Hond op schoot

Het Victoria & Albert Museum, die verrukkelijke culturele vergaarbak in het Londense South Kensington, blijft verrassen. In een zaal, op ongeveer een kilometer lopen van de ingang van het immense gebouw, is voor enkele weken een muur ingeruimd voor acht schilderijen en twee etsen van twee van de meest vooraanstaande moderne schilders, Lucian Freud en Frank Auerbach.

Lucien Freud: Eli and David, 2005-6 Oil on canvas, 142.8 x 117.5 cm

Vooral Freud - ook wel de Ingres van het existentialisme genoemd - lokte me naar het museum. Zijn portretten hebben altijd iets afstotelijks, maar trekken je tegelijkertijd aan. Freud confronteert je met gekweld ogende mensen. Waarom ze zo getroebleerd zijn, is meestal niet direct te zien. Het lijkt er eerder op dat ze met zichzelf overhoop liggen.

Freud accentueert dit alles door zijn figuren en hun omgeving in akelig kille kleuren weer te geven. In zijn werk zit bovendien vaak een erotische spanning. Onwillekeurig denk je dan dat Freud erfelijk belast is, als kleinzoon van Sigmund Freud, de vader van de psychoanalyse.

De tentoonstelling is zo bescheiden van opzet dat het museum er - anders dan bij de meeste exposities in dit land - geen speciale toegang voor heft. Het heeft iets sympathieks, zo'n piepkleine tentoonstelling in een verre vleugel. Veel kunstenaars met zo'n grote naam zouden er hun neus voor ophalen. Maar de 83-jarige Freud, die vier jaar geleden met veel plezier een tentoonstelling met schilderijen uit het V&A in Parijs hielp organiseren, maalt daar niet om. In het algemeen is hij tamelijk immuun voor de mening van anderen over zijn werk, verklaarde hij bijna twintig jaar geleden met zijn Duitse accent.

Freud vindt het gewoon leuk om samen met zijn oude vriend Auerbach, bijna 75, enig recent werk tentoon te stellen. De twee schilders zijn al ruim vijftig jaar bevriend. Ze zijn beiden in Berlijn geboren en weken in de jaren dertig uit naar Londen wegens Hitlers jodenvervolging. Ze bewonderen elkaars werk, ook al houden ze er volkomen verschillende stijlen op na. Freud heeft een realistische stijl, Auerbach werkt meer expressionistisch.

Aantrekkelijk voor Freud was ook dat zijn schilderijen in één zaal hangen met doeken van de door hem bewonderde John Constable. Dat kwam als een verrassing. Uit Freuds eigen werk blijkt immers geen speciale affiniteit met landschapschilderijen of stillevens. Maar vorig jaar maakte hij een schilderij van zijn eigen tuin in Londen. We zien een lege bank te midden van fris groen, waar het licht vrolijk doorheen schittert. Hij maakt nu eens geen gebruik van de sombere pasteltinten, die anders zijn handelsmerk vormen. Het prachtige doek zit vol contrasten. Op de voorgrond liggen bruine, dorre bladeren met half daaronder verscholen een stenen voorwerp. Het valt niet goed te zien wat het is. Een verweerde gedenksteen of zelfs een grafzerk, al is het daarvoor aan de kleine kant? Of is het gewoon een afgewaaide dakpan? Je vermoedt dat Freud met dit fleurige tuingezicht op zijn oude dag toch nog een soort allegorie over de vergankelijkheid van het leven heeft willen schilderen.

In het verleden heeft Freud eens de intrigerende opmerking gemaakt dat hij vooral planten en stillevens schilderde als hij zich geestelijk niet wel voelde. Hij achtte zich dan niet goed in staat zich te concentreren op zijn portretfiguren. Het V & A geeft helaas geen informatie over de context van dit schilderij. Op zichzelf is het wel verfrissend nu eens geen telefoonhoorns mee te krijgen die je voorkauwen hoe de schilderijen dienen te worden geïnterpreteerd. Maar het V&A kiest voor het andere uiterste. Je krijgt alleen de titel van het werk mee, het jaar waarin het werd gemaakt en het materiaal waarvan het is vervaardigd. De rest moet je er maar bij verzinnen.

Vlak naast The Painters' Garden hangt een doek getiteld Eli en David in de meer vertrouwde stijl van Freud. Het schilderij toont een man met ontbloot bovenlijf zittend op een stoel met een hond op schoot. In het midden blijft of de man nu David is en de hond Eli of andersom. We zien weer Freuds vertrouwde bleke kleuren, uiteenlopend van melkwit tot beige, oker en bruin met een vleugje roze. Het schilderij heeft iets schels en afstotelijks, terwijl er onmiskenbaar ook iets erotisch van uitgaat. Wat moet zo'n magere maar niet kleine hond op schoot bij een volwassen man met bloot bovenlijf? Daar komt bij dat de man nogal gejaagd opzij kijkt en volstrekt niet de indruk wekt op zijn gemak te zijn.

Van Auerbach is er onder meer een Londens straatgezicht Mornington Crescent - Summer Morning, twee jaar geleden geschilderd. Met de van hem bekende dikke streken en in vele verflagen heeft hij de huizen en enkele schematische figuren weergegeven. Door de felle kleuren herinnert het doek aan het Duitse expressionisme uit het begin van de vorige eeuw. Intrigerender vond ik zijn Hoofd van Julia, een thema dat de schilder vaker gebruikt. Er is nog net te zien dat het inderdaad om een menselijke kop gaat, maar het hoofd wordt zozeer doorkruist door dikke verfstrepen dat niet goed te onderscheiden is of Julia naar links of rechts kijkt of dat we naar haar achterhoofd staren. Of kijken we misschien regelrecht in haar hoofd? In dat geval staat vast dat het daar onrustig is, terwijl Auerbach met gelijkmatige kleuren aangeeft dat in de omgeving buiten het hoofd juist harmonie heerst.

Het is liefhebbers van Freud en Auerbach geraden voor 29 mei, wanneer de tentoonstelling afloopt, de lange wandeling door het V&A te maken. Een tweede kans krijgen ze niet snel. Al deze werken zijn namelijk al verkocht aan particulieren. En een bezoek aan het museum is altijd een feest. Al was het maar om even het kleine Japanse netsuke-figuurtje uit de achttiende eeuw te zien van een Nederlander die krampachtig zijn geldbuidel omklemt.

    • Floris van Straaten