Bondscoach mist geld en visie in Nederlands tafeltennis

Het Nederlandse tafeltennis dreigt binnenkort in een zwart gat te vallen.

Danny Heister Foto Hollandse Hoogte Dusseldorf, 13-3-2005 Tafeltennisser Danny Heister, bondscoach van het Nederlandse team. Foto: Flip Franssen/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Het klinkt vreemd, toch gebeurde het deze week in Bremen tijdens het wereldkampioenschap tafeltennis voor landenteams. Twee Nederlandse routiniers, Trinko Keen en Danny Heister, beiden 34 jaar oud, verloren van een Chinese Italiaan van 44 jaar, Min Yang. Tegelijkertijd sloeg twee tafels verderop oud-wereldkampioen Jan-Ove Waldner, 41, zijn games binnen voor Zweden.

Het zijn misschien uitzonderingen, maar spelers in het internationale tafeltennis bereiken tegenwoordig pas op latere leeftijd de top. Een jonkie van 18 in de wereldtop, zoals vroeger nog wel eens gebeurde, is uitgesloten. Danny Heister, speler én bondscoach van het Nederlandse mannenteam, weet wat dit betekent. Hij was zelf 31 toen hij zijn hoogste positie op de wereldranglijst (16) haalde. “Tafeltennis is één van de allermoeilijkste sporten“, zegt Heister, in het bezit van 28 Nederlandse titels. Een kwestie van trainingsuren. Zoals Pieke Franssen, zijn collega-bondscoach bij de vrouwen, verklaart: “Vroeger kon je nog wegkomen met een minder goede backhand. Dat is er bij de wereldtop niet meer bij.“

Die eindeloze trainingsarbeid is precies waar “Heister de bondscoach' zich zorgen over maakt. Een kwestie van “een zak geld“, verzucht de nummer 48 op de wereldranglijst. Hij speelt met Trinko Keen (nummer 33) spelen niet voor niets al jaren in de sterke Bundesliga. Om beter te worden en om geld te verdienen. Typerend is dat nummer drie van het Nederlandse team, het talent Barry Wijers (nummer 293), ook in Duitsland speelt, maar in de tweede Bundesliga. Naast zijn tafeltennisbestaan werkt hij twee dagen. Heister: “Daardoor mist hij belangrijke trainingsuren.“ Uren achter de tafel die zijn tegenstanders in China wel maken.

In Bremen steunt de Nederlandse ploeg volledig op Heister en Keen, zoals de afgelopen vijftien jaar het geval is geweest. Maar Heister zelf kampt met blessures aan beide achillespezen, en heeft voor het toernooi zelfs twee injecties gekregen om te kunnen spelen. “Anders heeft het geen zin voor Nederland mee te doen. Het krachtsverschil is te groot.“ Na nederlagen tegen Oostenrijk, China, Italië en Roemenië strijdt het team vanaf vandaag voor lijfsbehoud in de wereldgroep.

Heister is anderhalf jaar bondscoach en heeft leren omgaan met de beperkte middelen van de tafeltennisbond NTTB, die na jaren van schulden eindelijk uit de rode cijfers is. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. “Het laatste dat ik heb gehoord is dat ik moet bezuinigen“, zegt Heister droog. Zijn selectie komt welgeteld één keer in de week samen voor een centrale training op Papendal. Volgend jaar twee keer. Geld voor een tafeltennisinternaat, een centrale opleiding van toptalenten of internationale toptrainers is er eenvoudig niet. “Alle landen hebben wel iets van een internaat, of ze gaan met hun talenten de wereld over om te trainen.“

Door het gebrek aan perspectief haken nogal wat talenten op jonge leeftijd af, constateert Heister. “De bond en de clubs moeten ervoor zorgen dat spelers goed worden betaald en dat er goede faciliteiten zijn. Het gaat niet vanzelf. Wil je iets, of laat je het op zijn beloop?“ Maar hoe dan ook zal het tijd kosten voordat die omslag is gemaakt. “Ik ging vroeger al naar Düsseldorf om te trainen. Jongeren doen dat niet zo snel meer. Nu heb je spelers van 19 die zeggen: als ik niet snel de top-50 haal, kan ik beter stoppen. Dat gaat helaas niet.“

In Nederland doet zich al jaren de paradox voor dat er bij clubs wel geld is, maar dat het niet wordt besteed aan de jeugdopleiding. Zo lopen er in Nederland tal van buitenlandse spelers en speelsters rond die graag voor geld lid worden van een Nederlandse club. Makelaar Re/Max uit Born laat voor de wedstrijden van de gelijknamige club onder anderen een Pool en een Chinees uit Duitsland invliegen. “Tja, dan word je Nederlands kampioen“, zegt Heister. “Dat is de trend.“ Hij noemt dat “korte-termijn-beleid“, maar het “heeft in elk geval het voordeel dat Nederlandse spelers tegen buitenlandse toppers spelen“.

Wat Heister en vrouwencoach Franssen missen zijn de opleidingsinstituten die clubs als Tempo Team of Avanti vroeger waren. Franssen: “Vroeger had je “gekken' onder de clubtrainers, in de positieve zin van het woord, die alles voor de spelers deden. Nu heb je “gekken' onder de sponsors, die Chinezen laten invliegen om kampioen te worden.“

Toch is Heister niet negatief over de toekomst, ook al is de spoeling dun. Spelers als Wijers en Linda Creemers (nummer 239 van de wereld), die woensdag sensationeel de Italiaanse Stefanova versloeg, hebben toekomst, als zij maar de kans krijgen op topniveau te spelen. Heister: “We moeten naar een centrale selectie, die dagelijks traint met goede trainers. De bond moet die voorwaarden scheppen.“ Na dit WK bekijkt Heister of hij verder gaat als bondscoach. “Die intentie heb ik, maar ik hoop wel dat de middelen verbeteren.“