De eeuwige wederkeer

De nieuwe roman van David Mitchell, bekend van de veelzijdige bestseller “Wolkenatlas', lijkt simpel. Maar bij nadere inspectie past het autobiografische verhaal over een puber in een Engels dorpje naadloos binnen zijn complexe oeuvre.

De slotzin van Dertien, de nieuwe roman van David Mitchell, luidt: “Dat is omdat dit het einde niet is.' Die bevestigt wat de rest van het boek al duidelijk maakte: we zijn op vertrouwd-onvoorspelbaar Mitchell-terrein. Het had even goed zijn eerste zin kunnen zijn. De verhalen van David Mitchell eindigen niet gewoon; ze worden abrupt onderbroken, gaan over in nieuwe verhalen, beginnen weer van voor af aan, of keren terug als een zijspoor in een heel ander boek. Kreeg zijn vorige roman, het voor de Man Booker Prize genomineerde Wolkenatlas, maar liefst zes eindes plus vijf nep-eindes (vijf van de zes verhaallijnen in dat boek werden halverwege onderbroken), zijn voorganger, het eveneens voor de Booker genomineerde DroomNummerNegen, had er géén. Het laatste, negende hoofdstuk bestond uit een lege bladzijde.

Zowel het eerste als het laatste hoofdstuk van Dertien draagt de titel “Januariman'. Ook voor wie de eerdere romans van Mitchell niet kent, zal daarmee duidelijk zijn dat parallellen en herhaling een belangrijke rol spelen in zijn werk. Dat zie je niet alleen terug in de vorm van zijn boeken, maar ook in Mitchells ideeën over tijd, toeval en noodlot. ,,Ik weet precies wat tijd is, totdat iemand me vraagt om het uit te leggen,“ zei Mitchell in een interview uit 2004 met deze krant over Wolkenatlas. ,,In ieder geval heb je verschillende soorten [...] De ontwikkeling van beschavingen gaat in een cyclus van opkomst en ondergang. Misschien moet je zeggen dat tijd in cirkels gaat als dezelfde patronen terugkeren. Verschillende soorten tijd, soms snel, soms langzaam, bestaan in ons leven naast en door elkaar heen.''

In Wolkenatlas waren tijd en structuur inderdaad cirkelvormig - de zes chronologische vertellingen van de roman pasten in elkaar als Russische poppetjes. Mitchells debuut De geestverwantschap maakte gebruik van afzonderlijke, maar met elkaar verweven verhalen die ook nog eens heen en weer sprongen in de tijd. Ogenschijnlijk lijkt het alsof Mitchell met Dertien nu sterk afwijkt van dit principe. In het CS-interview beweerde de schrijver zelfs dat deze nieuwe roman “het omgekeerde van Wolkenatlas' zou worden. Maar bij nadere inspectie valt op hoe naadloos Dertien past binnen het oeuvre van Mitchell. De continuïteit blijkt groter dan de in het oog springende verschillen.

D ertien geeft ons dertien keurig-chronologische hoofdstukken met evenveel maanden uit het leven van de dertienjarige Jason Taylor. Nieuw voor Mitchell is het autobiografische element. In eerdere romans hield hij zichzelf zorgvuldig buiten de tekst, en bleek hij zo begaafd in het vertolken van de uiteenlopendste stemmen dat sommige critici zich afvroegen hoe de schrijver zélf eigenlijk zou klinken. Maar net als Mitchell is Jason geboren in 1969, opgegroeid in Worcestershire, lijdt hij onder zijn spraakgebrek, en heeft hij geheime literaire ambities.

Jason woont met zijn ouders en zusje Julia in Black Swan Green (Black Swan Green is ook de Engelse titel van de roman), een klein dorp in Worcestershire waar geen zwanen te bekennen zijn. Als het boek opent is het januari 1982, en Jasons voornaamste zorg is overleven op school. Hij is daarbij dubbel gehandicapt: niet alleen schrijft hij gedichten in het kerkblaadje onder het pseudoniem Eliot Bolivar (Mitchell zelf deed dat onder het pseudoniem James Bolivar), ook stamelt hij - een subtiel verschil met stotteren. Beide eigenschappen probeert hij angstvallig geheim te houden, want anders “zouden ze me uithollen met bot timmergereedschap, achter de tennisbanen, en het logo van de Sex Pistols op mijn grafsteen spuiten'. Of op z'n minst zou hij worden gezien als gay - een lot erger dan de dood. Verder zal Jason dat jaar worden geconfronteerd met het desintegrerende huwelijk van zijn ouders, de Falklandoorlog, racisme in het dorp na de komst van een groep zigeuners, en het vertrek van zijn zuster, die gaat studeren in Edinburgh. Ook moedigt een oudere dame zijn literair talent aan, en krijgt hij zijn eerste kus.

Het is weinig opzienbarend materiaal voor Mitchells doen. In eerdere boeken sleepte hij zijn lezers immers mee van een gifgasterrorist in Tokyo naar een Ierse quantumfysicus, van een 19de-eeuwse reiziger in de Stille Zuidzee naar een hedendaagse Londense uitgever en, hups, door naar een kloon in de “corpocracy' van Nea So Copros, ergens in het toekomstige Korea. En de lezer volgde gedwee, want Mitchell bezit het soort verteltalent dat je op het puntje van je stoel, met het zweet in je handen, de bladzijden doet omslaan.

Maar in het leven van een dertienjarige zijn dit monumentale gebeurtenissen - epic zou Jason zeggen. Mitchell neemt ze serieus, en weet de resulterende angsten, schuldgevoelens, dilemma's en onzekerheden in volle hevigheid neer te zetten. Zodoende gaan we met Jason, tegen beter weten in, geloven dat een voorleesbeurt in de klas zijn dood zal betekenen, althans, in sociaal opzicht. En net als je zin krijgt om te roepen dat het best zal meevallen, blijken zijn leeftijdsgenootjes over het soort wreedheid en stompzinnigheid te beschikken waar je bepaald ongemakkelijk van wordt.

Zo komen we ook in Dertien al snel uit bij Mitchells belangrijkste thema: uitbuiting, roofzucht, de Darwinistische machtsstrijd tussen de sterken en de zwakken. “Jongens die heel populair zijn worden bij hun voornaam genoemd, dus heet Nick Yew altijd alleen maar “Nick'. Jongens die een beetje populair zijn, zoals Gilbert Swinyard, hebben vrij eerbiedige bijnamen als “Yardy'. Dan krijg je jongens als ik die elkaar bij hun achternaam noemen. Onder ons komen jongens met akelige bijnamen als Moran Moron of Nicholas Briar die Knickerless Bra heet,' somt Jason op. Is er een verschil met de negentiende-eeuwse “Civilisation's Ladder' uit Wolkenatlas, waarin een predikant op de Stille Zuidzee uitlegt dat uitroeiing Gods oplossing is voor de inferieure rassen? In Dertien lijkt Mitchell wederom vragen te willen stellen over de ware betekenis van cultuur, beschaving en medemenselijkheid. Want het verhaal mag zich dan op microniveau afspelen, de vragen blijven hetzelfde.

Dit alles klinkt misschien gewichtiger dan het is, want we zien alle gebeurtenissen door de ogen van een dertienjarige die dingen zegt als “om in het openbaar te worden gezien met een van je ouders is behoorlijk homo', en zich zorgen maakt of termen als epic en ace! eigenlijk nog wel kunnen. Gelooft Jason bij het uitbreken van de Falklandoorlog nog ieder woord dat in de patriottische Daily Mail staat (door een groot deel van het dorp letterlijk nagewauweld), al snel ontwaart hij de leugens aan beide kanten van het conflict. En wanneer er zich later in het jaar een groep zigeuners aandient in Black Swan Green, blijkt hij een scherp oog te hebben gekregen voor de onverkwikkelijke racistische sentimenten die de kop opsteken in het “Actiecomité Dorpskamp'. Hij hoort er zelf namelijk net zo min bij als de zigeuners.

De werkelijkheid op school en in het dorp gaat Jason te lijf met de verschillende stemmen die in zijn hoofd om voorrang vechten. Zo is er Kruiper, zijn laffe ik, dat niets liever wil dan sociale acceptatie, tot elke prijs. Ongeboren Tweelingbroer is de stem van zijn zelfverzekerde, zelfs wilde kant. Jasons stamel schuilt in de dreigende gedaante van Hangman, zelfdestructief en altijd op de loer naar woorden om zijn keel mee dicht te knijpen. Deze afzonderlijke stemmen weven zich nu en dan door Jasons gedachtenstroom heen, die meestal heen en weer schommelt tussen de beslommeringen van een dertienjarige en de observaties van een dichter: “Birdsong's the thoughts of a wood. Beautiful, it was, but boys aren't allowed to say “beautiful', “cause it's the gayest word going.'

Eigenlijk is Jason het interessantst wanneer hij niet klinkt als een dertienjarige, maar de verbale vermogens heeft van een 37-jarige Mitchell, die dingen kan zeggen als “his sarcasm's thick as toilet bleach', of “oily flies fed on curry-coloured cowpats.' Jason als dertienjarige kan soms wat al te naïef of expliciet overkomen, zodat het een aangename afwisseling is daar de volwassen taalvirtuoos doorheen te horen - al was dat ongetwijfeld niet Mitchells bedoeling. Het is de vraag of Mitchell zijn talent niet al te strak heeft ingesnoerd door zich te beperken tot deze ene kinderstem in Dertien. Want, zo vertelde de schrijver ooit over zijn werkwijze in een interview met de Daily Telegraph: “Ik hou ervan om wat grondregels voor romans vast te leggen. Soms doe ik dat voordat ik begin, en soms herschrijf ik alles nadat ik al ben begonnen. De grondregels geven de roman zijn originaliteit en onmiskenbare karakter. Ze zijn beperkend, maar het zijn die beperkingen die je hopelijk dwingen om zo ingenieus te zijn dat je weer kunt ontsnappen uit de dwangbuis waarin je jezelf hebt opgesloten. Het is een soort boeienkunst.' Een andere grondregel voor Dertien was dat alle dertien hoofdstukken ook als afzonderlijke verhalen te lezen moesten zijn.

Het leuke is natuurlijk dat zijn verhalen en personages zich helemaal niets gelegen laten liggen aan zulke dwangbuizen. Personages springen achteloos van het ene boek naar het andere, verwijzingen naar eerdere romans zijn in al zijn latere werken te vinden. Zo speelt tijdens Jasons eerste kus op een schoolfeest het nummer “#9dream'. “John Lennon. Van de elpee Walls and Bridges, 1974,' weet zijn vriendinnetje. “Cloud Atlas' is overigens weer de titel van een werkelijk bestaand muziekstuk in negen delen (de gelijknamige roman had in eerste opzet ook negen delen) van de Japanse componist Toshi Ichiyanagi, die ooit weer getrouwd was met Yoko Ono. Wie eenmaal gaat kijken naar “intertekstuele aspecten' in Mitchell stuit, na de obligate Borges, Calvino en Murakami (zie ook de bespreking op p. 36), al snel op een volstrekt onhanteerbare karrenvracht aan geestige verwijzingen die nog hele generaties studenten vergelijkende literatuurwetenschap en andere nerds van de straat zal houden.

De grootste verrassing in Dertien is misschien wel de herrijzenis van Eva van Outryve de Crommelynck uit Wolkenatlas: de beeldschone, arrogante dochter van componist Vyvyan Ayrs. Ayrs assistent, de briljante muziekstudent Robert Frobisher, was in dat boek de componist van “Cloud Atlas', “een sextet voor overlappende solo's: piano, klarinet, cello, fluit, hobo en viool, elk in zijn eigen taal van toonsoort, toonladder en kleur. In het eerste deel wordt elke solo onderbroken door zijn opvolger, in het tweede deel wordt elke onderbreking voortgezet, in dezelfde volgorde.' Mme Crommelynck, inmiddels veranderd in een imposante oude heks, blijkt de gedichten van Jason te hebben gelezen, en ontbiedt hem om met hem over Literatuur en Schoonheid te praten. Het leidt tot een aantal van de geestigste passages uit het boek. “Aha! De waarheid! Jij bent bang de harige barbaren accepteren jou niet in hun stam als jij schrijft poëzie,' is haar feilloze analyse. Jasons voetbal t-shirt doet ze af met: “Dus jij betaalt een organisatie om als reclamebord voor ze te mogen dienen? Allons donc. Als het om kleren gaat of om hun keuken, de Engelsen hebben een onweerstaanbare drang tot zelfverminking.'

Deze cruciale Bildungsroman-episode eindigt even onverwacht als hij begon: Mme Crommelynck wordt uitgezet naar Duitsland wegens zwendel. Bij hun laatste ontmoeting geeft ze Jason een exemplaar van Le grand Meaulnes van de Franse schrijver Alain-Fournier, en mijmert ze over Frobisher: “Robert was geobsedeerd door eeuwige herhaling. Herhaling is het hart van zijn muziek.'

Hetzelfde kan ook gezegd worden van Mitchell. Met steeds terugkerende thema's en losse motieven - geesten, John Lennon, satellieten, om er zomaar eens een paar te noemen - creëert hij zorgvuldig een samenhang in elk van zijn boeken die zich, zo wordt steeds duidelijker, ook uitstrekt naar zijn oeuvre als geheel. Zijn opeenvolgende romans zijn als de “overlappende solo's' van het “Cloud Atlas'-sextet, “elk in zijn eigen taal van toonsoort, toonladder en kleur.' Misschien is het de illusie van verbondenheid die hij nastreeft - Mitchell beschrijft vaak een geglobaliseerde wereld waarin traditionele verbanden en betekenissen zoek zijn. Uiteindelijk lijkt het hem vooral te gaan om morele vragen. In een wereld waarin alleen het recht van de sterkste lijkt te gelden, kan de kleinste daad van vriendschap of individuele moed wel degelijk een verschil maken, zo blijkt steeds weer. En Jason ontdekt dat het belangrijker is zijn vriend te helpen dan in een groep harige barbaren te passen.

Blijft er nog één mysterie. Hoe krijgt Mitchell het toch voor elkaar dat wij dit alles zo gretig van hem slikken? De levertraan-stichtelijke moraal, de idiote plotwisselingen, afgebroken verhalen, tijdsprongen, postmoderne grapjes, new age samenhang, onwaarschijnlijke parallellen? Mitchell als schrijver is de Rattenvanger van Hamelen; het is te hopen dat hij snel met een volgend liedje begint.

David Mitchell: Black Swan Green. Sceptre, 371 blz. euro 18,99. De Nederlandse vertaling, Dertien van Arthur de Smet verschijnt 8 mei bij Querido, 359 blz. euro 19,95

    • Corine Vloet