Commentaar met de spuitbus

Iedere zichzelf respecterende stad heeft tegenwoordig een stadsdichter. Maar niet iedere dichter is officieel gekozen. Laser 3.14 voorziet de Amsterdamse muren van gedichten. “Ik zie te weinig politieke statements.“

Diep in Amsterdam-Oost en -West laat Laser 3.14 zijn ultrakorte straatgedichten achter. Foto Lukas Keijser Keijser, Lukas

Amsterdam kent sinds begin dit jaar twee stadsdichters. Stadsdeel-Centrum benoemde Adriaan Jaeggi die anderhalf jaar lang en ten minste zes keer per jaar belangrijke gebeurtenissen in de binnenstad van commentaar gaat voorzien in de vorm van gedichten. In maart kreeg Amsterdam-Westerpark een eigen dichter. Dat werd Hans Kloos. Beide dichters publiceren hun gedichten onder meer op de websites van de stadsdelen.

Het zou gaan om de eerste stadsdichter en de eerste stadsdeeldichter, volgens persberichten en krantenstukken. Maar Amsterdam had al lang iemand die door heel de stad - tot diep in Oost en West - door middel van poëtische teksten laat weten wat hij vindt van wat er gebeurt. En dat minstens twee keer per maand. Het gaat om Laser 3.14. Hij publiceert niet op internet, maar met een spuitbus op schuttingen en bouwketen. Het gaat om ultrakorte straatgedichten. In het Engels. Zo zijn ze ook voor toeristen begrijpelijk.

De gedichten zijn soms cryptisch, soms expliciet. “Yearning for a second renaissance' luidt een ervan, achtergelaten op de houten panelen voor een winkel die wordt verbouwd. “The vanguard raindrops tell a 1000 stories' gaat een ander. “The bitter fruits of apathy' staat in wit op een knalrode bouwkeet in een park. Allemaal zijn ze ondertekend met Laser 3.14.

“Het woord “laser' verwijst naar mijn jeugd, ik was een sciencefreak“, zegt de jongeman (1972) die achter de tag, ofwel de spuitbushandtekening, schuilgaat. Hij wil niet met zijn naam in de krant, omdat je voor straatkunst opgepakt kunt worden. “Een tag hoort iets persoonlijks te hebben. Het cijfer 3.14 staat voor “pi' en dat is weer een afkorting van public image. Ik wil met de teksten een beeld oproepen bij het publiek.“

Laser begon met graffiti in de jaren tachtig, de tijd dat de daaraan nauw verbonden electric boogie, rap en breakdance ook opkwamen. “Ik tekende altijd heel veel, het paste bij me.“ In eerste instantie liet hij handtekeningen achter op muren. Toen hij in 1984 de grafische school begon te bezoeken - “waar alle graffitischrijvers van Amsterdam op zaten“ - werden het ook pieces, schilderingen met de spuitbus. Dat deed hij ook in opdracht, voor geld. Tekst kwam er toevallig bij. “Beginnende en slechte graffitispuiters maken toys, werk dat nog niet goed is. Zo iemand had door een van mijn pieces een tag gezet. Toen heb ik er doorheen geschreven: “The hand that makes toys is the hand that destroys'.“

Het was het begin van een reeks langere gedichten die hij tot op vandaag maakt, op papier. Toen hij vervolgens ook schilderijen op canvas begon te maken, zette hij daar weer citaten onder. Hij exposeerde ze in verschillende galleries.

Graffiti was voor hem even helemaal voorbij. Tot begin 2001. “Bij het opruimen kwam ik een tas oude spuitbussen tegen. Ik dacht: ik ga nog één nacht weg en spuit ze leeg. Maar ik kwam met een adrenalinerush thuis. Het geeft zo'n spanning als je ermee wegkomt en mensen je werk zien.“ In de oude tags en pieces had hij geen zin meer. Te cliché. Het werden uiteindelijk losse teksten. Ook weer citaten uit gedichten of losse spreuken die in zijn hoofd opkomen.

In zekere zin is die vorm vernieuwend in de graffitiwereld. Op straat zijn er vooral tags en sjabloongraffiti's, afbeeldingen gemaakt met sjablonen. Losse teksten in de trant van de posters van Loesje kom je niet vaak tegen. Zeker niet in hetzelfde handschrift en ondertekend. Toch grijpt Laser terug op een traditie. “De leuzen die op de muren werden gekalkt in de jaren zeventig en tachtig, tegen allerlei wetten en woningnood en van bijvoorbeeld RARA, zijn altijd blijven hangen. Ik wilde dat gevoel terughalen. Graffiti gaat voor mij over rebels zijn. Je kunt een politiek statement maken, je ongenoegen uitspreken over wat er in de stad of maatschappij gebeurt of gewoon iets moois of persoonlijks zeggen. Dat zie ik te weinig meer bij wat er nu op straat wordt gemaakt. De wereld begon na de aanslagen op het WTC in 2001 heftig te veranderen, daar wilde ik wat mee.“

Laser 3.14 liet inmiddels honderden straatgedichten achter in de stad. Veel ervan zijn niet meer terug te vinden. De schuttingen zijn verdwenen, de bouwketen verreden. Maar van verschillende zijn foto's gemaakt. Ze komen terug in het eerste boek over het werk van Laser 3.14 dat eind dit jaar moet verschijnen.

www.laser314.com

    • Lukas Keijser