Jong, betrokken en nu al een lintje

Vandaag is de jaarlijkse lintjes-regen. 3.514 personen krijgen een koninklijke onderscheiding. Dit jaar werden opnieuw meer jonge mensen gedecoreerd.

Ton Mulders, inwoner van Noordwijkerhout, kreeg vanmorgen in het gemeentehuis een lintje opgespeld door burgemeester Gerrit Goedhart. Foto Michel Utrecht/WFA WFA06:LINTJESREGEN:NOORDWIJKERHOUT;28APR2006- Gemeentehuis. Lintejesregen. Op de foto links de burgemeester van Noordwijkerhout en rechts een van de gelukkigen. WFA/wc/str. Michel Utrecht WFA WFA

Hamid El Yaakoubi was 34 en verbaasd. Vorig jaar ontving hij tijdens de jaarlijkse lintjesregen in de gemeente Gouda tot zijn verrassing een koninklijke onderscheiding. 'Van de twintig mensen in mijn gemeente die een lintje kregen, waren er achttien 60-plus.'

De meeste mensen krijgen pas op hoge leeftijd - na jaren vrijwilligerswerk - een koninklijke onderscheiding voor hun bewezen diensten. Yaakoubi begon al op zijn vijftiende met vrijwilligerswerk. Met nu al twintig jaar ervaring is hij de meeste gepensioneerden ruim voorbijgestreefd. 'Ik was vroeg volwassen en ben altijd een druk mannetje geweest.' Tijdens de lintjesregen van 2005 was hij een van de jongst gedecoreerden.

Yaakoubi: 'Toen ik klein was kwam ik vaak in het buurthuis, voor knip- en plak-activiteiten. Gewoon een beetje knutselen.' Omdat hij als puber wel wat meer wilde, besloot hij zelf iets te organiseren. 'Het werd een simpele inloopmiddag, waar je kon biljarten en later regelde ik ook een disco', vertelt hij. 'Dat sloeg in als een bom.' De waardering bleef, waardoor Yaakoubi een lintje kreeg.

Jaarlijks worden er in Nederland ruim vijfduizend mensen voorgedragen voor een koninklijke onderscheiding. Het Kapittel voor de Civiele Orden in Den Haag toetst de voorstellen en brengt een advies uit of iemand een lintje verdient of niet. In het afgelopen jaar kregen ruim drieduizend mensen een koninklijke onderscheiding. Negentien van hen waren jonger dan 41. Vandaag krijgen 3.514 mensen een onderscheiding.

Hoewel leeftijd niet van belang is, zijn gedecoreerden vaak wat ouder. 'Want', zo legt Jan van Ingen, secretaris van het Kapittel uit, 'wil je een goed fundament vinden voor een onderscheiding, dan moet iemand zich lange tijd hebben ingezet.' En daarom is vijftien jaar de richtlijn. 'Daar kunnen we van afwijken. Maar dan moeten de inspanningen wel heel intensief zijn. Eén avond per week vrijwilligerswerk is echt niet genoeg.'

Vóór 1996 werden überhaupt veel minder vrijwilligers onderscheiden. Tot die tijd kregen mensen het lintje meestal op basis van een groot aantal dienstjaren. Sinds de herziening in 1996 van het decoratiestelsel - de wet die bepaalt of iemand een onderscheiding verdient - geldt een nieuw criterium. Het Kapittel let nu volgens Van Ingen op 'persoonlijke verdiensten' en op 'de bijdrage aan de samenleving'. Vooral vrijwilligers vallen daardoor steeds vaker in de prijzen.

Naast vrijwilligers neemt ook het aantal sporters met een hoge onderscheiding toe. En die zijn vaker jong. Dit jaar krijgen vergeleken met vorig jaar ruim twee keer zoveel jonge mensen een koninklijke onderscheiding. Dat komt vooral door de Olympische Winterspelen, begin dit jaar.

Kenny van Weeghel (25) kreeg voor zijn prestaties op de Paralympics in Athene een koninklijke onderscheiding. Hij won goud op de vierhonderd meter wheelen - 'hardlopen met een rolstoel'.

In het Hengelose FKB Stadion rijdt Van Weeghel de pas gerenoveerde atletiekbaan op. 'Die nieuwe baan is net een spons. Ik houd meer van een harde baan. Hier rijd je echt geen wereldrecord.' Nauwkeurig controleert Van Weeghel de bandenspanning van zijn 'wheeler', een rolstoel met drie wielen. Hij neemt gehurkt plaats in de stoel en geeft een draai aan de wielen, 'even opwarmen'. Ritmisch zet hij zich met zijn armen af. Na enkele tientallen meters komt Van Weeghel op snelheid. Hij traint hard voor de aankomende wereldkampioenschappen in Assen.

Van Weeghel kreeg de koninklijke onderscheiding vlak na de terugkomst uit Athene. Net als Yaakoubi was ook hij verrast. 'Natuurlijk, ik had wel eens van onderscheidingen voor sporters gehoord. Maar ja, we gingen sowieso naar de koningin. Dat is gebruikelijk. Ik had niet verwacht dat ik toen ook een lintje kreeg.'

Van Weeghel is jong ('Ik ben de benjamin van de Nederlandse ploeg') en associeerde een lintje vooral met gepensioneerden. Zij hebben het echt verdiend, vindt Van Weeghel. 'Oorlogsveteranen hebben hun leven in de waagschaal gesteld. Ik sport voor mezelf, omdat ik het leuk vind.' Overigens ligt een onderscheiding vaak meer voor de hand bij iemand op leeftijd, merkt Van Weeghel op. 'Zoiets is dan de kroon op je werk. En ik ben nog lang niet klaar.'

Tafeltennisser Gerben Last (20) werd tegelijkertijd met Van Weeghel onderscheiden. Hij won op achttienjarige leeftijd goud tijdens de Paralympics en was het afgelopen decoratiejaar de jongste met een onderscheiding. Ook hij is vereerd. 'Maar ik denk dat je het op latere leeftijd meer gaat waarderen.' Niettemin vindt Last het belangrijk om sporters te eren. Hijzelf heeft immers geholpen 'de gehandicaptensport op de kaart te zetten'. Last: 'De Paralympics in Sydney waren vijf minuten per dag op tv, maar bij de Spelen in Athene was dat al een half uur per dag. We zijn goed op weg.'

Hoewel ook hijzelf onderscheidingen met jarenlang vrijwilligerswerk associeerde vindt Last zijn sportprestatie een lintje waard. 'Ik heb mijn sociale leven volledig opzijgezet. Een gouden medaille: daar moet je best wat voor doen.'

Het Kapittel deelt die redenering. 'Olympische sporters meten zich met de grote der aarde', vertelt Van Ingen. 'Een gouden medaille heeft een gigantische uitstraling. Het is een prestatie van wereldformaat. Dat heeft impact op de samenleving.' Hij is blij met de nieuwe wetgeving. 'We kunnen nu méér mensen onderscheiden. En je decoreert anders. Omdat iemand zich met ziel en zaligheid heeft ingezet. En niet omdat die toevallig een hoge positie heeft.'