Met slagzwaard de rijen afstruinen

“Denken is overschrijden'. Onder dat motto biedt het Ernst-Bloch-Gymnasium in Bonn scholieren de kans om uit te blinken. Deze fictieve privé-school vormt de plaats van handeling in de roman Speeldrift en helaas, zo ontdekt de nieuwe leerlinge Ada algauw, valt het grensverleggende intellect van haar klasgenoten nogal tegen. Verachtelijk noemt Ada de meisjes “prinsessen'. “Sommigen deden een beetje aan sport of lazen oppervlakkige literatuur. [...] Al in de klassen van de bovenbouw bereikten ze het hoogtepunt van hun leven. [...] Na het eindexamen zou het kalmpjes neerwaarts gaan.'

Juli Zeh Foto Ambo Ambo

Hoog torent Ada boven deze naïeve schepsels uit. Ze is klein van stuk, schrijft auteur Juli Zeh, maar haar messcherpe verstand maakt haar oud voor haar leeftijd. Geloof, hoop en liefde: dat alles hoont zij weg, gedesillusioneerd als zij op haar veertiende al is. Voor haar als “nazaat van het nihilisme' bestaan er geen waarden meer. “Het zoeken naar zin is pure bezigheidstherapie', vertelt ze in een les. “Je kunt er de tijd mee verdrijven maar je kunt het net zo goed laten.' Haar hoogmoed maakt Ada eenzaam. Pas als Alev El Qamar in de schoolbanken aanschuift komt daar verandering in. De half-Egyptische globetrotterszoon is net zo'n outsider als zij en zijn eruditie, welbespraaktheid en slagvaardigheid doen niet voor de hare onder. Zijn innerlijke leegte, onverschilligheid en wreedheid evenmin.

Alev en Ada zijn kille kinderen. En al geloven ze niet in de duivel, toch bedenken zij een diabolisch plan. Met Robert Axelrods speltheoretische boek The Evolution of Cooperation op zak leert Alev Ada om alles maar dan ook alles als een spel te zien. De regels testen zij op levend materiaal: een Poolse leraar Duits is hun slachtoffer. De sympathieke Smutek wordt op de mat in de gymzaal door Ada verleid terwijl Alev de geslachtsdaad filmt. Elke vrijdagmiddag. Zo heeft het helse duo een middel waarmee het Smutek kan chanteren. Maar belangrijker dan het geld is de macht.

Op dat punt wijkt Speeldrift af van andere schoolromans. Waar in Hesses Unterm Rad, in Musils Die Verwirrungen des Zöglings Törless en in Bordewijks Bint de leraren nog de macht hebben, daar is bij Zeh een leraar de underdog. De aanpassingswillige docent, maar door zijn omgang met Ada steeds verder desintegrerende Smutek, is mooi geportretteerd. En Ada en Alev, de intelligente monsters, samen goed voor een spectaculaire ontknoping, die vergeet je nooit.

Het is verdacht dat Spieltrieb door een deel van de Duitse kritiek, het mannelijke deel vooral, zo vernietigend werd besproken. Men hekelde Zehs “pretenties'. Alsof een jonge vrouw die niet mag hebben. Alsof zij voor altijd in het reservaat van het Fräuleinwunder moet blijven, die neerbuigende verzamelnaam voor succesvolle vrouwelijke auteurs waar Zeh na het verschijnen van haar debuut Adler und Engel bij werd ingelijfd.

Er waren in Duitsland maar een paar recensenten die Zehs kwaliteiten onderkenden. Enorme kwaliteiten, want is het niet geweldig dat er eindelijk weer een jonge auteur (m/v) is opgestaan die de grote thema's van nu wil behandelen en daar ook in slaagt?

Speeldrift gaat over terrorisme, in al zijn verschijningsvormen. Terwijl in andere Europese steden bommen in treinen en metro's ontploffen, terroriseren Ada en Alev op hun school in Bonn een arme pedagoog. Met de röntgenblik van een diagnosticus maakt Zeh duidelijk dat niet alleen godsdienstwaanzinnigen, politieke extremisten of desperado's terroristen kunnen worden. Ook briljante leerlingen uit de villawijken kunnen gevaarlijke dingen doen. Omdat het hen niet uitmaakt. Omdat ze het verschil tussen goed en kwaad niet zien. Omdat de volwassenen het ook niet meer weten.

Dat nihilisme van haar hoofdpersonen staaft Zeh met filosofische discussies die nergens saai worden. Zelfverzekerd ontvouwt zij een panorama van deze tijd. Ze voert de spanning op met behulp van griezelige vooruitwijzingen en morbide metaforen. Een rododendron steekt zijn “vlezige bladeren als vingers van een gevangene door de tralies om de voorbijgangers bedelend bij de schouders te pakken'. Een man is “blij als een stuk mestvee met de frisse lucht terwijl hij naar het slachthuis gebracht wordt'. En Ada pleegt tijdens de lessen “met haar slagzwaard de rijen leerlingen af te gaan en elk van hen op dezelfde manier te onthoofden als een arbeider bij het oogsten op een plantage.'

Juli Zeh geeft een onthutsend beeld van een ineenstortende maatschappij en een ziek bewustzijn. Geen geringe prestatie voor een Fräulein. Overschrijdend, haast.

Juli Zeh: Speeldrift. Uit het Duits vertaald door John Breeschoten. Ambo, 452 blz. euro 24,95.