Fijn dat je er was, Jan!

Iets na vijven nemen twee heren die normaal geen pak dragen en een middelbare Pakistaanse dame in een paars-blauw inheems gewaad plaats op het podium. Aan de muur hangen humanitaire posters. In het zaaltje zitten ongeveer dertig man: diplomaten van grote donorlanden in Genève, VN'ers en bontgeklede vrouwen die net als de sprekers op het podium voor niet-gouvernementele organisaties (ngo's) werken. 'The development set', zoals de Britse ex-hulpverlener Graham Hancock ze noemde in zijn boek Lords of Poverty.

Dit is de perfecte setting om een kritisch rapport te presenteren over de manier waarop de Verenigde Naties in actie zijn gekomen na de aardbeving in Pakistan, in oktober 2005: in het ondergrondse museum van het Rode Kruis, aan de Avenue de la Paix. De fototentoonstelling over de beruchte Maze-gevangenis in Belfast gaat net dicht. De winkel die humanitaire boeken en dinky-toy-ambulances verkoopt, sluit de rolluiken.

In het Dunant-café worden vast hapjes klaargezet voor straks. En asbakken: het Rode Kruis is een van de weinige internationale organisaties die roken nog steeds als een mensenrecht beschouwt.

De voorzitter van een overkoepelende organisatie voor ngo's legt uit dat de aardbeving in Pakistan de eerste test was voor een nieuwe manier van werken van de Verenigde Naties. Voorheen werkten VN-organisaties en ngo's in crisisgebieden nogal eens langs elkaar heen. Bij acute humanitaire crises, zoals in Darfur of in Atjeh na de tsunami vorig jaar, leidde onderlinge rivaliteit soms tot grote chaos.

Daarom is er sinds vorig jaar een systeem waarin ieders rol vast ligt. Er zijn nu 'clusters' - zoals onderwijs, onderdak, voedselhulp of sanitaire voorzieningen - waarvoor steeds één VN-organisatie verantwoordelijk is. Die organisatie heeft de plicht om met bepaalde ngo's samen te werken.

'Clusters' is sinds zomer 2005 hét stopwoord in Genève, 's werelds humanitaire hoofdstad. Maar in Pakistan, zegt de voorzitter, 'wisten de mensen in het veld niets over die clusters'. Hij geeft de Pakistaanse naast hem op het podium, die voor de ngo Action-A!d werkt, het woord om uit te leggen wat er mis ging.

De dame begint te vertellen over Pakistaanse hulpverleners die tijdens 'cluster'-vergaderingen geen woord verstonden van wat er gezegd werd omdat er geen vertalers waren. Over VN-organisaties die soms niet eens kwamen opdagen. Over

Zacht geruis. Een vlaagje lucht dat verplaatst wordt. Aller ogen gaan naar de deur. Een man in pak komt op zijn tenen binnen, gevolgd door vrouwen in power suits. Het is Jan Egeland, de Noorse VN-onder-secretaris-generaal voor noodhulp, de mediagenieke hulpcoördinator, met zijn gevolg. Onaangekondigd. De Man Die De Clusters Heeft Bedacht!

De Pakistaanse is van haar apropos. 'De clusters waren meer bezig met het aantal tenten dat moest worden uitgedeeld dan met coördinatie', gaat ze blozend verder. 'De lokale bevolking had meer bij de hulpverlening betrokken moeten worden. Ze werden teveel gezien als slachtoffers.' Egeland bladert in hemdsmouwen het kritische rapport door. Dat ngo's sceptisch zijn over de clusters, is hem welbekend.

Dan is het tijd voor vragen. Een Pakistaanse diplomaat houdt een redevoering en wordt afgekapt. Een hoge VN'er die voor Egeland werkt, zegt dat er ook veel góed ging, door de clusters. Een man van het Wereldvoedselprogramma leidt zijn vraag in met: 'Toen ik met Jan in Atjeh was'

Het moment is gekomen. 'Jan?' zegt de voorzitter.

Er zijn weinig hoge VN'ers die zo stelselmatig bij hun voornaam worden genoemd als Egeland. Hij is een mirakel, zeggen VN'ers weleens. Goed met de pers, toegankelijk, direct. Een verademing vergeleken bij zoveel stijve, formele andere types aan de top.

'Met meer mensen zoals hij zouden de VN minder klappen krijgen', fluisteren twee diplomaten in de zaal. 'Dat hij alleen al de moeite neemt om hier vanavond te zijn!'

Egeland wil de microfoon wel. 'Ik kwam op dag 5 in Pakistan', zegt hij. 'Recht uit Atjeh. Atjeh was een débâcle. Er was geen enkele coördinatie. Er waren 450 ngo's die allemaal een dorp wilden adopteren. In Pakistan waren we voorbereid op een tsunami aan ngo's. Er kwamen er 200. Daarvan zaten er 120 in clusters. Iedereen kon zo aan het werk. Het is te vroeg om te zeggen of dat een succes was of niet. Maar als iemand me in oktober gezegd had dat we nu zouden weten dat het sterftecijfer deze winter hetzelfde was als in een normale winter, dat er zelfs méér kinderen naar school gaan dan ooit in Kashmir, dat vrijwel iedereen te eten heeft gehad, dan had ik hem voor gek verklaard.'

Hij zoekt een citaat uit het rapport. 'U noemt clusters waarmee het goed ging', zegt hij tegen de Pakistaanse. 'Wat mij opvalt, is dat u de meeste clusters noemt!'

Zij antwoordt dat scholen in andere regio's nog niet normaal functioneren. Dat clusterbesprekingen in de ene stad goed liepen, maar elders zo faalden dat er haast niemand naartoe ging. 'Het verschilde van plaats tot plaats.'

De discussie is te kort. Maar met Egeland erbij is ze wel steviger dan menigeen had voorzien. 'Fijn dat je er was, Jan', zegt de voorzitter om half zeven. 'Tijd voor een drankje.' Egeland kust, schudt handen. Hij blijft zelfs een tijdje hangen. Je zou bijna het idee krijgen dat dit normaal is.