Oorlogsleed Rotterdam in drie kilo

Sinds gisteren heeft Rotterdam een standaardwerk over de stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Historicus Hans van der Pauw prikt enkele mythes door.

Op 19 januari 1948 kreeg Rotterdam een cadeautje van koningin Wilhelmina. Aan het wapen van de stad mochten voortaan de woorden 'Sterker door strijd' worden toegevoegd. Mede wegens 'het belangrijke aandeel dat de bevolking van Rotterdam genomen heeft in de bevrijding des vaderlands'.

'Heel aardig van Hare Majesteit, maar dat van die bijdrage aan de bevrijding slaat nergens op. De bevolking van Rotterdam heeft zich tijdens de bezetting niet bepaald strijdvaardig getoond. Hooguit veerkrachtig.'

Historicus Hans van der Pauw (Rotterdam, 1955) is niet bang om mythes door te prikken. Zeker nu de herdenkingsrituelen weer in aantocht zijn, koesteren we ten onrechte de heroïsche constructies die steeds weer worden bevestigd. Bijvoorbeeld die over Rotterdam: 'De stad die door de vijand misdadig verwoest werd, maar die door de stoere werkkracht van de stadsbevolking weer als een feniks uit haar as verrees.' 'Collectieve zelfbevrediging', noemde Van der Pauw zulk herdenken vorig jaar.

Gisteren werd zijn boek Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog gepresenteerd. Een van de eerste exemplaren ging naar CDA-wethouder Lucas Bolsius, die eind 1999 als raadslid met een motie vroeg naar een wetenschappelijke studie over Rotterdam in de periode '40-'45. In vijf jaar tijd voltooide Van der Pauw de daarop volgende opdracht van het gemeentebestuur.

Alleen al door de omvang - drie kilo, 956 pagina's - oogt Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog als een werk dat alle andere boeken over het onderwerp overbodig maakt. Maar ook door toon, onderbouwing en annotatie onderscheidt het zich van de vele publicaties over het oorlogsleed van Rotterdam. Anders dan die uit persoonlijke betrokkenheid geschreven boeken, pretendeert Van der Pauw een zo objectief mogelijk geschiedschrijver te zijn, zonder morele oordelen.

Die benadering leidt tot enkele conclusies over gevoelige onderwerpen. Het Duitse bombardement van 14 mei bijvoorbeeld, is volgens Van der Pauw conform volkenrechtelijke afspraken te verdedigen als militair noodzakelijk. 'Dat Nederland binnen een paar dagen was verslagen, was gênant. Er moest daarom wel sprake zijn van vals spel, bijvoorbeeld het bombardement als ongerechtvaardigde terreurdaad. Alleen al op morele gronden moet je spreken van terreurbombardement, vinden sommigen. Ik vind dat niet.'

Ook Van der Pauws milde bejegening van NSB-burgemeester Müller zal niet iedereen bevallen. Müller had hart voor de stad, constateert Van der Pauw, en heeft dankzij zijn goede contacten met de bezetter veel kunnen bereiken. Dr. Völckers, de Duitse gemachtigde voor Rotterdam, verdient zelfs een straatnaam voor zijn verdiensten voor de stad, meent Van der Pauw. 'Natuurlijk ben ik ervoor beducht om in de hoek te worden gezet als NSB-sympathisant. Maar het gaat mij om individuen, niet om een rehabilitatie van NSB'ers.'

En dan de vermeende strijdvaardigheid van de Rotterdammers. In november 1944 vond een grote razzia plaats, bedoeld om weerbare mannen weg te halen uit West-Nederland. Niet alleen stonden Rotterdammers massaal in de rij om zich weg te laten voeren (een 'erstaunliche Meldungsfreudigkeit' zagen de Duitsers), ze stonden ook in de rij om hun buren te verraden die aan de razzia dreigden te ontkomen. De schaal van het verraad was pijnlijk en uniek voor Nederland, aldus Van der Pauw. 'De verklaring is waarschijnlijk dat de bevolking door het bombardement veel meer geïntimideerd was dan elders.'

De geschiedschrijving van Rotterdam is gekleurder dan die van de rest van Nederland, meent Van der Pauw. 'Rotterdam is van zijn verleden beroofd. Niemand ontsnapt hier aan de gevolgen van de oorlog.' Voor de invloed van die emoties waarschuwt de auteur in de slotzinnen van zijn boek. 'We moeten niet bang zijn om naast de respectabele episoden uit onze geschiedenis ook de zwakheden en fouten onder ogen te zien. Pas dan geven we ons inderdaad ten volle rekenschap van ons verleden.'

Dat klinkt als een missie. 'Geen missie, maar als post-gereformeerde heb ik wel een sterke hang naar principes. Ik kan de werkelijkheid niet afzwakken of mooier maken, ik moet zeggen hoe het zit. Daar ben ik historicus voor, daar ben ik voor aangenomen.'

    • Mark Duursma