Kabbelende koeienbel

In “De korte golf' beschrijft Guus Middag radiomomenten die hem raken. Vandaag: “Schone Zaken' bij De avonden.

Het was zomaar op een vrijdagavond dat ik, gedachteloos, routinegebaar, bij het kloppen van de melk de radio aanzette. Iemand begon te praten, ik luisterde, bleef luisteren en hield mijn garde stil. Zij vertelde over haar zomers in Zwitserland. Binnen enkele zinnen bevonden wij ons in haar hoofd en in haar jeugd, en dus ook meteen hoog in de bergen. Want zij ging vanaf haar geboorte elke zomer met haar familie logeren bij haar Zwitserse opa en oma. Die woonden in het dorp, in het dal, in “het doktershuis', maar trokken elke zomer met hun koeien hoog de bergen in. De Hollandse gasten trokken mee, naar een paar eenvoudige hutten, op 2.500 meter hoogte.

Ineens bevonden we ons in een heel andere wereld. Eeuwenoude gebruiken, eenvoudige omstandigheden, geen winkels, geen speeltuin, geen geld. Geen ander vertier dan stilte, uitzichten, de zorg voor een kudde koeien en 's nachts een heldere sterrenhemel - en dit alles gezien door de ogen van een kind. De stal grensde aan de ruimte voor de keuken en de slaapkamers, “dus de koeien woonden bijna bij ons“.

's Nachts waren de koeien buiten, allemaal met bellen om. De vrouw vertelde over de golvende beweging van het geluid van het klingelen van tientallen koeienbellen: je werd er wakker van als ze dichtbij kwamen, maar je kon ook weer heel rustig inslapen op het langzaam wegkabbelen ervan, als de kudde zich stommelend weer verwijderde.

Op de radio hoorden wij dat geluid nu ook, op de achtergrond, maar verder waren er geen audio-effecten. Alleen maar de rustige stem van iemand die vertelt. Een paar keer stelde een interviewer haar een korte vraag, maar verder was er geen hoorbare regie. Oerradio. Alsof je ergens in het voorbijgaan iemand over zijn leven hoort vertellen, interessant genoeg om even stil te houden en mee te luisteren - en daarna loop je weer door.

Acht minuten duurde het gesprek. Al die tijd stond ik met mijn kloppertje in de lucht, de gaspit laag, te luisteren naar iemand die vertelde over een heel ander Zwitserland dan het cliché veronderstelt. Dat cliché (schoon land, alles aangeveegd, goed georganiseerd, tuttig, de mensen zijn er rijk) was volgens haar wel ergens op gebaseerd, maar zij had Zwitserland heel anders beleefd. Mythisch, sfeervol, geheimzinnig, een wereld buiten de tijd.

“Er zijn heel wat plekken in Zwitserland waar niet naar wordt omgekeken“, zei ze. Dat was de charme ervan - en dat gold ook meteen voor deze acht toevallige radiominuten. De naam van de spreekster doet er niet zoveel toe. Die hoorde ik pas achteraf. Het was filmregisseur en documentairemaakster Elsbeth Dijkstra (1965).

Het radio-onderdeel heette “Schone Zaken', zo bleek mij na afloop. Daarin vertelt een toevallige passant over een boek, een film, een lied of een kunstwerk dat hem of haar heel dierbaar is. In dit geval was de Schone Zaak dus geen kunst, maar een berg, en alles wat daarbij hoort. “Schone Zaken' maakt deel uit van “De avonden', maar het is lastig te vinden, merkte ik, en het houdt zich niet altijd aan de opgegeven uitzendtijden.

Zo hoort het ook. De mooiste radio is toevallige radio, zomaar uit de lucht geplukt.