Gewoon is de baas

De Nederlandse hang naar “gewoon' en “praktisch' markeert al eeuwen ons zelfbeeld. Maar het is de wensdroom van zestien miljoen ijdeltuiten die zich allen even bijzonder vinden en heel hard kunnen schreeuwen.

Zomaar mooi telt niet in Nederland - je moet er wat aan hebben. De favorieten voor de verkiezing van het Beste Nederlandse Design zijn ontwerpen die fraai ogen, maar bij nader inzien heel handig uitpakken. De Valk-zeilboot is elegant en rank, maar toch heel sterk, betrouwbaar en snel: mooier kan het niet. In ieder geval buitelen de ambassadeurs van de 25 geselecteerde ontwerpen over elkaar heen bij het aanprijzen van het simpele, praktische en veilige in hun object, dat desondanks mooi is en ook nog eens voordelig in de aanschaf. Ware schoonheid ligt in betaalbaar minimalisme.

Het Gilde-glas wil de eenvoud vangen, de Maxi-Cosi mag een wonder van multifunctionele simpelheid heten en de Beatrix-postzegel is het resultaat van wegstrepen. Het verhaal over het reduceren van de vorstin tot een reeks stippen is misschien wel het meest verhelderend. Ambassadeur Vincent Mentzel laat weten dat het simplisme al met zijn foto begon. Uitgangspunt is “geen glamourfoto', het gebruik van bestaand licht en geen assistenten of een “vrachtwagen met licht en statieven'. Kortom, allemaal heel gewoon.

Nederlanders zijn gek op zulke verhalen. De hang naar gewoon en praktisch markeert al eeuwenlang de collectieve mentaliteiten en meest geliefde zelfbeelden. De gewone man is de baas, we hebben lak aan leiders en helden, en besturen doen we in alles verhullende collegialiteit. En als er wat te vereren valt, dan aanbidden we de gewone jongens en meisjes van sport, pop en smartlap. Maar eigenlijk verheffen we onszelf daarmee: de triomf van de gewoonheid, warm verpakt in een breed aangehangen oranjegevoel.

Binnen dit democratisme, volstrekt afhankelijk van internationale handel, is geen plaats voor principes en verbeelding, dat laatste begrip voorzien van een veelzeggende betekenisuitbreiding, in de zin van arrogantie. Daarom zijn we zo tolerant. Sterven op barricaden voor een ideaal wordt in Nederland onhandig gevonden. En van krullen en tierelantijnen kan de schoorsteen evenmin roken. Exuberante barok kreeg hier geen kans, pragmatiek viert in alles hoogtij. Van de Bosatlas deugt dus vooral, dat het kaartbeeld niet volgepropt is maar zich beperkt tot de essentie. En de hoogste kwaliteit van de Lotek-lamp is volgens Jan des Bouvrie dat hij “eigenlijk niet aanwezig' lijkt. Hoe meer je weglaat, hoe mooier het wordt.

Deze vervoering over de eenvoud van de gewone man kan zover gaan, dat de pragmatiek in het gedrang komt. De Rietveld-stoel drukt eerder de ultieme simpelheid uit van het idee van zitten dan dat die enig zitcomfort biedt. En dat geldt in zekere zin ook voor het minimalisme van de Mart Stam-buisstoel - men gaat algauw denken aan zitten in een andere stoel vol zachte kussens. Misschien gooit het NS-logo daarom zulke hoge ogen: het is niet echt simpel, al ziet het er wel zo uit. Het teken roept beweging op in alle richtingen, maar probeer het maar eens uit het hoofd na te tekenen - dat lukt vrijwel niemand. De suggestie van eenvoud scoort echter torenhoog. Daarom werd Karel Appel in de harten van zijn landgenoten gesloten toen hij desgevraagd zijn schilderen typeerde met “Ach, ik rotsooi maar wat an“. Inderdaad, we zouden dat allemaal wel kunnen, alleen hebben wij toevallig wat anders te doen.

Deze gewoonheid is de wensdroom van zestien miljoen ijdeltuiten die zich allen even bijzonder vinden. Daarom is de samenleving zo ingericht dat zoveel mogelijk mensen aan hun trekken kunnen komen. Iedereen heeft in principe overal recht op, vandaar dat gedemocratiseerde chique als marmoleum het zo goed doet - goedkoop marmer dat zich fraai distantieert van het gevulgariseerde linoleum. Gewoon is de baas in Nederland maar het kan heel hard schreeuwen. Daarom hoeft de Amsterdamse oud-hoofdcommissaris Nordholt zich niet te verbazen over de luidruchtige strepen op politiewagens. Die vinden hun weerga niet in de wereld en lijken hem dan ook heel onnederlands. Integendeel, onze jongens gaan graag tekeer over de hele aardbol en kladden die ongegeneerd oranje als het om sport gaat.

Met zijn allen uit je dak gaan behoort tot de Hollandse folklore, om wij-gevoel te adverteren en dus onszelf in het zonnetje te zetten. Daarvoor geven we ons niet over aan nationalistisch vertoon zoals de hand op het hart bij het volkslied of militaire parades, maar uitsluitend aan ons eigen schreeuwerige oranje zelf. Want het gaat hier om mij en ons, niet om gekozen of overgeërfde hotemetoten aan de top. Wij bepalen zelf wat er moet gebeuren, daarom zeggen we luidkeels nee tegen de Europese grondwet. En gaat de voltallige ministerraad op het laatste moment nog folderen om het onheil af te wenden, dan is het nee helemaal niet meer tegen te houden: dat maken we zelf wel uit. Het bijbehorende logo van onszelf is oranje, dat inmiddels het rood van brievenbus en vakbond aan het vervangen is. En die Hollandse design-tomaat zal er binnenkort ook wel aan moeten geloven.

Daarom staan er zulke heftige strepen op die politiewagens. Hier zijn we, eigen veiligheid eerst, daarna zien we wel verder. Bij de uitzending van een vredesmacht naar Afghanistan, typisch een taak voor een professionele militaire eenheid, wordt voornamelijk gebakkeleid over de veiligheid van de eigen manschappen en nauwelijks over de betekenis van deze inzet voor de plaatselijke bevolking. Want in de eerste en de laatste plaats hoort het altijd om onszelf te gaan - Dutch staat internationaal niet voor niets voor inhalige, benepen en betweterige mensen.

Inderdaad zetten we graag alles naar onze hand, in een grenzeloze ordeningsdrift. Die komt perfect tot uiting in de ANWB-paddestoel. Deze rijst vrijwel natuurlijk uit de grond en verkavelt het land tot een dicht netwerk, dat de uitdrukking is van totale beheersing. We hebben ons land immers zelf gemaakt, als onderaannemers van God die het aan zijn uitverkoren polderkinderen overliet om de met opzet onvoltooide schepping alsnog af te maken. Aan deze creatieve drift ontlenen we het recht om dat eigen maaksel telkens weer opnieuw om te spitten, echte natuur is er toch niet. En juist onze natuurparken representeren trendy opvattingen over gewenst landschap, met hier en daar een decoratief hert, wat zwijnen en niet te vergeten goed kleurende sierrunderen. Daarom kan alleen hier een kastomaat tot topdesign gepromoveerd worden. We zetten de schepping in licentie voort. In Nederland houden we alles zorgvuldig op orde, met de voorzitter van de ANWB als Gods filiaalhouder.

Een volkskarakter bestaat niet. Maar zelfbeelden en typeringen door buitenlanders moeten niet onderschat worden: men gaat er al gauw naar leven. Daarom is gewoon zo belangrijk. Tezamen met pragmatiek worden beide in het uitverkoren design bekroond als schoonheid. Dat komt nog het best tot uiting in de Senseo, het nieuwe koffieapparaat. Simpele chique en gedemocratiseerde schoonheid vervangen de peperdure espressomachine. Verder is hij heel handig, want je zet nooit meer teveel koffie en het gaat ook nog heel snel. Bovendien is de Senseo “gezellig' (staatssecretaris Van Gennip), een keurmerk dat alleen in Nederland op design losgelaten kan worden. Hij buigt zich als het ware naar het gezelschap toe en biedt de koffie zo te zien persoonlijk aan. Bovenal blijkt met dit knusse design veel geld verdiend te kunnen worden. Holland spreekt een woordje mee. Daarom kan de Senseo maar één kleur hebben: oranje.

Discussieer mee over de 25 ontwerpen op www.nrc.nl/bnd. Daar staat ook de elektronische stembus, waar duizenden reeds hun stem hebben uitgebracht. Stemmen kan nog tot en met zondag 30 april. De winnaar van de Beste Nederlandse Design-verkiezing wordt op 5 mei bekend gemaakt in het Cultureel Supplement.