De pil in perspectief

Eind jaren vijftig kwam er in de Verenigde Staten een nieuw middel tegen menstruatiestoornissen op de markt. Op de bijsluiter stond als bijwerking “tijdelijke onvruchtbaarheid' vermeld. De onomwonden introductie van een voorbehoedmiddel - want als zodanig was het medicijn in kwestie wel degelijk ontwikkeld - werd op dat moment nog te riskant gevonden. Met het gevolg dat menstruatieklachten onder Amerikaanse vrouwen al spoedig epidemische vormen aannamen.

In 1962 werd de pil in Nederland geïntroduceerd. Ook hier nam de vraag snel toe, zodat de producent de distributie deels moest uitbesteden. Ironisch genoeg gebeurde dat in het katholieke Brabant bij kloosters, waar de nonnen zonder het zelf te weten de pillenstrips in doosjes stopten.

Op het moment dat de pil kwam, zaten de acceptatie en het gebruik van anticonceptie al aardig in de lift. De pil veroorzaakte dus geen doorbraak, maar zorgde wel voor een stroomversnelling. Alleen in de katholieke kerk bleef het verbod op anticonceptie onverkort gehandhaafd en bleven de gelovigen aangewezen op periodieke onthouding, om haar onbetrouwbaarheid ook wel “Vaticaanse roulette' geheten. De Nederlandse kudde wendde zich vervolgens massaal van Rome af.

De historica Eva Rensman beschrijft in De pil in Nederland de ontvangst van de orale anticonceptie in medische, religieuze en feministische kring, waar de pil aanvankelijk als een “machtige bondgenoot' en een voorwaarde voor seksuele bevrijding en economische zelfstandigheid werd binnengehaald, maar in latere jaren gold als een “typische mannenuitvinding' die vrouwen permanent beschikbaar maakte. Rensman heeft veel literatuur verwerkt en opnieuw opgedist. Dat gebeurt helder en adequaat allemaal, maar tegelijkertijd op nogal vlakke toon. Je stoort je nergens aan, maar veert ook nergens overeind. Dat geldt ook een beetje voor de inhoud. Rensman volgt de al gebaande paden.

Veel van de veranderingen in de jaren zestig en zeventig werden door de pil misschien niet in gang gezet, maar dan toch op z'n minst “mede mogelijk gemaakt'. Zonder de pil is de seksuele revolutie moeilijk denkbaar. Rensman noemt ook de gevolgen van de beschikbaarheid van betrouwbare anticonceptie voor de kwestie van de kinderkeuze. Eerst kreeg je kinderen, nu neem je ze, met alle complicerende gevolgen van dien. In die zin is het verhaal van de pil in Nederland inderdaad een mentaliteitsgeschiedenis, zoals Rensmans ondertitel terecht vermeldt.

Het grootste probleem met de pil is dat hij iedere dag moet worden ingenomen. Al is de veiligheid van de pil honderd keer bewezen, het dagelijkse slikken gaat tegenstaan, en dat is en blijft een gunstige voedingsbodem voor “pil- moeheid' en geruchten over bijwerkingen. Veel reden tot zorg heeft de farmaceutische industrie overigens nog niet. De pil is in Nederland nog altijd het meest gebruikte voorbehoedsmiddel.