Herleven dankzij de kunst

Remco Campert schrijft net als Philip Roth over de angst om te sterven.

Maar de doodsangst die Campert oproept wordt overwonnen door levensdrift.

Remco CAMPERT,auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH "Een liefde in Parijs" ==F/C==Amsterdam, 28 januari 2004 Mentzel, Vincent

Remco Camperts roman Het satijnen hart is van een ongekende intimiteit. Campert weet in zijn taal een huiveringwekkende doodsangst op te roepen, die overwonnen wordt door levensdrift. Als de hoofdpersoon, schilder Hendrik van Otterlo, hoofdpersoon van Het satijnen hart gezond- heidsproblemen krijgt, vreest hij een hartstilstand. Alleman van Philip Roth gaat over een man die door diezelfde angst wordt gekweld. Hoewel Roth het over een doorsnee Amerikaan heeft en Campert een gevierd kunstenaar beschrijft, komen beiden tot de conclusie dat ze geleefd hebben zonder zich daarvan bewust te zijn.

Het is een thema dat Campert eerder uitwerkte in zijn roman Een liefde in Parijs (2004) waarin een schrijver terugkijkt op een leven dat hem door de vingers is geglipt. Hij komt daar achter tijdens een verblijf in Parijs waar hij - net als Campert - vroeger gewoond heeft, samen met een wereldberoemd geworden schilder. In Het satijnen hart verplaatst Campert zich in eenzelfde type beeldend kunstenaar.

De bijna tachtigjarige schilder Van Otterlo is getekend door de Tweede Wereldoorlog, waarin hij zijn beide ouders verloor. De moeder vertrok met een soldaat naar Canada, de vader overleefde het concentratiekamp en werd onbenaderbaar. “Hij had zeker twee meter dood om zich heen', schrijft Campert, met een directe verwijzing naar het gedicht van Jan Campert, zijn in Neuengamme overleden vader, dat begint met de strofe; “een cel is maar twee meter lang,/ en nauw twee meter breed'. Het enige overgebleven familielid van de schilder is zijn halfzuster Bettina. Verder heeft hij niemand. De laatste affaire van Van Otterlo was met kappersdochter Cissy, die hem twintig jaar eerder zonder uitleg heeft verlaten.

Als Van Otterlo het overlijdensbericht van Cissy onder ogen krijgt, overziet hij zijn leven, een leven waarin alles om hem draaide en vrouwen niets meer waren dan wegwerpartikelen. Niet alleen heeft hij zelf nooit liefgehad, ook de liefde van anderen heeft hij niet aanvaard. “Wat ben ik allemaal niet kwijtgeraakt of heb ik geweigerd te bezitten, terwijl het me toebehoorde. Ik heb veel in mijn leven veronachtzaamd.'

Het is hetzelfde spijtgevoel dat Philip Roth' personage kwelt. Weliswaar heeft die wel kinderen verwekt, maar zijn vaderschap werd als gevolg van overspel en echtscheidingen een mislukking. Als Alleman op zijn oude dag zijn baan eraan geeft en voor zijn plezier gaat schilderen, merkt hij al snel dat hij vastloopt omdat zijn werk niet gevoed wordt door leven. En laat dat nou precies de reden zijn waarom ook Camperts protagonist als professioneel kunstenaar vastliep. Hij weet dat er al jaren niets goeds meer uit zijn handen kwam, omdat er geen hart, geen leven in zijn schilderijen meer zat.

Hoe anders was hij begonnen! Typerend is een herinnering aan een ijzersterke serie litho's die hij kort na de dood van zijn vader in Parijs maakte en die hij Hart en hersenen had willen noemen. Hij vocht met het rood van die litho's, dat steeds de vorm van een hart wilde aannemen. En hoe hij zich daar ook tegen verzette, “het hart bleef zich barstensvol aandienen'. Als ten slotte de kunstcriticus die hem zal opstoten in de vaart der volkeren een betere titel voor de serie bedenkt, Le coeur résistant, accepteert hij dat zonder tegenstribbelen.

Het lijkt een sleutelscène in het boek. Le coeur résistant verwijst naar Rebel, mijn hart, dat andere beroemde gedicht van Jan Campert. Het gaat over een hart “gekerkerd en geknecht' dat “aan de tralies van de al-dag rukt'. In de schilder klopte toen ook nog een vurig hart dat zich niet wilde laten kerkeren.

Uiteindelijk komt het gekerkerde hart van de schilder alsnog in opstand. Anders dan Alleman van Philip Roth, die - zoals het een op een middeleeuws moraliteit geënte vertelling past - moet boeten voor zijn egocentrische leven en vervuld van spijt eenzaam sterft, zegeviert bij Campert de kunst. Alleman geeft het op omdat “niets nog zijn nieuwsgierigheid wekte', de schilder Van Otterlo daarentegen herleeft door een vorm van nieuwsgierigheid. “Wat verwacht ik nog van mezelf, ik brand van verlangen om dat te ontdekken'.

Dus keert de oude schilder terug in zijn atelier dat hij twintig jaar eerder heeft verlaten. Hij treft er een lusteloos en liefdeloos naakt aan van Cissy. Liefde, daaraan is hij nooit toegekomen. Het eerste werk dat hij, gewapend met dit inzicht, wil gaan maken is een nieuw naakt van Cissy. “In warme, heldere kleuren met te late liefde geschilderd, maar kunst kent geen tijd slechts eeuwigheid.'

De onmogelijke keuze tussen kunst en leven beheerste ook Een liefde in Parijs, waarin een schrijver tot de conclusie komt dat leven het belangrijkste is. In Het satijnen hart is het omgekeerd: zonder kunst was Van Otterlo ten dode opgeschreven. De drang om te scheppen wekt hem tot leven.

Deze vitale roman is in meer opzichten een tegenhanger van Een liefde in Parijs. Die roman had nog een (al te voorspelbare) plot, terwijl die in deze prozaversie van Rebel, mijn hart bijna ontbreekt. Ook daarin lijkt dit boek op Alleman. Sommige schrijvers hebben geen intrige nodig om hun dilemma's, twijfels, angsten overtuigend over het voetlicht te brengen. Die hebben aan hun taal genoeg.

Remco Campert: Het satijnen hart.

Boek

De Bezige Bij, 190 blz. 16,50

    • Elsbeth Etty