Hoofd, schouders, knie en teen

De Brit Wayne McGregor maakte voor het Nederlands Dans Theater de choreografie “Skindex'. De dansers kregen iedere dag een denkklus, met getallenreeksen als basis. “Het begint met het oplossen van een fysiek probleem.“

Wayne McGregor foto Leo van Velzen Den Haag, 25/04/06. Wayne McGregor, choreograaf. Zijn ballet "Skindex" gaat in wereldpremiere bij het Nederlands Danstheater. Foto Leo van Velzen Nrc Hb. Velzen, Leo van

Dansen is het woord niet. De mannen en vrouwen in Skindex bewegen op muziek, maar ze worden gestuurd door iets heel anders. Ze ontdekken voor het eerst dat ze een lichaam hebben, lijkt het, en testen dat voor onze ogen uit. Een been kun je optillen, tot vlak voor je ogen; je kunt het ook heen en weer schudden, of het dubbelvouwen en er bovenop gaan zitten. Armen kun je ronddraaien, met handen kun je wapperen, een hoofd dat je naar achteren trekt neemt vanzelf je middel en dan je voeten mee. Je kunt al die dingen één keer doen, maar ook twee keer, of drie, vier, sneller en sneller, totdat je duizelig wordt en even rond moet lopen en dan vanzelf tegen een van je tien lotgenoten in dit kale laboratorium opbotst, die allemaal óók een lichaam hebben, bedekt door net zo'n beige kostuumpje als het jouwe.

Skindex is bedacht door de Britse choreograaf Wayne McGregor (Stockport, 1970), die het stuk in opdracht is komen maken bij het Nederlands Dans Theater in Den Haag. McGregors zachte stem en beleefde manier van doen vormen een mooi contrast met zijn uiterlijk: kaalgeschoren kop, oorbel als een bliksemschicht hoog in het linkeroor, T-shirt en trainingsbroek om een lang, dun lijf. Hij lijkt meer op een clubganger dan op een serieuze kunstenaar, en dat is precies de bedoeling.

Toen McGregor begin jaren negentig in Groot-Brittannië doorbrak als solist, verklaarde hij veel moderne dans “boring' te vinden. Hij zocht snelheid, vernieuwing, bewegingen zo flitsend dat ook zijn eigen, aan MTV en computers gewende generatie zich erin kon herkennen. Als danser verblufte hij met zijn virtuositeit; “spaghettislierten' was nog de beste vergelijking die critici voor zijn ledematen konden bedenken. Dat het niet altijd móói was wat hij maakte, en dat er nooit een verhaal in zat, dat gaf McGregor zelf grif toe. Hij ontregelde liever, begeleid door knalharde beats.

McGregor houdt van computers, van wetenschap, van techniek. Random Dance, de groep die hij nu veertien jaar geleden oprichtte in Londen, liet hij dansen door virtuele landschappen, met digitale reuzen en met enorme, mechanische verlengstukken aan hun armen. Hij liet dansers in Berlijn en Canada via een satellietverbinding samen een voorstelling geven. Hij praatte enthousiast over klonen en harttransplantaties. Het vervangen van het lichaam door machinerie leek hem niet ver genoeg te kunnen gaan.

Inmiddels heeft er een omslag plaatsgevonden: de whizz-kid onder de choreografen laat steeds meer menselijkheid in zijn werk toe. Amu, de nieuwe voorstelling van Random Dance die momenteel door Groot-Brittannië toert, wordt uitgevoerd met een symfonie-orkest en gaat over het hart. En tijdens een repetitie van Skindex, precies een week voor de première, instrueert hij de NDT-dansers om juist op het gevoel te letten.

“That's really lovely guys“, zegt hij tegen Luká Timulak en Nataa Novotná, die net een van de twee duetten uit het slot van Skindex hebben geoefend. “Maar het gaat hier om de toenadering, het zachte aanraken. Ik wil dat jullie je concentreren op de relatie van deze twee. Het is meer [hij strekt een aarzelende hand naar Novotná uit] en minder [hij pakt haar bij de schouder en duwt, hijgend als een atleet]. Jullie doen het nu bijna té goed. Oké?“ Hij steekt zijn wijsvinger de lucht in en meteen klinkt de muziek weer: droevige, zich steeds herhalende pianoklanken van Ruyichi Sakamoto. De warme klank van een echt instrument is een schok na het piepen en grommen dat het groepswerk uit het begin begeleidt.

Nee, hij maakt het de dansers niet makkelijk, zegt McGregor na afloop, met pretogen. Maar dat is juist omdat hij ze zo amazing vindt. “Het Nederlands Dans Theater kende ik als een groep met een heel bepaalde stijl - de Kylián-stijl, met veel oog voor vormgeving, klare lijnen. Ik hou er erg van, maar ik ben zelf niet geïnteresseerd in het creëren van een collectieve look. Deze dansers zijn zo goed, ik wil ieders persoonlijkheid laten stralen. Zo'n Bastien [Zorzetto, red.] Hij danst de grote solo in Skindex. Ik kan alle bewegingen die daarin zitten wel één keer voordoen en meedansen, maar die jongen is 23, die kan het uren achter elkaar!“

Getallenreeksen

Tijdens de negentien dagen dat hij tot nu toe met de dansers kon werken - “een luxe; als gastchoreograaf word je meestal in overvolle dagschema's gepropt“ - gaf McGregor hun eerst elke dag een opdracht, een denkklus. “Operations', noemt hij die. De basis daarvoor waren steeds getallenreeksen, een van zijn liefhebberijen. In de angstig netjes volgeschreven notitieboeken die hij bij het maken van zijn stukken gebruikt, staan geen bewegingen, maar “stippen en cijfers'. Die schriften van hem zijn wetenschappelijk onderzocht, grinnikt hij. Hij is als research fellow aan de universiteit van Cambridge betrokken bij onderzoek naar de interactie tussen geest en lichaam; AtaXia, een voorstelling van Random Dance die ging over het effect op de motoriek van de hersenaandoening ataxie, was daar tot nu toe het meest concrete resultaat van. Volgens McGregor bezitten dansers een “schat aan kinetische informatie, waar neurowetenschappers meer gebruik van zouden moeten maken“.

Maar hoe gebruik je getallenreeksen in een dansstudio? McGregor staat op. “Stel, jij verdeelt je lichaam in delen één tot en met negen...“ Zijn rechterhand zoeft over zijn lichaam, als bij het liedje Hoofd, schouders, knie en teen. “Die delen heb je zelf gekozen en genummerd. En dan zeg ik: nu alleen de oneven cijfers. Of: nu achterstevoren. Wat krijg je dan? Hoe ziet dat eruit? Zo werk ik graag. Het begint met het oplossen van een fysiek probleem, en het resultaat is dans.“

In zijn eigen toelichting bij Skindex citeert McGregor de beeldend kunstenaar Nam June Paik (1932-2006), de grondlegger van de videokunst: “De huid voldoet niet meer als raakvlak met de realiteit. Technologie is het nieuwe omhulsel van het lichaam geworden.“ Zelf zegt hij: “Technologie is de tweede huid van nu. Zoveel komt tot ons via schermen: we kijken televisie, we sms'en en e-mailen met elkaar, we zien elkaar via webcams. Maar dat is allemaal niet hetzelfde als echt met iemand praten. Het contact van mens tot mens is onvervangbaar - en dat blijft het, ik denk voorgoed. Ik ga binnenkort naar San Diego voor een nieuw onderzoeksproject, en dan heb ik alle middelen tot mijn beschikking om contact te houden met Londen. Maar ik ga mensen missen, dat weet ik nu al. Aan de andere kant begrijp ik de bezwaren van mensen tegen bijvoorbeeld het uitvoeren van operaties op afstand, via camera's, niet. Ik heb zelf met camera's en gelijktijdigheid geëxperimenteerd. En wat blijkt: het hier en nu van een dansvoorstelling blijft uniek.“

Zowel de gretige omarming van nieuwe technieken als de erkenning van hun ontoereikendheid zit in Skindex. In het begin zijn de dansers als machines, eilandjes van technisch vernuft; in de duetten aan het slot zien ze elkaar, en komen ze samen. Het uit “skin' en “index' samengesmolten Skindex is een typische McGregor-titel: eerdere stukken heetten onder meer Aeon, Sulphur 16 en The Millennarium. Voor hem is de betekenis steeds glashelder, maar het merendeel van zijn publiek zal er de schouders over ophalen, en denken: “zal wel modern zijn“. Stoort hem dat? Zijn gezicht betrekt een beetje, voor het eerst. “Er wordt veel onzin beweerd over moderne dans. In de pers word ik vaak een “intellectueel' genoemd, alsof het in dit vak uitzonderlijk is dat mensen nadenken. Dansers hebben hersens, hoor. En de goeien onder hen worden steeds verbaler, steeds zelfbewuster, sneller, beter. Van mij hoeven dansers geen boeken te lezen, als ze maar openstaan voor nieuwe kennis. Dansen is reeksen beslissingen nemen. Het vak moet worden bevrijd van de wens, of de verplichting, om alles er mooi uit te laten zien. Als een danser vergeet of het wel behaagt wat hij doet, komt hij oneindig veel verder.“

NDT I, “The colour of time', met “Claude Pascal' van Jirí Kylián, “Shoot The Moon' van Lightfoot León en “Skindex' van Wayne McGregor. 29/4 in het Lucent Danstheater, Den Haag; tournee t/m 5/6. Zie www.ndt.nl.