Een doorwaakte nacht in Tokio

Bij een Japanse roman is het nog nooit gebeurd, maar dit keer heeft Nederland waarachtig een literaire primeur. De roman After Dark van de Japanse succesauteur Haruki Murakami is binnen anderhalf jaar na verschijning in Japan al in het Nederlands vertaald. Dat is eerder dan de Engelse vertaling die later dit jaar volgt, maar wel weer zes maanden na de Duitse. Die ongeëvenaarde snelheid zegt iets over de status die Murakami in ons land heeft bereikt en daar kan hij tevreden over zijn. Hij zoekt zijn publiek allang ook buiten Japan en voor deze roman gebruikte hij al tijdens het schrijven zijn Amerikaanse vertaler als klankbord.

Zoals we van Murakami gewend zijn leest After Dark als een trein. We volgen aardige maar eenzame mensen en de normale wereld blijkt in verbinding te staan met een alternatief universum. Het is een roman als een doorwaakte nacht, om precies te zijn een nacht van zes voor twaalf tot 's morgens acht voor zeven, met momenten van helderheid en vervreemding. De stad waarin iedereen zich beweegt is Tokyo, maar zou elke stad kunnen zijn, al suggereren Amerikaans getinte all night diners als “Denny's' en de wel erg Japanse love hotels een situatie die de Nederlandse urbanisatie nog niet heeft bereikt.

De roman opent met een ontmoeting tussen twee studenten. Hij is op weg naar een oefensessie van de band waarin hij trombone speelt. Zij lijkt in eerste instantie niet veel van hem te willen en liever haar boek te lezen. Dat zal ermee te maken hebben dat hij meer geïnteresseerd lijkt in haar zus en al snel blijkt dat een patroon te zijn: alle jongens zijn in haar zus geïnteresseerd. Die is namelijk onbeschrijfelijk mooi. Er staat hier twee keer achter elkaar “lijkt', omdat Murakami in deze roman voor het eerst aan de buitenkant van zijn personages wil blijven. We krijgen alleen te horen wat zij zeggen en alleen te zien welke handelingen zij verrichten. De lezer mag zelf invullen wat hen beweegt.

Weemoed

Met zijn laatste twee romans wil Murakami nieuwe paden in slaan. Zijn personages zijn al sinds de jaren tachtig bezig om met gestaag afnemende droogkomische weemoed greep te krijgen op hun bestaan, maar altijd groeiden zij in leeftijd met de schrijver mee. Murakami's nieuwste boeken zijn in dat opzicht verrassend. Zijn voorlaatste roman, Kafka on the shore, heeft een jongen als hoofdpersoon die ruim een generatie jonger is dan de auteur. Toch spreekt de vijftienjarige Kafka Tamura met dezelfde stem als eerdere Murakami-protagonisten; hij klinkt vaak eerder als een veertiger dan als een tiener. Kafka on the shore kent een tweede verhaallijn, over een meneer Nakata die na een geheimzinnig voorval in de Tweede Wereldoorlog licht verstandelijk gehandicapt is geraakt, maar wel met katten weet te communiceren. Al ontmoeten Kafka en Nakata elkaar nooit, hun levens schuren wel steeds meer tegen elkaar aan; misschien zijn zij wel een en dezelfde figuur.

In After Dark gaat Murakami twee stappen verder: hij volgt vijf verschillende personages zonder een al te nadrukkelijke hoofdrol uit te delen én hij geeft ook de lezer een plaats. In deze roman speelt hij voor het eerst nadrukkelijk met de kunstgreep van de camera. De minutieuze, schijnbaar puur observerende beschrijvingen die een groot deel van de roman vullen, kenden we al uit eerder werk. Nieuw is het expliciet benoemen van de lezer en verteller als camera, met een blikveld dat zijn kaders kent en met de noodzaak van een focus. Het is een stijlmiddel dat soms wat storend kan werken. Niet iedereen is altijd even enthousiast over de vermeende diepgang van Murakami's romans, maar zijn technisch meesterschap staat buiten kijf.

De nacht kent lege momenten maar ook ogenblikken waarin enorm intensief wordt geleefd. Het meisje in het restaurant blijkt Chinees te spreken en wordt daarom opgezocht door de vrouwelijke nachtportier van een love hotel waar een illegale Chinese prostituee in elkaar is geslagen door een klant. Van daar zwerft de lezer mee met nieuwe personages: de gewelddadige hoerenloper op zijn verlaten kantoor, de vrouwen die in het love hotel werken, de jonge student in een nachtwinkel. En daarna volgen de momenten waarin het mooie zusje optreedt dat zich al twee maanden lang heeft opgesloten in haar slaap. De camera gunt zich alle tijd om naar de slapende jonge vrouw te kijken om dan plots te ontdekken dat zij aan “de andere kant' van het televisietoestel in haar kamer is beland. De terloopsheid van die vervreemdende, bijna horror-achtige passages temidden van alle andere nachtelijke scènes geven de roman een ritme dat synchroon loopt met de steeds wisselende beleving van tijd.

Verhalen

Nederland kende Murakami tot nu toe als romanschrijver, maar uitgeverij Atlas bracht vorig jaar een kleine bundel korte verhalen van hem uit. De olifant verdwijnt bevat zes verhalen uit het begin van Murakami's carrière. Het is een selectie uit een veel omvangrijkere, gelijknamige Engelse bundel, maar de verhalen in de Nederlandse uitgave zijn zeker representatief voor Murakami's toon en thematiek. Ook daarin speelt de nacht een rol, maar de toon is laconiek-humoristisch.

Zo ontdekt een pas getrouwd stel in het verhaal “De tweede broodjesroof' dat er midden in de nacht niets te eten in huis is en het besluit een bakkerij te overvallen. Als student had de man dat ooit al eens gedaan om een revolutionaire daad te stellen, maar zijn huwelijk markeert een compromis met de eisen van het burgermansbestaan. De vrouw raakt geïnspireerd door dit voor haar onbekende verleden van haar partner. Dit keer kiezen ze bij gebrek aan beter voor een McDonald's. Dat “is een sóórt bakkerij', zegt de vrouw. De man blijkt zijn vrouw al evenmin goed te kennen. Ze rijden de nacht in met een Remington-jachtgeweer op de achterbank. “Ik had geen idee waarom mijn vrouw in het bezit was van een jachtgeweer. Hetzelfde gold voor de bivakmutsen, want zij noch ik was ooit van zijn leven wezen skieën. Maar zij had niets uitgelegd, en ik had niets gevraagd - al bekroop mij wel het gevoel dat de echtelijke staat eigenlijk erg eigenaardig is.'

Het verhaal is een oefening in menselijke relaties. De roman After Dark van achttien jaar later is minder een portret van vijf mensen die elkaar in de nacht kruisen dan een zinnebeeld. Samen vormen zij het portret van een stad bij nacht. De openingszin is tenslotte: “Wat we zien is de gedaante van een grote stad.'

Murakami staat erom bekend dat hij niet volgens een vooropgezet plan werkt, maar intuïtief zijn verhaal volgt. Daarbij is hij een heel muzikaal schrijver, niet zozeer omdat hij voortdurend de muziek benoemt waarnaar zijn personages luisteren, maar vooral doordat zijn romans, en zeker After Dark, opgezet zijn als een jazz-improvisatie waarbij de thema's vastliggen en voortdurend terugkomen. Die schrijversintuïtie is in hoge mate muzikaal en de eerste zin zet de toon voor de rest van het stuk. De roman presenteert zich als een filmscript en Murakami levert de muziek erbij.

Haruki Murakami: After Dark. Uit het Japans vertaald door Jacques Westerhoven. Atlas, 218 blz. euro 18,50.

Haruki Murakami: De olifant verdwijnt. Uit het Japans vertaald door Jacques Westerhoven. Atlas, 190 blz. euro 17,50.

Haruki Murakami: Kafka on the shore. Uit het Japans vertaald door Philip Gabriel. Vintage, 505 blz. euro 10,50.

    • Ivo Smits