Gert Vlok Nel

Opeens was daar deze week in het tv-programma De wereld draait door die mij onbekende Zuid-Afrikaanse zanger, die naast Matthijs van Nieuwkerk aan tafel schoof en een schitterend liedje begon te zingen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Hij heette Gert Vlok Nel en zijn liedje Beautiful in Beaufort-Wes.

En mooi mooi mooi was jou woorde ookterwijl jy menthol sigarette rooken daai sweet sweet dinge vir my seterwyl jy sweet sweet in my arms le

Schitterende liedjes zijn zeldzaam, en dus vroeg ik me meteen af: wie is Gert Vlok Nel?

Het antwoord is te zien in een mooie tv-documentaire van de VPRO door Walter Stokman, die op 9 mei in Het uur van de wolf wordt uitgezonden. De film beleefde gisteravond in het Ketelhuis in Amsterdam zijn besloten première. Gert Vlok Nel was er ook en hij zong na afloop in een volle, maar doodstille foyer een paar van zijn liedjes.

Hij is “al' 42 jaar, een bescheiden, maar zelfbewuste man, die in Zuid-Afrika eerst erkenning als dichter kreeg voordat hij als zanger van zijn eigen liedjes een groter publiek bereikte. Stokman hoorde ooit een cd van hem en werd zo gegrepen door de muziek dat hij er meteen een film in zag. Dat bleek makkelijker gedacht dan gedaan. Want eenmaal in Zuid-Afrika merkte hij dat Gert niets voelde voor een uitgebreid interview.

Toen nam Stokman een beslissing die zijn film juist uittilt boven het niveau van de conventionele, biografische film. Hij koos voor een portret van de dorpsgemeenschap van Beaufort-Wes, waarvan Gert met zijn veel spraakzamere vader deel uitmaakt. Gerts liedjes zijn de pareltjes in het snoer van impressies van een godverlaten dorp langs de lange, lange weg tussen Kaapstad en Johannesburg. Daar in het kurkdroge land van de Groot Karoo lijkt het leven geschapen voor de melancholie van deze gedichten en liedjes.

Je zoekt, dat is de luisteraar nu eenmaal eigen, meteen naar vergelijkingen. Bob Dylan werd genoemd. Maar ik hoorde vooral Ede Staal, de zanger uit Groningen, die na zijn dood ook buiten zijn provincie erkenning kreeg. Dezelfde introverte, persoonlijke stijl, het vermogen in een paar regels streektaal een wereld te verbeelden. Ik vroeg Gert of hij het werk van Staal toevallig kende, maar het zei hem niets.

Wie hij wel kent, en nog steeds bewondert, is de Limburgse zangeres Toni Willé, die in de jaren zeventig met twee zusjes de zanggroep Pussycat vormde en ook tot Zuid-Afrika doordrong met hits als Mississipi (7 miljoen verkochte singles). Ze stond in het Ketelhuis in een hoekje aan de bar met een van haar zussen naar Gert te luisteren. Twee gemoedelijke, pretentieloze vrouwen uit Brunssum in de wereld van de VPRO. Ze vertelden me over het zware leven van hun Poolse vader, een mijnwerker, en over de nadagen van Toni's solo-carrière: eenmaal per week met oude hits optreden in Duitsland.

Af en toe kwam Gert even kijken of ze het nog naar hun zin hadden. Ik vroeg hem of hij een tournee door Nederland ambieert. “Alleen als Toni meedoet“, zei hij. Toni lachte wat. Ze leek het niet zo'n praktisch idee te vinden.

    • Frits Abrahams