'Jury's zijn compromismachines'

In een debat over literaire jury's bleek dat argumenten er minder toe doen dan de strategie van de juryleden. Publiekslievelingen winnen zelden een prijs.

'Als je in een juryberaad echt iets wil bereiken, dan laat je je kaarten niet meteen zien. Je houdt wat kaarten in je mouw. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Dit is een aardige gedicht, dat balanceert tussen memento mori en ironie en ook anderen zal aanspreken.' Eerst eens zien hoe de anderen reageren. Ik ga strategisch te werk', aldus Rob Schouten, gisteravond in een debat over het functioneren van literaire jury's.

Trouw-columnist Schouten is het meest invloedrijke jurylid van Nederland, zo bleek uit een inventarisatie van deze krant in 2004. Vorig jaar maakte hij deel uit van de AKO-jury die Siebelink de prijs gaf. Hij zit ook in de jury die vanavond de VSB Po√ęzieprijs uitreikt. De bundel van genomineerde Mark Boog stond bovenaan in Schoutens' top-3 over 2005. Straks zal dus blijken of de prijzenkoning ook goed kan pokeren.

Het juryberaad is een politiek spel; dat beaamden de andere deelnemers aan de discussie in De Rode Hoed, De Groene-critica Marja Pruis en hoogleraar Nederlandse letterkunde Thomas Vaessens. Er wordt geargumenteerd, maar de gehanteerde criteria zijn heel rekkelijk, was de conclusie.

Argumenten als vernieuwing en de hoge inzet van de schrijver werden als pseudo-objectief van tafel geveegd. Waarna gespreksleider Kenneth van Zijl verklapte dat hij ze had geplukt uit het stuk waarin Ilja Leonard Pfeijffer vorige week in deze krant de keuze van de VSB-jury aanviel. Vaessens concludeerde dat literaire argumenten uiteindelijk vaag en abstract zijn. Ook vaak gehanteerde termen als 'noodzakelijkheid', 'vormbesef' en 'soepele stijl' laten zich lastig onderbouwen, laat staan meten of wegen.

Tegenstrijdig genoeg gaat het er toch om de andere juryleden met dergelijke argumenten te overtuigen. Met een gedegen voorbereiding komt een jurylid een heel eind, meende Pruis. Vaessens, die tweemaal de VSB-jury voorzat, besefte dat, maar merkte dat je ook te goed voorbereid kunt zijn. Vorig jaar had hij als jurylid van de P.C. Hooftprijs, die de prijs aan H.C. ten Berge toekende, 'een referaat van een kwartier' voorbereid, 'voor een veel jongere kandidaat'. 'Ik was als eerste. De juryleden vonden mijn pleidooi heel mooi, maar zeiden: eerst eens horen wat de anderen voorstellen. Vervolgens werd er niet meer op teruggekomen.' Hij kon zijn opstelling wel verdedigen. 'Het gaat erom dat je voor jezelf kan verantwoorden dat je in een jury zit die kandidaat A de prijs geeft.'

'Jury's zijn compromismachines', stelde Schouten. Dat betekent dat er vaak een kandidaat uit het 'middenveld' wordt gekozen. En vandaar dat uitersten, experimentele schrijvers en publiekslievelingen, zelden een prijs krijgen - zoals Maarten 't Hart, Jean-Pierre Rawie, Joost Zwagerman, Anna Enquist. 'Reputatiemijdend gedrag', aldus Schouten. Hij bekende zich al vaak genoeg 'met de moed der wanhoop' sterk te hebben gemaakt voor het eigenzinnige werk van Willem Brakman. Zonder resultaat.