De mooiste zin van Gerard Reve (3)

Op de oproep in Boeken van twee weken geleden wat volgens u de mooiste zin van Gerard Reve is, kwamen veel reacties. Nogmaals een selectie.

Gerard Reve, Foto Vincent Mentzel Gererd REVE, auteur, Belgie, Machelen. Foto VINCENT MENTZEL Mentzel, Vincent

“Er moet een God zijn, Edelgrootachtbaar College, want dit kan men toch onmogelijk zelf bedenken'.

Aan het slot van zijn Pleitrede voor het hof, naar aanleiding van zijn Godslasteringproces dat hij het met een ezel zou doen. Wat een schitterend idee Revianen en andere Reve-enthousiasten in de gelegenheid te stellen een mooie echte Reviaanse zin op te sturen. Na enige jaren met Gerard in Weert te hebben samengewoond, Reviaan in hart en nieren en thans ziende de enorme publiciteit en de prachtige begrafenis die hij krijgt, kwam meerdere malen bij mij een echte Reve-zin in de gedachte. Gerard gebruikte die zin zowel in zijn poëzie als in zijn proza.

Guus van Bladel, Melaka, Maleisië

“Hoofdzaak is dat wij zuiverheid betrachten op eigen lichaam en geest, eerbied tonen jegens de Natuur, en lief zijn jegens dieren en vogels, gekooid of in vrijheid, die net als wij, in angstige barensnood, wachten op verlossing.'

Een hele mooie zin van Reve trof ik ooit aan in het Hollands Dagboek dat hij voor de NRC schreef op 9 maart 1996. Ik hoop dat de redactie weet waar zij aan begonnen is. Immers, men kan er een jaargang Boeken mee vullen.

Wim Buisman, Maarssen

“In de wachtkamer van de polikliniek, die wel degelijk uitzag op een plantloze achtertuin met oude fietsbanden en konservenblikken, hielden allerlei mannen jampotten met hun water vol roestig rondzeilende wolken tegen het reeds schaars wordende namiddaglicht, en begrootten de ernst van elkanders neerslag.'

Voor mij is een van de hilarische toppunten in het werk van Gerard Kornelis van het Reve te vinden in zijn brief van 28 oktober 1971 aan Kunstbroeder Carmiggelt (De Taal der Liefde, pag 141). Een magistrale waarneming van de “condition humaine' in de wachtkamers van weleer.

R. J. Mokken, Badhoevedorp

“Nederlanders? Ach Nederlanders zijn moffen die melk drinken.'

Deze zin die ik mij wel héél geregeld herinner, vond plaats tijdens een interview met Sonja Barend. Ik sluit mij graag aan bij het voorstel van R.A. Heijting om een vast Reve-hoekje te maken in de boekenbijlage.

Paula Nollen, Amsterdam

“Ik moest vechten - met God en mensen zou ik worstelen, en ik zou overwinnen, zag ik nu. Neen, o neen ik mocht nimmer de hoop opgeven dat ik eenmaal datgene zou schrijven wat geschreven moest worden, maar dat nog niemand, ooit, op schrift had gesteld : het boek , alweer, dat alle boeken overbodig zou maken, en na welks voltooiing geen enkele schrijver zich meer zou behoeven af te tobben, omdat gans het mensdom, ja zelfs de gehele, thans nog in haat en angst gekluisterde natuur, verlost zou zijn.'

De mooiste zin komt uit “Brief uit het huis genaamd ““Het Gras''' en wel, omdat vorm en inhoud hier volmaakt samenvallen. Wat volgt is uiteraard ook prachtig, maar het ging om één zin nietwaar!

Gerrit Mareten Gerritsen

“Hij kon ook naar guitaarles zijn, want het leven ging door.'

Laatste zin van Het Boek Van Violet En Dood. Misschien niet de mooiste, wel de indrukwekkendste - indrukwekkend in zijn eenvoud.

Aristide von Bienefeldt

“Hij keek naar alles met een behoedzaam speuren en een tobbend dromen. Wel alles waarnemend, maar zonder het te kunnen duiden.'

Ik ben een ware Reve-fan en heb jaren geleden deze zin opgeschreven uit één van zijn boeken. Helaas weet ik niet meer in welk boek deze stond. Mijns inziens is deze zin voor zover dat mogelijk is de allerschoonste zin van Reve. Je ziet hem speuren, turen, tobbend dromen over het bestaan waarvan hij tevergeefs gepoogd heeft iets te doorgronden.

P.W. van der Wijst-Van de Velde, Middelburg

“Het grote, diepe woud dat geen einde kent, en de eindeloze zee die in de diepte zwart wordt, daaruit komt alles voort, maar het is zoveel dat het dreigt je te overweldigen en te overspoelen: de struiken grijpen je en houden je vast, en boven je sluiten zich de wateren. Maar geef het een naam en het zal je, dankbaar voor die naam, voortaan dienden en voeden. Ik noem het M., en brand er kaarsen voor, terwijl ik werk.'

Brieven aan Simon C. blz. 87. Mijn keuze, bombastisch en toch ontroerend.

Wido La Heij, Leiden

“Wederom een nachtlied. En meer dan ooit een lied van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, en zo mateloos.'

Nader tot U, blz. 71. Ik ben geen psycholoog en kan de ziel van Reve niet duiden, maar ik geloof dat het thema van de hartverscheurende, existentiële verlatenheid en de dodelijke angst daarvoor het wezen van zijn werk vormt en daar als een rode draad doorheen loopt, verpakt in humor, ernst, sarcasme, razernij, tederheid en wanhoop. Uiteindelijk draait alles om het mateloze, peilloze verlangen naar en gemis van De Grote Liefde en de geborgenheid daarin, die het zoeken naar de zin van het bestaan overbodig maakt, omdat het bestaan en de zin ervan dan samenvallen.

Conny Sykora, Wageningen