De download-oorlog

De platenindustrie probeert illegaal downloaden en uploaden te bestrijden, maar in de praktijk zijn de Europese regels een digitale jungle.

Ipod foto Jørgen Krielen Amsterdam 16-09-2005 /foto Jørgen Krielen © 2005 IPOD Krielen, Jørgen

Het is zaterdagmiddag, vier uur. Marinke Breteler (33) zit thuis achter haar computer en haalt muziekjes binnen via een zogeheten peer-to-peer-programma (“p2p'), populaire software voor het uitwisselen van muziek- of andere bestanden. “Downloaden via Limewire of Kazaa is gratis“, zegt ze. “Maar ik vind het eng, omdat je niet weet waar en van wie je je muziek krijgt. Volgens mij is het legaal, maar ik weet het niet zeker.“

Veel mensen worstelen met dezelfde vraag. Sinds 2001 is een Europese richtlijn over de “harmonisatie van auteursrecht en digitale distributie' van kracht, die het gratis downloaden van muziek via p2p-programma's als Napster illegaal maakt. Maar sommige landen, zoals Frankrijk, negeren de richtlijn. Andere landen interpreteren die naar eigen inzicht.

In Nederland, waar de richtlijn sinds een jaar in de Auteurswet is opgenomen, geldt een zogeheten “thuiskopieregeling': downloaden mag, mits voor eigen gebruik. De Nederlandse regering vindt dat je van de consument niet kunt verwachten dat hij weet wat illegaal of legaal wordt aangeboden op het internet. Dat Marinke op haar vrije zaterdagmiddag muziek binnenhaalt, is dus niet verboden. Maar dat wil nog niet zeggen dat de muziek die ze downloadt een legale status heeft. Want wie op het internet muziek aanbiedt - de zogeheten uploader - zonder toestemming van de maker, is strafbaar. Het ter beschikking stellen van muziek wordt niet aangemerkt als privégebruik, want via het internet kan de hele wereld erbij. Zonder toestemming schendt de uploader de auteursrechten van de maker.

Ivo Teel (24), computerprogrammeur bij een groot internetbedrijf, kiest ervoor om bij een legale aanbieder zijn muziek binnen te halen. “Ik haal mijn muziek het liefst bij iTunes of Planet“, zegt hij. “Ze hebben toestemming van de makers van de muziek en betalen royalty's. Daar is het net alsof je in een muziekwinkel rondloopt. Een liedje kost ongeveer een euro, maar dat heb ik er voor over.“

Ivo is niet de enige. Uit recent onderzoek van de IFPI, de internationale organisatie van de platenmaatschappijen, blijkt dat steeds meer mensen willen betalen voor het downloaden van muziek. Wereldwijd heeft de online-verkoop van muziek dit jaar een grote vlucht genomen. In februari maakte iTunes-exploitant Apple bekend dat de één-miljardste song was gedownload: “Speed of Sound' van Coldplay. Apple maakt ook de iPod, het draagbare mp3-jukeboxje, waarvan er wereldwijd ruim 40 miljoen zijn verkocht.

De groei in dit jonge marktsegment maakte de daling in de cd-verkopen - vorig jaar met elf procent - meer dan goed. Maar de Nederlandse markt voor online-muziek lijkt minder snel te groeien. De brancheorganisatie voor de entertainment- en platenindustrie, de NVPI, probeert daar wat aan te doen met een campagne voor muziekdownloads, en een gratis “kennismakingssite' voor nieuwe muziek. “Om zulke initiatieven een kans van slagen te geven is het hard nodig dat we illegaal aanbod beter kunnen bestrijden“, zegt NVPI-woordvoerder Wouter Rutten. “Wij willen daarom dat ook het downloaden via een illegale aanbieder strafbaar wordt.“

Matthijs van Heteren (32), muzikant, haalt zijn muziek via legale aanbieders binnen. Hij voert zijn accountnummer en wachtwoord in en binnen enkele minuten knalt het nieuwste nummer van de Rolling Stones uit zijn boxen. “Ik weet dat ik op die manier geen vage versie van een nummer krijg, maar kwaliteit“, zegt hij. “De muziek komt uit een schone bron, is niet virusgevoelig en het gaat sneller. Vroeger haalde ik nog wel eens muziek uit illegale bronnen, maar ik realiseerde me al snel dat ik daarmee mijn eigen beroep de nek omdraai. Nu betaal ik als consument voor mijn muziekdownloads en daarmee zorg ik ook dat er muziek gemaakt kan worden, nu en in de toekomst.“

Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk gaan er vanuit dat de consument wel degelijk weet wat illegaal of legaal op internet wordt aangeboden. Frankrijk is een buitenbeentje in Europa. “De Franse rechtspraak is in een lastig pakket gekomen omdat het de Europese richtlijn nog niet heeft ingevoerd“, zegt Bas van Rooijen, auteursrechtspecialist bij het advocatenkantoor Lovells in Amsterdam. In februari 2006 schreef een Franse rechter geschiedenis met het vonnis dat het delen van muziek- en filmbestanden hetzelfde is als het maken van privé-kopieën. Met andere woorden: ook uploaden kan als privé-consumptie gelden. Nooit eerder werd uploaden als toelaatbaar en legaal gezien. Volgens Van Rooijen zal er echter zeker beroep worden aangetekend, want de eiser kan zich beroepen op de Europese Richtlijn, omdat de wet in Frankrijk niet is aangepast. “Dus die uitspraak houdt geen stand.“

Franse parlementariërs hebben de afgelopen maanden wetsvoorstellen gedaan om de verwarring weg te nemen. Volgens het meest recente voorstel, dat kans maakt later dit jaar te worden aangenomen, wordt het downloaden uit een illegale bron strafbaar, met een geldboete van ongeveer 38 euro per track/liedje.

In maart van dit jaar spande de muziekindustrie rechtszaken aan tegen tweeduizend illegale aanbieders in tien landen. Vorig jaar won de BPI, de belangenvereniging van de Britse platenindustrie, al enkele grote rechtszaken. Het gemiddelde bedrag dat aan schadevergoeding moet worden betaald is bijna 3.000 euro. De IFPI heeft bovendien ouders van downloadende kinderen met processen gedreigd.

Maar ondanks zulke dreigementen en de geruchtmakende vonnissen die p2p-bedrijven als Napster en Kazaa dwongen hun activiteiten te verleggen, groeit het aantal illegale downloads. Volgens het Britse onderzoeksbureau XTN is meer dan een kwart van alle gedownloade muziek illegaal. Het goedkoper maken van legale downloads en het vergroten van het gebruikersgemak lijken vooralsnog beter te werken dan de angst voor vervolging. Misschien verandert dat als de huidige bescherming van anonimiteit van illegale up- en downloaders verdwijnt. De stichting Brein (Bescherming Rechten Entertainment Industrie), opgericht door die industrie, won vorig jaar een rechtszaak tegen een aantal internetproviders met als uitkomst dat de providers onder bepaalde omstandigheden persoonlijke gegevens van hun gebruikers moeten vrijgeven. “Op het internet wordt volledige anonimiteit een illusie“, zegt ook advocaat Van Rooijen. “Het Openbaar Ministerie zal steeds vaker persoonsgegevens achterhalen.“

Zo verandert de strijd over legaal en illegaal gebruik van muziek in een discussie over anonimiteit en privacy. Rutten, de woordvoerder van de platenindustrie, weet welke kant het op moet. “Een IP-nummer op internet [het unieke nummer waarmee een computer op het internet geïdentificeerd kan worden] moet de status krijgen van een autokenteken“, zegt hij. En dan is Brein de flitspaal.“

    • Aimée Debrot