Kroniek van 'n rampkoers

Het conflict in Darfur wordt dikwijls voorgesteld als een strijd tussen Arabische moslims en niet-islamitische Afrikanen, maar de bevolking van Darfur is in overgrote meerderheid moslim, en de daders zijn dikwijls net zo zwart als hun slachtoffers. Maar al is het conflict niet veroorzaakt door duurzame etnische, religieuze of raciale tegenstellingen, die worden wel gebruikt en aangewakkerd door degenen die daar politiek belang bij hebben. Dat is althans de stelling van Gérard Prunier, een specialist in de talrijke conflicten van de regio, die eerder schreef over Congo en de Rwandese volkerenmoord.

Soedanese kinderen in kamp Iridimi Foto Reuters Sudanese refugee children play in front of the improvised houses at camp Iridimi in eastern Chad July 2, 2004. [U.N. Secretary-General Kofi Annan] has warned during his visit to the camp that even more refugees could flee fighting in Sudan's troubled Darfur region into Chad as heavy rains begin, further worsening the humanitarian situation. REUTERS

Prunier toont aan dat de situatie in Darfur niet los staat van de oorlog in het zuiden en van de conflicten in buurlanden, met name Tsjaad en Libië. Lange tijd was Darfur een onafhankelijk islamitisch sultanaat, tot het in 1916 bij koloniaal Soedan werd ingelijfd. Sindsdien is het vooral een speelbal geweest van hogere machten binnen en rondom het land. Eén belangrijke binnenlandse oorzaak is de hongersnood van 1984, die de traditionele tegenstellingen tussen boeren en nomaden op scherp stelde. Een andere is de burgeroorlog in het zuiden, die de tegenstelling tussen Arabieren en Afrikanen versterkte.

Juist het feit dat de bevolking van Darfur niet uit christenen of animisten bestaat, maar uit moslims die traditioneel een steunpilaar vormen van het islamitische bewind in Khartoem, gaf de machthebbers de angst dat de regio, met het zuiden, voor een “Afrikaanse' en niet voor een “Arabische' identiteit zou kiezen. Die angst verklaart volgens Prunier deels het extreme geweld waarmee het regime probeert de opstand te onderdrukken. Volgens hem zag het deze nieuwe rebellie zelfs als een groter gevaar voor haar voortbestaan dan de oorlog in het zuiden. Het koos voor een paramilitaire oplossing: de sedentaire bevolking wordt nu geterroriseerd door de nomadische janjaweed, die aktieve steun van het leger krijgen.

De lokale landbouweconomie is ingestort, en de regio is vervallen in totale anarchie. De meeste doden vallen momenteel niet door geweld, maar door honger en ziektes in de vluchtelingenkampen. Dat zijn problemen waaraan door kordater internationaal optreden veel gedaan kan worden, mits daarvoor de politieke wil bestaat. In theorie verwelkomt het Soedanese regime de humanitaire ondersteuning, maar in de praktijk bemoeilijkt het het werk van de buitenlandse hulpverleners. Door het vredesverdrag tussen Khartoem en het zuiden, dat sinds januari 2005 van kracht is, voelen de machthebbers zich gesterkt. Ook met de rebellen van Darfur worden voortdurend onderhandelingen gevoerd en verdragen ondertekend, die voor de burgerbevolking tot niets leiden.

De aantallen slachtoffers liggen veel hoger dan de 70.000 die de VN en de pers vaak noemen. Prunier komt op 250.000 tot 310.000 doden aan het begin van 2005, nog voor de nieuwe escalatie van de daaropvolgende zomer. Zijn bondige, diepgaande studie maakt duidelijk dat de huidige ramp te grootschalig en te urgent is voor juridische scherpslijperij.

Gérard Prunier: Darfur: The Ambiguous Genocide. Hurst, 221 blz. euro 25,-

    • Michiel Leezenberg