horizon. 'Ik heb persoonlijk een intern memo van de Rabobank gezien dat we geen dollars meer naar Iran kunnen overmaken', zegt een vertegenwoordiger van een Nederlands bedrijf dat al jaren in Iran werkt en liever anoniem wil blijven.

Tijdens de openingsavond van de beurs worden er op diverse ambassades in Teheran feesten gegeven. Overal lopen vertegenwoordigers van oliemaatschappijen in pak. Maar contracten worden er niet gesloten. 'Er zijn nog veel lopende projecten. En er is een gigantisch plan om voor 15 miljard dollar raffinaderijen te bouwen', zegt een andere Nederlandse zakenman. 'Maar er worden geen aanbestedingen uitgegeven. De Iraniërs hebben problemen om de financiering rond te krijgen.'

Dat is precies wat de Verenigde Staten willen bereiken. Hoe minder banken met Iran werken, hoe moeilijker het wordt voor de Iraanse centrale bank om internationale kredietbrieven af te geven voor aanbestedingen in het land. Condoleeza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, bezocht vorige week de ministers van Financiën van Engeland en Duitsland. Iraanse overheidsbanken hebben daar vertegenwoordigingen om hun oliegeldfondsen te gebruiken voor internationale betalingen en aanbestedingen.

De Amerikaanse unilaterale sancties tegen Iran zijn niet nieuw. Sinds de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979 hebben de Verenigde Staten een eenzijdig handelsembargo tegen Iran. In 1996 werd dit verstevigd via de wet die sancties tegen Iran en Libië regelde. Bedrijven die meer dan 20 miljoen dollar in de Iraanse olie- en gassector investeren, kunnen in de VS rekenen op juridische vervolging. De wet geldt ook voor bedrijven buiten de Verenigde Staten. Zo mag het Europese Airbus bijvoorbeeld geen vliegtuigen aan Iran leveren, omdat er Amerikaanse motoren worden gebruikt.

De afgelopen jaren werd er echter nog wel eens een oogje dichtgeknepen, zeker als het om invloedrijke Amerikaanse bedrijven ging, die concurrenten uit Europa wél vrolijk zaken zagen doen in Teheran.

Met de westerse zorgen over het Iraanse kernprogramma lijken die tijden voorbij. Ook de Europeanen zijn bezig met sanctieplannen. De staf van EU-buitenlandchef Javier Solana stelde begin april een lijst met mogelijke strafmaatregelen tegen Iran op. Bovenaan staat het advies om bepaalde Europese bedrijven te vragen geen zaken meer te doen met Iran.

En als de bedrijven niet willen meewerken, is er altijd nog de publieke opinie die kan worden bespeeld. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Time heeft de Amerikaanse regering een lijst van 124 Europese beursgenoteerde bedrijven opgesteld die banden met Iran hebben. Ook zijn de banken in kaart gebracht die grote Iraanse energie- en telecomprojecten financieren. Een soort internationaal cordon sanitair, vergelijkbaar met de burgerboycot van producten uit Zuid-Afrika ten tijde van het apartheidsregime, moet zoveel slechte pr genereren dat de bedrijven vanzelf hun activiteiten in Iran opdoeken.

Na de weigering van de Zwitserse banken zijn de Iraniërs meer met banken in de golfstaten gaan werken. De Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken maakte afgelopen maand een reis door zeven Arabische landen om te spreken over nucleaire proliferatie.

Financiële beperkingen 'kunnen een effect hebben op Irans mogelijkheid om meer technologie en externe expertise te krijgen', zo zei hij volgens Time. Volgens schattingen heeft Iran ongeveer 45 miljard dollar aan tegoeden in het buitenland.

De financiële moeilijkheden voor de Iraniërs worden al zichtbaar. Het land bezit 12 procent van de oliereserves ter wereld. Er is de komende tien jaar 50 miljard dollar aan buitenlands kapitaal nodig om de olie te exploiteren.

Irans National Petrochemical Company heeft de afgelopen maanden export van polystyreen moeten stoppen. Er zijn tekorten op de lokale markt omdat er niet kan worden geïmporteerd door problemen met de financiering.

Een Iraanse privé-olieondernemer die gedeeltelijk in Zwitserland en in zijn vaderland woont, zag zich vorige week gedwongen met een Maltezer bank zaken te doen om een kredietbrief van 600.000 dollar te krijgen. 'Alle andere banken weigeren met me in zee te gaan. Wat is er aan de hand?!'

Rond de oliebeurs worden er ook zorgen uitgesproken. 'Irans potentieel is fantastisch', zegt een vertegenwoordiger van een grote oliemaatschappij. 'Als wij gedwongen worden deze markt te verlaten om politieke redenen, dan staan Chinese bedrijven klaar om hier de boel over te nemen. Ik vraag me af of dat een juiste stap is voor Europa.'

    • Thomas Erdbrink